Volg die creditcard

Het gaat bij het opsporen van zwartspaarders ook om hun omgeving en betrokken notarissen en fiscalisten.

Klassieke zwartspaarders, dat zijn Nederlanders die de afgelopen decennia een paar ton of misschien wel enkele miljoenen naar een bank in Luxemburg of Zwitserland reden en er nooit meer weghaalden. Het geld was afkomstig van een erfenis of uit een goedlopende eigen zaak. Zestigplussers, ze vonden het zonde er belasting over te betalen.

De groep werd voor het eerst goed zichtbaar na een inkeerregeling in 2002 en opnieuw in 2010, toen Nederland een verdrag met Zwitserland sloot om toegang te krijgen tot de gegevens van Nederlandse rekeninghouders bij Zwitserse banken. Rond die tijd werd de inkeerregeling ook nog eens verruimd. 

„Bij de opsporing van buitenlands vermogen waren we jarenlang afhankelijk van anderen”, zegt Frans van Krieken, handhavingsregisseur van de Belastingdienst. „Een cd’tje van de Belgische autoriteiten. Een tipgever. Spijtoptanten.” Totdat iemand op het belastingkantoor in Amsterdam op het idee kwam om eens álle transacties van 2009, 2010 en 2011 op te vragen. Transacties die waren gedaan met álle buitenlandse debet- en creditkaarten in Nederland.

De kaarten die alleen in de zomermaanden in Amsterdam of Scheveningen waren gebruikt en daarna niet meer, vielen af. Vast toeristen. Ongeveer duizend betaalkaarten – veel transacties, hoge bedragen – trokken de meeste aandacht. In een eerste pilot konden van 51 kaarten 39 eigenaren worden achterhaald. 

De Belastingdienst droeg de gegevens van de duizend kaarthouders over aan de de witwasteams van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) en aan het OM. En dan werden nieuwe groepen, jongere zwartspaarders zichtbaar.

Mensen die volgens officier van justitie Marc Pluimers, die vanuit het OM het betaalkaartenproject leidt, „door de toenemende uitwisseling van bankgegevens zo bang zijn dat hun vermogen wordt ontdekt, dat ze er door middel van bijvoorbeeld valse facturen een witwasstructuur op toepassen om het vermogen nog verder buiten het zicht te brengen van de Belastingdienst.” Of een werknemer van een internationaal bedrijf die zijn provisie op een buitenlandse rekening laat storten. Ook ziet hij „burgers die geld verkregen uit illegale bron en dat proberen te verbergen”.

Wat niet veranderde: nog altijd stallen Nederlanders hun geld het liefst in een land waar je met de auto zo naar toe rijdt. Soms gaat het om slechts een deel van hun vermogen, een enkeling heeft bijna al zijn geld in het buitenland staan.

Wat weet de accountant?

Waarom is de aanpak van een aantal zwartspaarders zo’n project waard?

Het gaat niet alleen om de duizend pashouders, ook hun omgeving is er vaak bij betrokken, zeggen de twee projectleiders. Familieleden, collega’s. En denk aan de accountants, notarissen en fiscalisten die van de buitenlandse activiteiten van hun klanten op de hoogte zijn. Pluimers: „Aan zwartsparen kan het advies van een fiscalist voorafgaan.”

En kijk naar het grotere geheel. Pluimers noemt het ontduiken van belasting „een flagrante schending van het gelijkheidsbeginsel. Anderen draaien op voor de bijdrage die fraudeurs niet willen betalen. Bovendien is het een manier om crimineel geld te verbergen.” Van Krieken: „Mensen moeten weten dat het in Nederland not done is om geen belasting te betalen. Dat het niet meer van deze tijd is, ook gezien alle internationale ontwikkelingen en afspraken over belastingontduiking en -ontwijking.” Dat dezelfde fiscus een multinational als Starbucks toestaat miljoenenwinsten kunstmatig weg te werken in het buitenland, is een heel andere kwestie, meent hij. „Maar ik kan me wel voorstellen dat mensen zo denken.”

De eerste rechtszaken over zwartsparen zijn gaande. Een medewerker van een exclusief Zwitsers horlogebedrijf stond in Almelo voor de rechter. Hij had rekeningen in Letland, Oostenrijk en de VS. Hij wordt verdacht van belastingfraude, witwassen en valsheid in geschrifte. De eerste inhoudelijke zaak in dit project begint in november in Amsterdam. Komende week worden invallen gedaan bij meer verdachten. En de fiscus heeft zeventig Nederlanders aangeschreven. Of ze gebruikmaken van een buitenlandse bankpas, vermogen in het buitenland hebben en waarom ze dat niet hebben opgegeven. „We vragen vervolgens naar de herkomst van het geld, dat is altijd belangrijk”, zegt Van Krieken. „En dan willen we afschriften zien om te weten hoe het vermogen in de afgelopen twaalf jaar is opgebouwd.”

De fiscus mag de niet betaalde belasting tot twaalf jaar terug navorderen. De briefontvangers zijn verplicht te antwoorden, anders kan een omgekeerde bewijslast gelden.

Dan moeten ze sowieso betalen.