Column

In het echt

Mijn neefjes zijn lichamelijk zeven en negen maar zo hoogbegaafd dat hun geestelijke leeftijd tussen de 53 en 58 ligt. Je weet nooit hoe ze op een cadeautje reageren, dus ik hield zaterdagmiddag mijn hart vast toen ze het inpakpapier eraf trokken. Ze bekeken de doos Lego belangstellend.

„Wat een aardig geschenk tante, dank u wel.”

„Er zit nog iets in jongens”, mompelde mijn zus.

Licht beschaamd maakten ze de doos open en haalden de plastic zak met Legoblokjes eruit.

„Maar...maar het is stuk!” zei de jongste beteuterd.

„Ja, duh”, antwoordde de oudste, „dat is juist de bedoeling.”

„Je moet het zelf in elkaar zetten. Kan je oefenen voor later, voor de Ikea”, zei ik.

Ikea kenden ze, en zo gingen ze aan de slag. De Lego-fietswinkel en het bijbehorende café hadden ze in vijf minuten gebouwd. De oudste leek hondsdol van enthousiasme. „Wat is dit ontzettend leuk!” Hij was zo aan het stralen dat ik het donkerbruine vermoeden kreeg dat hij het niet over de Lego had.

„Het is Minecraft”, zei hij, „maar dan 3D!”

„Nee, nee, nee!” zei de jongste, „3D is bij films. Het is Minecraft, maar dan analoog.” Mijn zus lachte en zei (in dolby surround): „Je bedoelt: het is Minecraft, maar dan in het echt.”

Mijn neefjes waren een paar seconden sprakeloos. Je zag dat het woord ‘echt’ kortsluiting veroorzaakte. Ik realiseerde me dat zij een computerspelletje realistischer vinden dan Lego. Voor kinderen die het grootste deel van de dag aan hun computer vastgekleefd zitten, is Minecraft behoorlijk echt. Temeer omdat vrijwel al hun zakgeld eraan opgaat. En niets is op die leeftijd realistischer dan zakgeld.

Terwijl mijn neefjes zich verwonderden over deze realtime versie van hun favoriete spel, bedacht ik me dat wat mensen van mijn leeftijd virtual reality noemen (de computerwereld), voor mijn neefjes echter was, dan de tastbare wereld om hen heen. Toen zei de jongste terwijl hij bedachtzaam een blokje omdraaide: „Maar als dit echt Minecraft is…dan is oorlog in het echt…”

Call of duty: Warfare”, zei de oudste, refererend aan hun favoriete schietspelletje op de Playstation zoveel.

„Ja”, zei ik, „Maar dan zonder cheat codes.”

„En je kan het spel niet meer opnieuw opstarten, en dus nooit meer opnieuw beginnen”, zei mijn zus. „Iedereen die dood gaat, blijft dood. Net als met de oorlog in Syrië.”

De jongste was even heel erg stil. Toen begon zijn onderlip te wiebelen en zette hij het op een huilen. Terwijl mijn zus hem in haar armen nam, sloeg ik een arm om mijn oudste neefje, die bleek werd. Hoe slim mijn neefjes ook zijn, voor Lego zijn ze nog veel te klein.