Help je kinderen eens de crisis door

Het is bon ton om op potverterende zuiderlingen af te geven. Maar in Spanje houdt ‘la familia’ het land op de been. Nederland kan daar nog wat van leren, meent Merijn de Waal.

Om te beginnen, een kleine quiz: Vraag 1. In welk euroland hebben huishoudens relatief gezien de hoogste schulden? a) Portugal; b) Spanje; c) Nederland. Vraag 2. In welk drie eurolanden kent de arbeidsmarkt het hoogste percentage flexibele werknemers?

Het antwoord op vraag 1: c, Nederland, gevolgd door Portugal en Spanje. Het antwoord op vraag 2: alle drie de landen genoemd bij vraag 1.

Sinds het uitbreken van de eurocrisis schaarde Nederland zich veilig in het kamp van de nijvere, spaarzame, geordende calvinistische noordelingen. Als spiegelbeeld van die luie, improviserende, potverterende, katholieke zuiderlingen. Een even prettige illusie: ook de financiële markten trapten er namelijk in.

Natuurlijk, de Nederlandse economie is op veel punten sterker dan die van, bijvoorbeeld, Spanje of Portugal. Maar, zoals bovenstaande quizvragen leren, heeft onze economie meer ‘Zuid-Europese’ trekken dan we graag toegeven. We combineren een hoge particuliere schuldenlast met een arbeidsmarkt waar een groeiend legioen mensen amper zekerheid kent.

In Spanje waar ik van 2009 tot 2014 – de hoogtijjaren van de eurocrisis – correspondent was, kennen ze die combinatie al langer. Tot bijna je 40ste word je er behandeld als stagiair. En Spanje blies, net als Nederland, een enorme huizenzeepbel op. De economie is er traditioneel een van boom and bust: hele vette jaren kunnen worden gevolgd door hele magere. De neergang die het land sinds 2008 doormaakte, doet de ‘crisis’ in Nederland verbleken. Spanjaarden leerden leven met een welvaartsverlies, waarbij vergeleken de obsessies met onze koopkrachtplaatjes (half procentje eraf, puntje erbij) lachwekkend is. En dat bij een officiële werkloosheid van 25 procent, en ruim het dubbele onder jongeren. Toch brak in Spanje geen revolutie uit. Mensen gingen wel de straat op. Ze klaagden over corrupte bankiers, sjoemelende politici, hun onzekere bestaan. Partijen die voortkwamen uit deze protestgolf, bedreigen inmiddels het decenniaoude tweepartijenstelsel. Het zijn partijen die kritiek hebben op de zittende klasse en beloven de welzijnstaat te verdedigen. Maar ze zijn minder anti-Europees en xenofoob dan anti-elite partijen elders in Europa.

Waarom blijven Spanjaarden zo mild? Natuurlijk zijn bovengenoemde werkloosheidscijfers vals: zwarte baantjes halen voor miljoenen werklozen de scherpste randjes van de crisis. Evenals steun van de kerk.

Maar bovenal houdt ‘la familia’ het land op de been. Vooral op dit punt kan Nederland veel leren. In Spanje, en andere Zuid-Europese landen, is de sociale zekerheid van oudsher kleiner dan in Noord-Europa. De familie – die veel breder is dan alleen het gezin – is hét vangnet in onzekere tijden.

Wie werkloos wordt, kan altijd een baantje proberen te regelen via een oom. Wie in scheiding ligt, kan een tijdje bij een oudtante logeren. Wie geld nodig heeft, kan wellicht wat lenen bij een vermogende neef. Natuurlijk zitten hier nadelen aan. Familieleden kun je amper een gunst weigeren. Het feit dat een neefje die baan krijgt, is weinig meritocratisch. Ook blijven veel jongeren tot diep in de dertig in Hotel Mamá logeren.

Dit maakt dat ook veel jongeren zich verzetten tegen de ingrijpende arbeidsmarkthervormingen die Brussel, de markten en het IMF in de crisis aan Zuid-Europa opdrongen. Dit versoepelen of goedkoper maken van ontslag zou juist de jeugd ten goede moeten komen. Bedrijven worden, zo is de liberale redenering, dan minder huiverig jongeren vaste contracten te geven.

In Zuid-Europa werd het amper geloofd. Jongeren snakken naar zulke zekerheid. Echter: niet ten koste van het goede salaris, vaste contract en absolute ontslagbescherming van hun oudere familieleden. Die zijn, zeker in crisistijd, immers de enige plek waar ze kunnen aankloppen.

En pakken al die hervormingen wel zo goed uit? Zelfs in het goed georganiseerde Nederland heeft de deze zomer ingevoerde ‘Wet werk en zekerheid’ de hachelijke situatie van tijdelijke werknemers juist vergroot. Het omgekeerde was de bedoeling. Nederland schuift op richting Zuid-Europa.

Op bepaalde punten omarmt Nederland de familie al. De troonrede uit 2013 over de participatiesamenleving was een eerste aanzet. Evenals de regeling waaronder ouders belastingvrij kunnen schenken aan kinderen bij de aanschaf van een huis. Die regeling was niet toevallig een voorstel van ouderenpartij 50Plus: de vleesgeworden verdediger van het verworven recht. Maar ook het neoliberale IMF beval dit Nederland recent nog aan.

Zo vallen meer regelingen te bedenken. Nederland pompt honderden miljoenen euro’s belastinggeld rond aan kinderopvangtoeslag. Is het niet wijzer grootouders financieel te stimuleren (nog) vaker op de kleinkinderen te passen?

Economische onzekerheid, door crisis of globalisering, maakt de horizon van mensen korter. Dat kunnen hervormingsgezinde economen niet leuk vinden. Maar de welzijnsstaat loopt in het Westen tegen grenzen aan. Precair werk is de nieuwe norm aan het worden. Westerse economieën overleven alleen door steeds nieuwe kredietzeepbellen op te blazen. Waardoor elke volgende dreun heftiger wordt. In Zuid-Europa kennen ze het klappen van die zweep allang. Leer ervan en omarm La Familia.