Pintscher schetst dreigende dieptes, met soms een knal

Alsof je door een dor en onmetelijk oerlandschap loopt – die associatie wekte zaterdag de Nederlandse première van Bereshit van de Duitser Matthias Pintscher: een uitdijende muzikale omgeving, met ijle tonen die opstijgen uit dreigende dieptes, af en toe onderbroken door een klankexplosie.

Het eerste woord van de Thora is ‘bereshit’, Hebreeuws voor zoiets als ‘een begin’. Tijdens de Matinee bracht Pintscher zijn werk met zijn eigen gezelschap, het volmaakt virtuoze Ensemble intercontemporain, behorend tot de elite van de moderne muziek. Schatplichtig aan de titel maakte men van het begin meteen iets bijzonders: bloedstollend was de bijna onhoorbare tamtamruis waarboven de noot F langzaam tot leven kwam, vervolgens diverse gestaltes bezielde en een hypnotiserend half uur later oploste in de mist.

Bijpassend was het tevoren in wereldpremière gebrachte D’Estasi voor 23 musici van Pasquale Corrado. Zich baserend op Rafaëls schilderij Estasi di santa Cecilia zocht Corrado de extase in zweepslagen die sterretjes veroorzaakten. Het daaropvolgende gepijnigde gekreun en gefriemel was indrukwekkend, maar ver verwijderd van Rafaëls verbeelding.

De extase werd in toom gehouden in Wagners Wesendoncklieder, voor klein ensemble bewerkt door Francisco Coll. Hij paste soms een erg zoete soft focus toe, maar wist de ervaren invalsopraan Christiane Iven te verleiden tot zeer zacht gezongen intimiteit. Pintscher bewees ondertussen ook een geweldig dirigent te zijn.