... een mol bij de politie

Hij had een lange staat van dienst bij de politie. En echt harde bewijzen dat hij de lokale hasjmaffia van vertrouwelijke informatie had voorzien, waren niet voorhanden. Toch was de korpsleiding het vertrouwen in hem kwijtgeraakt toen de politie een inval deed in een huis omdat ze daar een hennepkwekerij vermoedde, maar slechts resten van een opgeruimde hennepkwekerij aantrof. Kennelijk waren de bewoners gewaarschuwd.

De verdenking dat de mol in eigen gelederen zat, werd versterkt toen bleek dat de betrokken agent voor de inval gebeld had met de bewoners. In het Turks. Volgens de agent was er gemanipuleerd met de vertaling. Maar ook verder had hij de schijn tegen. Na de inval ging hij uitgebreid uit eten met die bewoners en werd zijn Volvo vervangen voor een duurdere Opel Corsa. Gewoon een ruil, geen gift, was zijn verdediging. Maar in de geheime taps had hij het er wel degelijk over dat hem een auto beloofd was.

Hij had volgens de Centrale Raad van Beroep, waar hij zijn ontslag aanvocht, niet mogen ingaan op de uitnodiging voor het etentje. Hij had ook de schijn niet kunnen wegnemen dat hij beloond was voor het verstrekken van vertrouwelijke informatie. Uit andere opgenomen gesprekken was bovendien gebleken dat hij omging met criminelen. Daarbij ging het over „stekjes”, over het „daarmee verdiende geld” en over „de mogelijkheden om politiebestanden te laten verdwijnen”. Het strafontslag was terecht, concludeerde de Raad van Beroep: „Aan een politieambtenaar mogen hoge integriteitseisen worden gesteld.”