Een levende pinautomaat, die Hans

Wie: Cas en Hans

Kwestie: omkoping, corruptie

Waar: Utrecht

Begin zestig en eind vijftig zijn ze. Nooit eerder kwamen ze voor de strafrechter. Hans heeft bij de politie bekend, Cas niet. Die vindt het allemaal heel erg wat zijn collega over hem heeft verteld. Justitie heeft bij Cas ook nauwelijks verdachte geldstromen kunnen vinden. Van Hans eist de officier echter ruim 17.000 euro terug, aan ‘wederrechtelijk genoten voordeel’ over de periode 2011-2013. Bij Cas was hooguit duizend euro te traceren. Of hij heeft het beter verstopt, of hij heeft niks misdaan. Maar daar ziet het deze ochtend niet echt naar uit.

Het is de vierde en laatste zitting in een zeldzame zaak. Twee werkmeesters van de reclassering zouden stelselmatig geld hebben aangenomen van veroordeelden die hun werkstraf wilden ontgaan. Cas en Hans tekenden de urenlijsten af en lieten het hoofdkantoor in de waan dat de straf was uitgevoerd.

Dit had zich onder criminelen rondgesproken, waarna ook de politie er lucht van kreeg. De tarieven van Cas en Hans zouden variëren van een paar honderd tot duizend euro. De boekhouding van Hans bleek over 2011-2013 zo’n 50.000 euro aan cashtransacties te bevatten. Daarvan kon slechts 37.000 euro verklaard worden. Over het restant, daar gaat de zitting over. Hans zit er verslagen bij.

Hij laat zijn twee volwassen zoons, een collega-werkmeester en zijn zwager getuigen. Hans wil aantonen dat zijn financiële huishouding nog het meeste leek op een commune met contant geld. Hans leende voortdurend bedragen uit, bijvoorbeeld aan de collega die nét een vakantie naar China had aangeschaft plus een parketvloer. Hans overbrugde die aanschaf dan even met 2.700 euro. De collega vertelde de politie eerst dat hij dat destijds, in 2008, al terugbetaalde. Maar deze ochtend verklaart hij dat het toch 2011 geweest moet zijn. Toen hij vernam dat er een „zwaar financieel onderzoek” naar Hans was gedaan, had hij er nog eens goed met zijn vrouw over gepraat. En trouwens ook met Hans zelf. Het jaar van terugbetalen was dus níét 2008 geweest, maar 2011. Dat het daarmee precies binnen de onderzochte periode van het politieonderzoek viel, was toeval.

Ook voor zijn zwager vormde Hans een levende pinautomaat. De zwager kwam dat bevestigen. Als hij „een meiertje nodig had” of met skivakantie wilde, dan was Hans er goed voor. Aan rente deed Hans niet, en opgeschreven werd er ook niets, alles ging op „vertrouwen”.

Als Hans zelf krap zat, kon hij op zijn beurt weer terecht bij zijn zwager. Van zijn studerende zoons kreeg Hans kostgeld, maandelijks wisselende bedragen, maar meestal 100 euro cash.

De advocaat informeert bij alle getuigen ook of ze in die periode het huwelijksfeest en de 50ste verjaardag van Hans’ vrouw bijwoonden. En of ze ook zagen dat daar vooral „envelopjes” werden gegeven. Daar was de ‘cadeautip’ namelijk geld geweest. Voor die 17 mille die de politie als criminele inkomsten rekent, zouden best wel eens huiselijke redenen kunnen zijn.

Intussen vroeg de rechtbank zich af waarom zowel de bankrekeningen van de zoons als die van de zwager hoge cashstortingen lieten zien die vaak dezelfde dag werden doorgeboekt naar de rekening van Hans. Dat geld werd bovendien gestort bij een automaat vlak bij het werk van Hans. Hans gebruikte zijn familie als geldkoerier. De officier laat het woord witwassen vallen. Naarmate de gestorte bedragen hoger zijn, kunnen de getuigen het zich slechter herinneren.

De officier eist twaalf maanden cel, waarvan vier voorwaardelijk. Vorige week veroordeelde de rechtbank beiden tot een half jaar cel. De rechtbank zei hun het omkopen „zeer zwaar” aan te rekenen.