Doemdenker Scheffer wil positieve kant van komst vluchteling niet zien

Paul Scheffer schetst een apocalyptisch beeld over de komst van vluchtelingen. Wat we nodig hebben is een nuchter en praktisch plan om vluchtelingen uit Syrië op te vangen en te integreren, vindt migratieprofessor Leo Lucassen.

Vluchtelingen op een station in Hongarije. Foto Herbert P. Oczeret

In zijn opiniestuk van afgelopen zaterdag over de vluchtelingencrisis gebruikt Paul Scheffer een bekende retorische truc, de stropop: een bewering construeren die zo evident onhoudbaar is dat het vervolgens gemakkelijk is om je gelijk te halen. In dit geval het idee dat voorstanders van open grenzen voor een onbegrensde opvang van asielzoekers zouden zijn en hen zonder meer dezelfde rechten toekennen als ingezetenen. Zij zouden de poorten wagenwijd openzetten met als gevolg dat Europese samenlevingen volledig ontwricht worden door een oneindige vloed migranten.

Gelukkig heeft de auteur een oplossing voor deze apocalyptische dreiging: meer opvang in eigen regio, de buitengrenzen beter bewaken en jaarlijkse quota voor vluchtelingen. Als je het zo opschrijft is er geen speld tussen te krijgen en voorziet Scheffer ons van een ideaal recept om ons geweten te sussen. Het probleem is echter dat hij nergens duidelijk maakt wie dan voor ongelimiteerde toegang tot grondgebied en burgerschap zouden pleiten. Ik in ieder geval niet en andere migratiedeskundigen evenmin. Bovendien haalt Scheffer een tweede zo mogelijk nog dreigender spookbeeld van stal: de snelle bevolkingsgroei in de Arabische wereld, alsmede in Afrika en het Verre Oosten. Zo zou de bevolking van de Arabische wereld, 360 miljoen mensen in 2010, in 2050 bijna zijn verdubbeld. In Egypte, zo lezen we, is de helft van de bevolking momenteel jonger dan 24 jaar. En die willen allemaal naar Europa. Kortom, de boodschap is, ‘you ain’t seen nothing yet’. De exodus is nog maar net begonnen.

Om te beoordelen hoe realistisch Scheffers voorstelling van zaken is, is het goed naar de samenstelling van de groep asielzoekers in de afgelopen dertig jaar te kijken. Met Scheffers doembeeld in het achterhoofd, valt dan op dat er zo weinig mensen naar Europa komen. Op dit moment bestaat zo’n 1 procent van de Europese bevolking uit vluchtelingen, en dat is inclusief de asielzoekers uit Europa zelf. Daarnaast blijken de pieken en dalen heel nauw samen te hangen met concrete oorlogssituaties, precies waar het Vluchtelingenverdrag van Genève uit 1951 voor is bedoeld.

Kijken we naar de afgelopen 25 jaar, dan begint het in de jaren negentig met Joegoslavië en daarnaast Irak, Afghanistan en Somalië. Als daar de rust enigszins weerkeert na de eeuwwisseling, dalen de aantallen asielzoekers dramatisch, om na 2011 weer te stijgen wanneer de situatie in Afghanistan, Eritrea, Irak en vooral Syrië in rap tempo verslechtert. In augustus en september kwam in Duitsland al bijna de helft van de vluchtelingen uit de door Assad met brute hand geregeerde staat. Met als gevolg dat 2015 een record zal vestigen met waarschijnlijk meer dan een miljoen asielzoekers. Een derde daarvan komt overigens uit Europa zelf (vooral de Balkan), een derde uit Syrië, Afghanistan en Irak en nog zo’n tien procent uit de Hoorn van Afrika. Het is dus primair oorlog en niet de veronderstelde demografische tijdbom in het Midden Oosten of Afrika die de timing, omvang en samenstelling van de asielzoekers bepaalt. Uit Egypte komt vrijwel niemand en de aantallen uit Subsahara Afrika zijn al jaren laag.

Dat alles neemt niet weg dat Europa, en met name Duitsland (en Merkel), een groot logistiek en politiek probleem heeft. En de beelden op televisie van mensen in nood in Slovenië lijken Scheffer gelijk te geven. Maar zoals wel vaker op tv: het is maar een deel van de waarheid. Want de mensonterende beelden zijn in de eerste plaats het gevolg van een gebrek aan een Europees beleid en het aanleggen van honderden kilometer hekken langs de grenzen van Hongarije en andere Midden-Europese staten. Het is dan ook een illusie te denken dat deze kwestie wordt opgelost door meer grensbewaking. In plaats van de buiten- (en binnen) grenzen nog verder dicht te timmeren, met zeer hoge financiële en humanitaire kosten en voorspelbare averechtse effecten (mensensmokkel), zal Europa de handen ineen moeten slaan. Wat we nodig hebben is een nuchter en praktisch plan om met name de vluchtelingen uit Syrië op te vangen en te integreren. In plaats van minder Europa, is hier juist meer Europa nodig. Want het is niet zo dat de halve Derde Wereld aan de poorten van Europa staat te dringen. In plaats daarvan staat het huis van de buren in brand, terwijl de omwonenden ruzie maken in plaats van gezamenlijk hulp te bieden.

Resteert de vraag wat te doen als er nog veel meer huizen in brand vliegen (al dan niet mede veroorzaakt door Europese bemoeienis, maar dat terzijde). Scheffer heeft uiteraard gelijk dat wij niet de ellende van de hele wereld op ons kunnen nemen. En het is mogelijk dat in de toekomst de wereld zo instabiel wordt, dat er andere maatregelen nodig zijn. In dat geval is Scheffers tweede optie (quota) een mogelijk alternatief. Vooralsnog is het echter nog lang niet zover.

Tot slot ontneemt het doemdenken ons het zicht op de positieve kanten, want een vergrijzend Europa kan ook profiteren van de nieuwkomers, van wie velen een goede opleiding hebben. Maar dan moeten Europese landen dat wel willen en daar ook naar handelen. En hen niet, zoals in de jaren negentig, in ellenlange procedures houden, en naderhand concluderen dat de integratie wel erg moeizaam gaat en de vluchtelingen veel geld kosten.

Leo Lucassen is directeur onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar aan de Universiteit Leiden.