Indonesië kleurt geel door giftige rook 

Indonesië weet zich geen raad met de enorme bos- en veenbranden die het land teisteren. Zitten de palmoliebedrijven hier achter?

De Indonesische president Joko Widodo inspecteert de veenbranden op Borneo. Hij kondigde al een paar keer aan dat het snel afgelopen moest zijn, maar de branden blijven woeden.

Eerste luitenant Nurjamil weet niet meer wat hij moet doen. Al een maand bivakkeren zijn mannen onder een brug bij de stad Palangka Raya in Kalimantan. Ze slapen een paar uur. Ze spuiten water op de smeulende veengrond. Ze graven brandgangen. Ze roken sigaretjes. Ze poetsen hun laarzen. 

De aangestoken bos- en veenbranden zorgen ook voor overlast in  buurlanden als Maleisië, Thailand,  Singapore en Brunei. Zelfs de Filippijnen, ruim vijftienhonderd kilometer  van de branden vandaan, meldt hevige rookoverlast. Foto Melle Garschagen

Maar van iedere vierkante meter geblakerde grond die ’s avonds doordrenkt is met bluswater, kringelt ’s ochtends weer rook. „Het heeft geen zin”, zegt Nurjamil, officier bij de strategische reservetroepen Kostrad. Hij is samen met zijn manschappen overgekomen uit de Oost-Javaanse stad Malang. Zijn drie megafoons die op zijn borst zijn geklemd kraken onafgebroken. „De branden zitten soms vijf of zes meter diep onder de grond. Het is onbegonnen werk. Bovendien is er niet veel water beschikbaar.” 

Iets verderop probeert een eenheid van de paramilitaire Brimob-brigade het vuur te doven. Veertig bonkige mannen in strakke zwarte uniforms, zwarte baretten en zwarte kistjes schreeuwen orders naar elkaar. Ze hebben één bluswagen en twee brandslangen. Uiteindelijk staan dertig mannen orders te roepen naar de tien jongste paramilitairen die door het struikgewas richting de vlammen rennen. „We willen echt ons best doen. We hebben alleen veel te weinig materieel. Of het is stuk. Of het is oud. Of wij hebben er te weinig van, zegt een van de mannen.

 

Dit is ongekend

De Indonesische bos- en veenbranden van dit moment zijn ongekend (zie interview). Door extreme droogte, veroorzaakt door het meteorologische fenomeen El Niño, en een eindeloze honger van boeren en planters naar nieuwe akkers voor rubber en palmolie, staan grote delen van Kalimantan, Sumatra, Sulawesi en Papoea al maanden in brand. Wie er achter zit blijft schimmig. Niemand weet iets, niemand heeft iets gezien, maar de branden blijven woeden. Milieuorganisaties wijzen naar grotere palmoliebedrijven. De palmoliebedrijven geven kleine boeren de schuld: zij zouden land op onverantwoorde wijze in brand steken.

Rond Palangka Raya valt op dat vooral onbeheerde veengronden en kleine akkers van boeren in brand staan. Op de velden waar enkele jaren geleden brand woedde staan keurige rijen palmbomen aangeplant, soms eigendom van een boer, soms in bezit van een groot bedrijf.

Wie een paar dagen op Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo, door de dikke rookwolken ronddoolt, ziet niet alleen hoe uitgebreid en gevaarlijk de branden zijn, maar ook hoe krakkemikkig de aanpak van de Indonesische regering is. De Indonesische president Joko Widodo laat zich met regelmaat rondleiden door getroffen gebieden, kondigt deadlines aan (binnen een maand moet het afgelopen zijn) en aanvaardt zelfs mondjesmaat hulp van buurlanden Singapore, Maleisië en Australië. Dat klinkt mooi, maar in zwaar getroffen steden als Palangka Raya merk je er niks van. Twee maanden geleden stikte de bevolking in de rook. Nu stikken ze nog steeds. 

Alles gebeurt in een wereld vol rook

Luchtvaartmaatschappijen als Garuda Indonesia, Air Asia en Malaysia Airlines klagen over schade die  in de tientallen miljoenen euro’s  loopt door vluchten die worden geannuleerd. Hetzelfde geldt voor  hotels en resorts op bekende toeristische plaatsen als het Thaise feesteiland Phuket.  De Indonesische regering schat de  economische schade op 35 miljard Amerikaanse dollar, circa 4 procent  van het bruto binnenlands product. Foto AFP

Het leven voltrekt zich in sepiatonen in de provinciestad in Midden-Kalimantan. Op je scooter rijden naar je werk, het vrijdagmiddaggebed: het gebeurt allemaal in een wereld vol rook en zonder kleur. De minaret van de imposante Al-Abrar-moskee verdwijnt in de gele nevel, alsof je naar een vergeelde ansichtkaart kijkt. De rook schept een mysterieuze wereld, maar de wolken zijn gevaarlijk. De rook van verbrand veen bevat koolstofdioxide, methaan, koolmonoxide, ammoniak en cyanide. Dat constateerde onderzoeker Tom Smith van King’s College London onlangs na analyse van de rook.

Al drie maanden lang ademen de bewoners van Kalimantan gif in. Dat weten ze. Schoolkinderen dragen af en toe mondkapjes, met afbeeldingen van Hello Kitty en Frozenprinsessen Anna en Elsa. Maar rondrennen en lolly’s eten met een masker werkt niet. Dus bungelt de bescherming om hun nek op het schoolplein. 

In Maleisië en  Singapore zijn, net als in Indonesië,  de afgelopen maanden duizenden  scholen met grote regelmaat dicht  geweest. Foto Melle Garschagen. 

Voor de zoveelste keer heeft schoolhoofd Ernawati op de Menteng-basisschool besloten de kinderen naar huis te sturen. „Het is vandaag weer te gevaarlijk. Kinderen krijgen hoofdpijn. Het is beter als ze thuis binnen leren”, zegt ze. In de ruiten van de lokalen zitten barsten en gaten door gebrekkig onderhoud. Op de lessenaars ligt een laag as. De rook heeft hier vrij spel. Of de kinderen naar huis sturen soelaas biedt, is twijfelachtig.

Ook in het ziekenhuis

Waar je ook bent in Palangka Raya, de rook is overal. Dat begint al op 3.000 meter als een vliegtuig de daling inzet. Een penetrante brandlucht vult de cabine, tot paniek van de stewardessen. Die rooklucht verlaat je niet. In de auto, in hotelkamers, in restaurants en dus ook in de huizen van de kinderen die van school gestuurd worden en in de behandelkamers van het Doris Sylvanus-ziekenhuis. 

De branden breiden steeds uit. Na  Zuid-Sumatra en Kalimantan nemen  satellieten ook brandhaarden op Sulawesi, Papoea, Soembawa en Soemba waar. Foto Melle Garschagen.

Op de intensive care ligt Rafa, een jongetje van twee maanden oud. Een zuurstofslangetje loopt naar zijn neus. In zijn handje zit een infuus. Zijn borstkas zakt hol in als hij ademhaalt. Door vocht in zijn longen piept Rafa als hij lucht binnenhaalt. Linda (27), Rafa’s moeder, is boos. Ze heeft drie andere kinderen thuis en kan de rookwolken niet ontvluchten. „Wanneer beseft men dat er echte slachtoffers zijn”, vraagt ze. Op Sumatra zijn vier baby’s gestorven aan luchtweginfecties als gevolg van de rookwolken, melden Indonesische media.

Dokter Theodorus Sapta Atmadja luistert naar de longen van Rafa „De grootste gevolgen voor de volksgezondheid zullen zich pas over tien, twintig of dertig jaar voordoen. De kans is groot dat de generatie die nu de rook inademt een groter risico heeft op longziektes als COPD of longkanker”, zegt dokter Theodorus. De vorige keer dat zulke grote delen van Sumatra en Kalimantan in brand stonden was in 1997. Daarna zijn 11.000 mensen vroegtijdig overleden aan longaandoeningen.

Dokter Theodorus zegt dat Rafa waarschijnlijk beter wordt. De moeder van de baby kijkt er bij alsof ze dat geruststellende oordeel niet gelooft. De tranen staan haar in de ogen. Ze lacht cynisch: „De enige oplossing? Dat er eens een einde wordt gemaakt aan deze branden.”

Lees ook: 'Als een sterke El Niño plaatsvindt, gaat het hele land in de fik'