Delaila Amega, handbalster en swingende ballerina ineen

EK handbal

Haar spetterende debuut op het EK maakte duidelijk dat Nederland in Delaila Amega een lang onopgemerkt gebleven kroonjuweel heeft.

Delaila Amega in actie voor Nederland op het EK, tijdens de gewonnen wedstrijd van zondag tegen Roemenië. Foto Hollandse Hoogte

Ballerina of amazone, dat had de jonge Delaila Amega in haar hoofd. Maar de dochter van een eredivisiekeepster volgde met een zekere onvermijdelijkheid het spoor van haar moeder en werd handbalster. En wát voor één. Haar talent kwam vorige week overduidelijk naar voren bij haar EK-debuut tegen Kroatië. Met het voetenwerk van een ballerina danste Delaila Amega over de vloer, tegenstanders verbijsterd achterlatend.

Vanaf de tribune zag Martine Raams haar dochter zwierend het ene na het andere mooie doelpunt maken – acht in totaal – om na afloop tot most valuable player te worden verkozen. De Europese handbalwereld maakte kennis met een swingende, donkerharige krullenbol van wie de dynamiek afspatte. Op de tribune pinkte de trotse moeder een traantje weg. „Ja jeetje, wat wil je. Acht doelpunten, dat is al bizar. Dan ook tot de beste speelster worden uitgeroepen. Dan voel je de emotie.”

Delaila Amega dus, 21 jaar uit Heerhugowaard, dochter van een Nederlandse moeder en een Ghanese vader. Waar zat ze verscholen? In Duitsland, waar de speelster al twee jaar bij de Bundesligaclub TuS Metzingen speelt. Daarvoor zat ze op de Handbalacademie op Papendal, een opleiding die ze combineerde met eredivisiehandbal bij SEW en Quintus. Ze trainde en trainde, rijpte, werd een vaste waarde bij Metzingen en toont nu – bij het EK in Frankrijk – als rookie van Nederland haar exceptionele kwaliteiten aan het publiek.

Ergens in Noord-Holland zag Rik Boonkamp op televisie dat spetterende debuut. En de jeugdtrainer van SEW was niet verbaasd. Hij kreeg Amega als twaalfjarige onder zijn hoede en was al snel onder de indruk van haar fysieke mogelijkheden. „Haar beweeglijkheid, versnelling en explosiviteit waren ongekend. Delaila was toen al een slangenmens dat er vol indook, van links naar rechts, van voor naar achter”, vertelt Boonkamp. Handbaltechnisch moest ze weliswaar nog veel leren, maar de basisvoorwaarden waren veelbelovend. Inmiddels ziet Boonkamp op tv dat het goed is: „Een vrijwel complete handbalster die in Duitsland enorm gegroeid is.”

Delaila Amega voor het EK handbal in Frankrijk Foto BAS CZERWINSKI/ANP

Vaste waarde worden

Nu Amega haar kans in het Nederlands team heeft gegrepen moet ze er in Boonkamps ogen de komende jaren aan werken dat ze een stabiele international wordt. „Net als Nycke Groot en Laura van der Heijden, speelsters die opvallen, maar op momenten dat ze niet opvallen erg belangrijk zijn. Delaila moet een terugval zien te voorkomen; dan kan ze helemaal opnieuw beginnen. Goed blijven spelen, weinig fouten maken en een vaste waarde worden voor het Nederlands team. Dat zie ik als haar opdracht.”

Haar nadeel is dat Amega in het nationale team als middenopbouwer de stand-in is van Nycke Groot, alom erkend als ’s werelds beste handbalster. Haar voordeel: ze heeft aan arsenaal aan schoten, waarvan de onderhandse variant waarschijnlijk de venijnigste is. Veel speelsters beheersen die techniek, maar relatief weinigen passen ’m toe in wedstrijden. Die terughoudendheid kent Amega totaal niet. Die lef kenmerkt haar. Tot genoegen van haar moeder, die af en toe wel medelijden heeft met de keepster. „Want ik weet hoe het voelt. Bij zo’n schot gaan je handen naar beneden, want je denkt dat de bal laag komt. Maar vervolgens zeilt-ie langs je oren het doel in. Dat is gruwelijk.”

Heeft Amega haar fysieke vermogen geërfd van haar Ghanese vader? Moeder Martine Raams weet het wel zeker. „In ieder geval niet van mij”, reageert ze lachend. „Ik was maar keepster. Ja, dat fysieke heeft ze van haar vader. Ze lijken ook op elkaar. En ze hebben dezelfde liefhebberijen, zoals koken. Doen ze vaak samen en ze maken dan geweldige soepen en de heerlijkste broodjes.”

Tutten met haar en nagellakken

Volgens zowel haar moeder als haar voormalige jeugdtrainer is een ander kenmerk haar ambitie. Boonkamp: „Delaila is een positief meisje aan wie ik nooit iets negatiefs heb gemerkt. Ze is bescheiden, maar heeft een duidelijk doel voor ogen.” Moeder Martine typeert haar dochter als volgt: „Ze houdt van tutten met haar haar en van nagellakken, daarin is ze echt een meisje. Maar voor handbal heeft ze een ongekende passie.”

Dankzij een pushende moeder? Geenszins, reageert Martine Raams fel. „We hebben onze kinderen – Delaila heeft een oudere broer – altijd vrij in hun keus gelaten. Ballet of paardrijden had ik ook goed gevonden. Maar ik kom uit een echte handbalfamilie. Mijn moeder heeft eredivisie gespeeld. En mijn vader handbalde ook, evenals veel neefjes en nichtjes. Dan hoop je natuurlijk dat jouw kinderen ook gaan handballen.”

    • Henk Stouwdam