Turkse ambassade: media in bevriende natie Nederland behoren solidair met ons te zijn

Recep Tayyip Erdogan, president van Turkije. Foto EPA

Na Charlie Hebdo haastte ieder verstandig mens zich om solidariteit te betuigen met Frankrijk. Turkije verdient eenzelfde bejegening na de aanslag in Ankara, meent de Turkse diplomaat Selim Topçu.

Tegenwoordig schijnt het een trend te zijn om Turkije en haar leiders te beschuldigen zonder gegronde reden, in het bijzonder in sommige van de media.

Met diepe verslagenheid heb ik moeten constateren dat zelfs het NRC Handelsblad, een krant met een goede reputatie van een geallieerd en bevriend land, hier ook aan toegegeven heeft in haar editie van 13 oktober met grove insinuaties over de president van Turkije met betrekking tot de weerzinwekkende terroristische aanslag die de levens heeft geclaimd van meer dan honderd mensen op 10 oktober.

Vanzelfsprekend heeft de terroristische aanval in Ankara een traumatisch effect gehad op het Turkse volk. Zoals u heel eerlijk opmerkte in uw commentaar ondergaat Turkije moeilijke tijden en zou zij zeer gebaat zijn bij eensgezindheid. Hieraan zou ik ook graag ‘solidariteit’ willen toevoegen, want vandaag de dag komen we dit maar nauwelijks tegen in de Nederlandse media.

Op een onvoorstelbare manier schijnen sommige van de media ervoor te kiezen om selectief te zijn wat betreft het lijden van Turkije. In tegenstelling tot andere landen die geraakt werden door terrorisme en aan welke wel ruimhartig eensgezindheid en solidariteit werd betoogd, schijnt dit medeleven zich niet uit te strekken naar Turkije en het Turkse volk.

Ten tijde van de terroristische aanval op Charlie Hebdo, haastte ieder verstandig mens, van wereldleiders (zo ook uw premier) tot de gewone mensen, om hun solidariteit en sympathie te betuigen aan de slachtoffers. Waarom is het dan het geval dat een soortgelijk principieel standpunt niet ingenomen wordt met betrekking tot Turkije en het Turkse volk wanneer zij te lijden hebben door acties van terroristen?

Wij hadden verwacht van het NRC Handelsblad dat zij eenzelfde uitgesproken solidariteit ten toon zou hebben gespreid onmiddellijk na de terroristische aanslag in Ankara. Echter, dat wat wij ontvingen in de vorm van uw commentaar is een verscheurende tekst over de slachtoffers dat onze leiders beschuldigd van polarisatie.

Turkije heeft al lang te lijden gehad van terrorisme, als een gevolg waarvan de publieke opinie in Turkije uitermate gevoelig is met betrekking tot dit onderwerp. Bijgevolg wrijft dit ambivalente commentaar enkel zout in de wonden op zo een kritiek moment. Dit bevooroordeelde standpunt speelt niet alleen de terroristen in de kaart, maar het antagoniseert ook de Turks-Nederlandse gemeenschap.

Vanaf het vroegste begin heeft Turkije zwaar te lijden gehad van het DEASH-terrorisme (in Nederland beter bekend als IS, red) in de regio. Het DEASH-terrorisme tegen Turkije dateert al vanaf maart 2014 in Niğde, waar twee beveiligers en een burger werden gedood. Bijgevolg is de meest recente zelfmoordaanslag in Ankara slechts de laatste schakel in een lange terreurcampagne ingezet tegen Turkije door DEASH.

Turkije bevindt zich in de frontlinie van de oorlog tussen de geciviliseerde wereld en barbaarse terroristische organisaties. In zekere zin vechten wij deze oorlog ook ten behoeve van de Transatlantische Gemeenschap. Misschien is het daarom dat we tegelijkertijd worden aangevallen door de PKK, DEASH en de DHKP/C als gevolg waarvan, sinds de aanval in Suruç, honderden van onze burgers het slachtoffer zijn geworden van deze terreurorganisaties.

Turkije is vastbesloten om te blijven vechten tegen alle terroristische organisaties met dezelfde vastberadenheid en zij heeft ook de kracht om dit te doen. Echter, van de internationale gemeenschap en in het bijzonder van de media van een geallieerd en bevriend land, verwachten wij dat zij eenzelfde principieel standpunt innemen tegen de dreiging van het terrorisme en dat zij niet selectief zullen zijn wat betreft slachtoffers of naties.

Selim Topçu is counsellor bij de Turkse ambassade in Den Haag