Stop dat geroep, doe zelf eens wat aan China

Amnesty toetert wel hard, maar doet zelf te weinig om de mensenrechten in China echt te verbeteren, meent Tom Zwart.

Amnesty riep de koning op mensenrechten aan de orde te stellen in China. Die oproep is overbodig. Minister Koenders had al gezegd mensenrechten tijdens het staatsbezoek ter sprake te brengen door met China als partner de dialoog aan te gaan en het land niet de maat te nemen. Hij wees er laatst op dat de machtsverhoudingen in de wereld en het imago van mensenrechten veranderd zijn. Wie aandacht vraagt voor mensenrechten moet zorgen dat de boodschap bij de gesprekspartner overkomt. Het is niet de koning maar Koenders die in China de regering vertegenwoordigt. De Amnesty-campagne is contraproductief. Van de koning wordt in feite gevraagd de Chinese gastheren te beleren. Zo’n houding wordt als neokoloniaal ervaren. Het belang van de mensenrechten moet niet ondergeschikt worden gemaakt aan het eigen gevoel van morele superioriteit.

Volgens Amnesty is in China sprake van repressie. Dat doet geen recht aan de voortgang op het terrein van de mensenrechten onder president Xi. De heropvoedingskampen zijn afgeschaft, het aantal doodstrafdelicten neemt af, rechtsbescherming neemt toe en het Centraal Comité investeert in versterking van de rechtsstaat.

China wordt door de media neergezet als een land waar het slecht met de mensenrechten gaat. Journalisten houden aan dat beeld vast – ook als de feiten dat weerleggen. Volgens de World Value Survey vindt slechts negen procent van de Chinezen dat de mensenrechtenbescherming te wensen overlaat. Zulke cijfers logenstraffen het beeld van onderdrukking dat door Amnesty en de media wordt opgeroepen. In zijn campagne vraagt Amnesty de koning op te komen voor de rechten van advocaten en activisten die ten onrechte gearresteerd en veroordeeld zouden zijn. Als Amnesty het lot van deze personen zou willen verbeteren, is bemoeienis door een buitenlands staatshoofd niet de oplossing. Het Chinese strafprocesrecht biedt mogelijkheden om een proces te garanderen, zoals uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs, hoger beroep en revisie in geval van onterechte veroordeling. Amnesty kan in het gebruik van die rechtsmiddelen investeren door een fonds op te richten waaruit rechtsbijstand kan worden betaald. Zo’n investering draagt meer bij aan de mensenrechtenbescherming dan het betalen van een reclamecampagne. Op die manier voegt Amnesty zich bij Nederlanders die bijdragen aan de mensenrechten in China. Zo scheppen onze bedrijven er werk en realiseren zo sociaal-economische rechten. Nederlandse experts dragen bij aan voedselveiligheid en watermanagement en investeren in recht op gezondheid en bestaanszekerheid. Met Chinese partners zet ik een innocence project op, waar slachtoffers van rechterlijke dwaling terecht kunnen om hun zaak te heropenen.

Op het terrein van de mensenrechten in China is het glas meer dan half vol. Nu komt het erop aan het tot de rand te vullen. Dat vraagt om actieve betrokkenheid en niet om een afwijzend gebaar.