Column

Veertiende minuut

De rookwolk hing doodstil boven het hoofd van Leo Beenhakker. De 73-jarige coach had tijdens de fotoshoot voor het magazine van de Volkskrant zijn verslaving niet weggemoffeld. Ja, hij rookte nog altijd. Vroeger sigaretten, tegenwoordig dunne sigaartjes van het merk La Paz. Ik zag de gelooide huid van Beenhakker.

Doorleefd, doorrookt.

Ten tijde van de fotosessie in zijn appartement wist Beenhakker niet dat bij Johan Cruijff longkanker was geconstateerd. Ik vermoed dat hij zijn rokertje anders in de doos had gelaten.

Tijdens het zien van de foto drong tot me door dat het vertrouwde beeld van de rokende trainer zo goed als verdwenen is. Er was nog een korte overgangsperiode met lolly’s in plaats van sigaretten maar dat is ook voorbij.

Roken op de bank is uit.

30 november 1980. Ajax-trainer Beenhakker ziet Cruijff vanaf de tribune afdalen. Hij gaat naast hem zitten in de dug-out. Ajax staat thuis met 1-3 achter tegen Twente maar wint alsnog met 5-3. In die tijd rookten Beenhakker en Cruijff nog. Na een hartinfarct in 1991 besloot Cruijff te stoppen.

Na de première van de documentaire En un momento dado (over zijn Catalaanse periode) mocht ik Cruijff in het voorjaar van 2004 interviewen in een vol Luxortheater. Hij was zenuwachtig geweest voor de film, bekende hij.

Had hij wel eens de aandrang gevoeld zijn onrust weg te roken met een peuk?

„Nee”, zei Cruijff zeer beslist.

Het afgelopen weekend werd afgesproken dat in alle voetbalstadions tijdens de veertiende minuut een applaus voor Cruijff moest klinken.

Ajax-coach Frank de Boer stond in Arnhem aan de rand van het veld. Hij had een geruit colbertje uit de kast gehaald. De Boer moest zijn spelers coachen en tegelijkertijd een minuut aan Johan denken. De wedstrijd lag niet stil. Terwijl hij geconcentreerd naar het veld bleef kijken, klapten de handen als vanzelf.

Televisiecamera’s zochten naar bekenden op en langs de velden. Klapten ze? Marco van Basten, Giovanni van Bronckhorst, John van den Brom, Peter Bosz. Ja, ze klapten. Zoals ook het publiek van alle clubs liefde voor Cruijff betuigde.

Clubvoorkeur, status, huidskleur, land van herkomst; het deed er een minuutje lang niet toe. Eén waren de supporters, en bloedserieus ook, omdat het land een sporticoon dreigt te verliezen.

Johan Cruijff als tijdelijk bindmiddel van een verscheurde natie.

Hoe zou het Beenhakker vergaan zijn?

Zo zag ik het voor me: Beenhakker zit voor de televisie, in zijn appartement met uitzicht op de Kuip. In de veertiende minuut dooft hij plechtig zijn sigaartje, wappert de rook weg met de Volkskrant, staat op en klapt in zijn eentje voor Cruijff.