Weigerachtige ambtenaar bij de provincie en ...

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: twee strafontslagen.

De ambtenaar van de provincie Zuid-Holland was al gewaarschuwd dat hij niet functioneerde. Hij werkte weliswaar al jaren bij de provincie, maar zijn agressieve houding en het weigeren van werk maakten hem ongeschikt voor zijn functie. Er kwamen berispingen. Officiële laatste waarschuwingen. En uiteindelijk voorwaardelijk strafontslag. Hij mocht blijven en als hij zich twee jaar lang zou onthouden van plichtsverzuim, zou ook dat voorwaardelijk strafontslag van de baan zijn.

Maar de ambtenaar ging opnieuw in de fout. Toen hij ook weigerde om te praten over bemiddeling naar een andere baan, was de maat vol. Zijn leidinggevende gaf hem de dienstopdracht om bij die gesprekken aanwezig te zijn. Toen de ambtenaar dat weigerde omdat zijn advocaat er op die data niet bij kon zijn, volgde onvoorwaardelijk ontslag.

Bij de Centrale Raad van Beroep betoogde de ambtenaar dat hij zich door de dienstopdracht in het nauw gedreven had gevoeld. En dat de verhouding tussen hem en zijn leidinggevende toch al heel complex was. Maar dat betoog volgde de Raad niet. Er waren mogelijkheden om de rechtmatigheid van zo’n dienstopdracht te toetsen en daar had de ambtenaar geen gebruik van gemaakt. En juist door de dienstopdracht had zijn leidinggevende duidelijk gemaakt hoe belangrijk die gesprekken voor hem waren. Hij wist van tevoren wat de gevolgen waren van het niet voldoen aan de dienstopdracht, aldus de Raad.

Toen het ten langen leste nog tot een gesprek kwam, in aanwezigheid van de advocaat, eindigde dit in een scheldpartij. Het College van Gedeputeerde Staten stond volgens de Raad volledig in zijn recht bij het onvoorwaardelijk ontslag.