De kosten van de wetenschap

Eindelijk goed nieuws over de Nederlandse universiteiten. Ieder jaar gaat er in Nederland meer geld naar het universitaire onderzoek. En ook al stijgt het aandeel van medisch onderzoek relatief, en daalt dat van technisch onderzoek, álle wetenschapssectoren krijgen ieder jaar meer geld, zelfs de letteren en de sociale wetenschappen. Dat was de uitkomst van onderzoek van de wetenschapsredactie van deze krant.

Mooi. Nu zijn er twee belangrijke vragen. Is dat geld genoeg? Hebben alle klagers in de universitaire wereld ongelijk?

Het is nooit genoeg. Het mooie én het akelige van wetenschap is dat je nooit weet of met de laatste euro net de belangrijkste ontdekking kan worden gedaan. Of juist niet. Vandaag komt het CPB met een studie naar de waarde van wetenschap en daar weten ze het niet. In het ene model is meer geld voor wetenschap niet zo slim, in het andere model juist wel. De voorlopige conclusie luidt: goed dat er steeds meer wordt uitgegeven aan wetenschap. Minder zou dom zijn.

Maar dan de andere problemen. Er moge geld ‘genoeg’ zijn, veel klachten van wetenschappers keren zich tegen de zinloze bureaucratische procedures waarmee al dat geld verdeeld wordt. Afgelopen weekend spuwde de vooraanstaande biomedicus Piet Borst, nestor van het Nederlandse kankeronderzoek, in NRC zijn gal over de NWO-onderzoeksaanvragen, waarvan maar een paar procent kan worden toegekend. Wat een zinloze arbeid voor al die afgewezenen, die – zo blijkt weer uit ander onderzoek – meestal even goede wetenschappers zijn als de mensen die wél de felbegeerde subsidie krijgen. En dan het feit dat 60 procent van het wetenschappelijk personeel geen vast contract heeft: flexibiliteit is belangrijk, maar dit is wel erg veel. Plus de punten die de academische actiegroep Science in Transition al eerder aan de orde stelde: het overdreven belang dat er aan citatiescores en ranglijsten wordt gehecht; het nog altijd heersende maar foute beeld dat wetenschap politieke problemen moet (en kan) oplossen; het te geringe contact tussen wetenschap en samenleving.

Al die zinloze aanvragen, al die losse contracten, al die ivoren torentjes, ook zonder ruzies over geld zijn er nog onderwerpen genoeg voor het debat over de Nederlandse wetenschap. De bestuurscultuur aan de universiteiten is er – net als bijna overal bij de moderne overheid – een van strenge controle en meting van output. Dat was ooit een goed idee. Maar misschien is dat principe nu te ver doorgeschoten. Al die controle leidt vooral tot heel veel ordinary science, terwijl juist voor riskant onderzoek veel ruimte moet blijven in het Nederlandse bestel.