Column

Klappen voor Cruijff

Wie zondagavond halverwege de voetbalsamenvattingen in Studio Sport zijn tv aanzette, moet zich rot zijn geschrokken. Hij zag allerlei voetbalstadions waarin supporters ontroerd applaudisseerden voor Johan Cruijff. Was hij al dood? Nee toch?

Wat hij in werkelijkheid zag, was het gevolg van deze oproep op Facebook: „Aankomend weekend bij alle eredivisiewedstrijden elke supporter in de veertiende minuut een staande ovatie voor Johan Cruijff en alle andere mensen die met deze verschrikkelijke ziekte te maken hebben. Laat je steun zien voor alle mensen met deze verschrikkelijke ziekte.”

Stel je even voor dat je zelf al een hele poos aan deze ‘verschrikkelijke ziekte’ lijdt, zou je die oproep dan inderdaad als een steun zien, of zou je denken: waarom hebben jullie Cruijff nodig om mij en al die andere patiënten een hart onder de riem te steken?

Je moet er niet aan denken wat er zal gebeuren als Cruijff écht doodgaat. We rouwen nu eenmaal heel graag in Nederland om onze grote sterren; dat is zo’n beetje begonnen met André Hazes. Het geeft een gevoel van saamhorigheid dat verder nogal eens ontbreekt.

Bij Cruijff zullen de tv-zenders een poosje op zwart gaan, dan spreekt de premier de natie geschokt toe, alle voetbalwedstrijden worden afgelast maar de stadions vullen zich toch met rouwende toeschouwers, de burgemeester van Amsterdam geeft eindelijk weer het Leidseplein vrij voor treurende Ajax-supporters (die als dank nog maar één bloemenkraampje vernielen), de tv-talkshows moeten een wachtlijst aanleggen voor alle Bekende Nederlanders die dolgraag willen komen uitleggen hoe goed zij Cruijff gekend hebben, De Telegraaf verschijnt met een dikke rouwrand om elke pagina en sportredacteur Jaap de Groot publiceert een exclusief interview, afgenomen op het sterfbed, Joop van den Ende deelt op de Privé-pagina mee dat hij al begonnen is met de voorbereidingen voor een musical over het leven van Cruijff met als werktitel „Elk nadeel hep…”, heel Betondorp waar Cruijff is opgegroeid krijgt de status van beschermd rijksmonument, en er komt op de Dam een reusachtig standbeeld waarin een strofe staat gebeiteld uit het gedicht Cruijff 50 van Jan Kal: Je ken in wezen honderd worden, maar/ normaal gesproken word je nooit meer zeven./ Op die soort basis is dus veel geschreven,/ want als je hier bent, ben je dus niet daar.

En wat doe ik? Ik schrijf een necrologische column met het verzoek aan de lezers om bij de veertiende regel even te pauzeren en te applaudisseren.

De vraag is wat we tegen die tijd met Peter R. de Vries aanmoeten, want die wil misschien niet meedoen; hij is een verklaard tegenstander van Cruijff omdat die er bij Ajax een zooitje van heeft gemaakt. De Telegraaf toonde gisteren een hetzerig filmpje op zijn website waarop te zien was dat De Vries en zijn zoon op de Ajax-tribune niet wilden applaudisseren. Ik vond het ook een beetje flauw van De Vries, maar mag hij nog zelf bepalen of hij wel of niet meeklapt? Moet er dan meteen een standrechtelijke executie op internet volgen?

Cruijff zelf zit er maar mee, met al die buitensporige aandacht. „Het is echt vervelend dat het zo snel is uitgelekt”, schrijft hij in De Telegraaf, „want het enige wat ik nu weet is dat ik longkanker heb. Meer niet. Omdat het onderzoek nog gaande is.”

Misschien moeten we hem nu gewoon even met rust laten.