Uitkering is niks. Werk maakt trots

Vluchtelingen troffen dit weekend werkgevers in Amsterdam. „Integreren begint met werken.”

Bezoekers van de bijeenkomst voor vluchtelingen en werkgevers op het voormalige Veronica-schip schrijven zich in bij een medewerker van Uitzendbureau Randstad.

Mensen lopen met volle plastic tassen over de NDSM-werf in Amsterdam-Noord. Het is druk. Er zijn opvallend veel allochtonen. Sommige trekken een trolley achter zich aan. Andere houden geruite boodschappentassen met leren handvaten vast. Gaan ze naar de netwerkbijeenkomst voor vluchtelingen op het schip van de voormalige piratenzender Veronica?

Nee, zegt een vrouw met een hoofddoek. Ze komt net van de vlooienmarkt, in de IJhallen achter haar.

Het Veronica-schip, een partyboot tegenwoordig, ligt daar vlakbij. Aan de pier, naast de pont over het IJ. Op het dek van het schip is het rustig. Binnen niet. Daar banen mensen zich een weg door het donker, langs tafels met Turks brood en tapenades. Er is een band; mannen zingen in het Arabisch op de muziek van de gitarist.

Ontwrichte samenleving

Dit is deze zaterdagmiddag dé plek waar vluchtelingen kunnen praten met werkgevers. Een initiatief van de eigenaar van het schip, Nimet Akdemir, die gewoonlijk culturele evenementen organiseert. In een afgesloten ruimte van het schip, achter een glazen deur en een rood fluwelen gordijn, vertelt ze over haar idee. „Het is ontzettend belangrijk dat asielzoekers snel aan het werk kunnen”, meent ze. „Voor henzelf; ze hebben een doel en kunnen in hun eigen levensonderhoud voorzien.”

Maar ook voor ons is dat goed, zegt Akdemir. „Ik hoor politici praten over een ontwrichte samenleving. Dat kunnen we zelf tegengaan. We moeten mengen. Met elkaar omgaan. Dan leren zij over ons en wij over hen.”

Vanuit die gedachte richtte Akdemir de site ontmoeteenvluchteling.nl op. Waar mensen zich kunnen aanmelden als ze met een asielzoeker willen koffiedrinken. Of Nederlandse les willen geven. Of mensen aan een baan willen helpen. „Want integreren begint met werken.”

Achter in de boot is het het drukst. Daar staan voornamelijk Syrische mannen – vrijwel allemaal gekleed in pantalon, overhemd, trui én colbert – bij twee tafels van uitzendbureau Randstad. Daar noteren twee vrouwen de namen van de aanwezigen. Ze schrijven op wat de mannen in het hun eigen land hebben gedaan en wat ze nu wensen te doen.

Afwasfabriek

Een van de vrouwen moet plots even ingrijpen. „Geen ruzie maken jongens”, zegt ze tegen twee mannen die elkaar duwen. „Iedereen komt aan de beurt.”

Een man met snor gaat snel zitten en laat de Randstad-vrouw zijn mobiele telefoon zien. Op het display staan Arabische teksten met daaronder de gebrekkige Nederlandse vertaling: ‘Ik werk in de chemische afwasfabriek’. Achter de balie, wil Randstad weten. „No, at production”, zegt de man.

De Syriër heet Adnan Aboalhijaa, is 50 jaar oud en is hier samen met zijn vrouw. Ze hebben een verblijfsvergunning en wonen met hun twee tieners in Hoorn. Daar doet hij naar eigen zeggen vrijwilligerswerk. Hij noemt het woord ‘rijst’ en gebaart dat hij dat in zakjes doet. „Met sticker.” Aboalhijaa hoopt vurig op een echte baan, vertelt hij. Een uitkering vindt hij niets. „Niet fijn. En werk maakt trots.”

Alleen zijn er vanmiddag niet zo veel werkgevers om mee te praten. Volgens vrijwilliger Martijn Roos zijn het er „een stuk of tien”. Er waren net mensen van het Allard Pierson Museum en Nemo”, vertelt hij. „En er bleken twee archeologen onder de vluchtelingen.” De middag is op het laatste moment geregeld, zegt Roos. „Dus ja, het kan wel beter. Maar dit is toch een mooie aftrap.”

Naarmate de middag vordert, komen meer mensen aan boord, onder wie Mohammed Denno (42). Ook hij komt uit Syrië en is hier met zijn vrouw. Hij vertelt over zijn werk in Aleppo als salesmanager in de automatisering. En over zijn vrouw, die grafisch ontwerper is. Ze zijn bereid ook ander werk te doen, zegt Denno. „We hebben zoveel meegemaakt. En ik heb twee dingen geleerd: wees niet kieskeurig in het leven, en beschouw niets als vanzelfsprekend.”

De volgende dag geeft Nimet Akdemir – de eigenaar van de boot – nog een update over de middag per sms. Er zijn uiteindelijk vijfhonderd mensen op afgekomen, schrijft ze. Meer dan de helft was vluchteling. En er ontstond „een mooi feest” aan het einde van de middag; muzikanten uit het tentenkamp in Zaandam zorgden voor wat „uitbundige” optredens.