Recensent Geelen stopt na tienduizend uur tv-kijken

Jean-Pierre Geelen stopt als tv-recensent van de Volkskrant en brengt een boek uit: ‘Zelf tv-kijken’.

Tienduizend uur zat JeanPierre Geelen voor de televisie. In het boek Zelf tv-kijken maakt de scheidend tv-recensent van de Volkskrant, de balans op van zeven jaar lief en leed. Wat kwam er voorbij? Ruud ging van Estelle af. En Yolanthe zoende met Wesley bij de parkeerautomaat. En al de vermoorde kinderen, prins Friso in de sneeuw, de begrafenis van Harry Mulisch.

De invloedrijke tv-criticus houdt ermee op per 30 oktober. Desgevraagd geeft hij per mail zijn motivatie. Hij wil voorkomen dat hij in herhaling vervalt. Verder wil hij zijn sociale leven terug, en vindt hij dat zijn vak uit de tijd raakt doordat het kijkpubliek versnipperd raakt, onder meer door de opkomst van online video: „Ik heb het gevoel dat de klassieke tv-recensie iets archaïsch krijgt.” Een poule van vier tot vijf redacteuren gaat voortaan een bredere column vullen over video. Zelf krijgt Geelen een dagelijkse column over cultuur in den brede.

In zijn afscheidsboek verbaast Geelen zich over de reacties die hij altijd kreeg op verjaardagen als hij zijn beroep onthulde. Wat erg, zeiden de mensen, dat hij iedere avond televisie moest kijken. Geelen vindt dat vreemd. Je zegt toch ook niet tegen een balletrecensent: wat erg dat je iedere avond naar ballet moet?

Volgens hem ligt dit aan het beroerde imago van televisie. Als enigszins opgeleid mens dien je namelijk te veinzen dat je nooit tv kijkt. Geelen schrijft: „De opvatting dat televisiekijken iets is voor eenzamen, ongelukkigen en minder begaafden, heeft een lange historie.” Maar het ligt ook aan de tv-critici zelf. Vaak vertellen zij ons dat tv plat en slecht is. IJkpunt is nog altijd Gerrit Komrij, die bijna veertig jaar geleden in NRC oppervlakkige scheldkritieken tegen televisie schreef.

Geelen ontkomt ook niet aan het tv-beuken. Hij stelt weliswaar dat de huidige televisie veel beter is dan twintig jaar geleden: „Evengoed bestaat er – vrijwel dagelijks – prachtige en indrukwekkende televisie. Als je er maar oog voor hebt.” Maar het grootste deel van zijn boek is een tirade tegen televisie. Zijn vernietigende conclusie: televisie leeft in haar eigen wereldje vol instant drama, opgediend door zelf gekweekte Bekende Nederlanders, een wereld die niet zo veel met de buitenwereld te maken heeft. Een treffend voorbeeld levert Geelen als hij over een weeralarm schrijft. De nieuwsrubrieken zijn daar zo opgewonden over, dat ze het vergeten te checken. Dus meldt de nieuwslezer dat het noodweer is, waarna Geelen zijn blik naar het venster wendt en ziet dat buiten de zon schijnt.

‘Dramadrang’ noemt hij het. Iedere dag moet er iets opgeblazen worden tot de ramp van de dag. Alles is gericht op emoties melken, alles moet ‘heftig’ zijn. Dus vult het scherm zich met ziekte , dood, familieleed, domme proleten en goede-doelengala’s. Veel ellende, maar wel altijd eindigend in een positieve noot: „Misschien is het een reflectie van een diep verankerd en donker gereformeerd verleden in de Lage Landen. Door lijden en afzien zult gij boeten, om te worden verlost van onze schuld en het kwaad.”

Geelen ergert zich aan de pretentie van dit soort programma’s: „Het waanidee dat tv op aarde is om mensen te helpen.” En hij vindt ze wansmakelijk: „Ik heb niets tegen emoties – ik heb ze zelf wel eens. Het gaat mij om de industrie en de vervuilende werking: afstomping.”

Om zijn punt te maken waadt Geelen door duizenden uren pulp-tv. En dat vertekent de zaak. De boekbespreker gaat ook niet de branche afkammen aan de hand van tientallen pulpromans. Hij bespreekt de belangrijke schrijvers en laat de troep links liggen. Waarom in tv-recensies dan wel al die aandacht voor pulp? Geelen schrijft: „De dagelijkse lessen in lelijkheid zijn minstens zo leerzaam voor wie schoonheid wil herkennen. Zoals je bij een tweedehands auto ook altijd even naar de onderkant moet kijken, zo horen de afzichtelijke leegte van de woestijn en de angstwekkende afgronden bij het televisielandschap.”

Bovendien toont hij aan dat de overdaad aan pulp ook de nieuwsrubrieken aantast. Ook zij blijken niet immuun voor roddel, emotie-tv en opgeblazen onzin. Eigenlijk, zo stelt Geelen, is het droevig gesteld met de tv-journalistiek. Als voorbeeld noemt hij de liveverslagen van nieuws dat nog in ontwikkeling is. Verslaggevers „met een microfoon in hun lege handen” babbelen de tijd vol terwijl ze eigenlijk niets te melden hebben.