Belastingbrief voor de koning

De Tweede Kamer stemt vandaag over een motie de koning zwaarder te belasten. Kan dat?

De koning betaalt gewoon belasting, net als iedere andere Nederlander. Met die mededeling verraste premier Rutte twee weken geleden de Tweede Kamer. De jaren ervoor was het tijdens Kamerdebatten over de Koning altijd gegaan over de manieren waarop het staatshoofd, zijn vrouw en zijn moeder juist géén belastingen hoeven te betalen. Niet over de jaarlijkse uitkeringen, niet over de erfenis die de troonopvolger krijgt. Niet over de geschenken die de vorst ontvangt. Het staat allemaal in artikel 40 van de Grondwet.

Dat is nog steeds zo, zo bleek uit een nadere toelichting van Rutte. Maar de premier wilde vooral beklemtonen welke belastingen de koning wél betaalt. Wel alle belastingen over zijn privévermogen, wel de onroerendezaakbelasting op particulier vastgoed, wel hondenbelasting. Wel de btw op de kosten voor zijn speedboot.  

Een flink deel van de Tweede Kamer was niet overtuigd. SP, PvdA en D66 (samen 65 zetels) dienden een motie in waarover vanmiddag gestemd zou worden. Daarin wordt het kabinet opgeroepen voorstellen te doen „hoe de belastingvrijstellingen van de koning, de koningin en de voormalige koningin ongedaan kunnen worden gemaakt”. Vooral voor de PvdA, als regeringspartij dichter bij de Kroon dan als oppositiepartij, is dat opmerkelijk. Coalitiegenoot VVD, die eerder ook vond dat de koning inkomstenbelasting moest betalen, vindt dat sinds kort niet meer.

Diverse soorten ongenoegen liggen ten grondslag aan de motie waarover vandaag wordt gestemd. Er is irritatie over de vele fiscale vrijstellingen voor het Koninklijk Huis, en dat voor een zeer vermogende familie als de Oranjes. Daarbovenop komen onverwacht hoge overheidsuitgaven voor renovatie van Paleis Huis ten Bosch en de koninklijke zeilboot. En dan is er nog het verlangen om de koning fiscaal hetzelfde te behandelen als zijn onderdanen.

NRC vroeg twee fiscaal deskundigen of verhoging van de belastingen voor de Koning een goed idee is. Verdraagt de bijzondere positie van het staatshoofd, maar ook de bijzondere samenstelling van zijn bezit dat wel? Hiervoor inventariseerde NRC tevens wat er over dat bezit bekend is.

Fiscaal jurist Clemens Meerts en belastingadviseur Michael van Gijlswijk (adviesorganisatie BDO) concluderen uit de inventarisatie dat de koning en zijn familie ruwweg „ten minste enkele miljoenen euro per jaar belasting betalen”, zoals Meerts zegt. „Dat is volstrekt aannemelijk”, zegt Van Gijlswijk. Preciezer kan hun schatting niet zijn. Ze passen het tarief van 1,2 procent uit box 3 toe op de – minstens – enkele honderden miljoenen euro’s aan vermogen (waaronder veel aandelen) die de Oranjes volgens zakenbladen als Forbes en Quote en de Amsterdamse vermogensbeheerder Wijs en Van Oostveen bezitten. De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) geeft daarover geen uitsluitsel. Wel schrijft de RVD op vragen van NRC dat voor de koninklijke familie vermogensrendementsheffing „aan de orde is”. 

De vele landgoederen (geschat op meer dan 600 hectare), zoals De Horsten in Wassenaar, blijven onbelast. Meerts en Van Gijlswijk wijzen op de Natuurschoonwet uit 1928 die landgoederen vrijstelt van ozb en vermogensbelasting in box 3.

Het principe van gelijkheid

Eventuele belastingheffing (via de inkomstenbelasting) over de jaarlijkse uitkering voor de koning, zijn echtgenote en moeder, zoals een deel van de Kamer wil, zal ongeveer acht ton opleveren (50 procent van 1,6 miljoen euro in box 1). Fiscaal jurist Meerts is daar om principiële redenen voorstander van. „Vergeleken met de opbrengst van de vermogensrendementsheffing gaat het om een klein bedrag”, zegt hij. „Maar het is anno nu niet meer verdedigbaar dat de koning geen belasting over zijn fikse inkomen betaalt, en alle andere Nederlanders wel.”

Meerts voert voor deze gelijkstelling al enkele jaren een juridische procedure, inmiddels bij de Hoge Raad. Overigens zou de fiscalist de uitkering voor de koning willen verhogen, mocht zijn juridische strijd succes hebben. „Het gaat mij niet om een verlaging van het netto-inkomen van de koning, maar om het principe van de gelijkheid voor de wet.” 

Belastingadviseur Van Gijlswijk vindt zulke operaties onnodig ingewikkeld. Ook wijst hij op mogelijk negatieve effecten van uitgebreidere belastingheffing. „Wie meer belasting gaat betalen, gaat ook meer aan belastingplanning doen”, zegt hij. „De bijzondere samenstelling van het koninklijk vermogen en bezit biedt daarvoor allerlei mogelijkheden. Het mooie van de huidige situatie is dat die tamelijk overzichtelijk is.”

Wie daarmee niet tevreden is en toch op de uitgaven voor het koningshuis wil korten, kan het volgens Van Gijlswijk aanzienlijk minder ingewikkeld aanpakken. „Zo zou de Tweede Kamer simpelweg kunnen besluiten de uitkering aan de koning te verlagen. Dat vergt geen Grondwetswijziging. Ook zou de premier de koning kunnen bewegen meer kosten van bijvoorbeeld de paleizen voor eigen rekening te nemen.”

Mocht de motie van SP, PvdA en D66 vanmiddag worden aangenomen, dan wil het kabinet die niet uitvoeren. Het had immers al na een ambtelijke studie geconcludeerd dat alles bij het oude kan blijven. Als het kabinet hierbij blijft, is de Tweede Kamer weer aan zet. Dan moet het parlement besluiten of het wil doorbijten naar het koningshuis.