Weg met willekeur van de starter: langer wachten op startschot is fors nadeel

Het begin is voor iedereen gelijk. „Go to the start”, roept de starter tegen de twee schaatsers. „Ready”, klinkt het als ze zich opstellen aan de streep.

Maar dan. Terwijl de rijders langzaam in de starthouding zakken, wacht de starter nog even met zijn schot. Bij de ene rit 3,5 seconde, bij de andere rit tot wel vijf seconden. Lang genoeg om een beslissend verschil te maken, in het nadeel van schaatsers die langer moeten wachten. De schaatsstart is een loterij, blijkt uit onderzoek van de universiteiten van Oxford en Utrecht.

Oud-topschaatser Beorn Nijenhuis, tegenwoordig student neurowetenschap, onderzocht de starts op de olympische 500 meter van Vancouver 2010. Hoe langer een schaatser moet wachten bij de start hoe langzamer zijn race, concludeerde hij. Een seconde langer wachten levert bij de mannen een nadeel op van 0,27 seconde, bij de vrouwen is dat 0,67. „Dit heeft invloed op de uitkomst van wedstrijden”, stelt Nijenhuis (31) in de Volkskrant. Een oplossing ligt in het baanwielrennen, waar een computer „ready” roept en na een vaste tijdsperiode het schot klinkt.