Patti Smiths boek gaat niet over haar muziek

Het nieuwe boek van rockster Patti Smith doet denken aan flarden van een dagboek. De herinneringen zijn roerend.

In 2010 publiceerde rockzangeres Patti Smith (68) haar memoires Just Kids over haar beginjaren in New York met haar geliefde/kunstbroeder Robert Mapplethorpe. Het boek vertelt over hun leven als jonge kunstenaars en over de kunstscene in het New York van omstreeks 1970.

Hoe beeldend en openhartig ook, Just Kids was een degelijker boek dan je van de dwarse, chaotische zangeres/dichteres/culturele veelvraat Smith zou verwachten. Haar nieuwe, associatief geschreven werk, M-train, voldoet meer aan de verwachtingen.

Het als ‘memoires’ gepresenteerde M-train, laat zich moeilijk plaatsen in tijd en ruimte. Het speelt zich af rondom Smiths 66ste verjaardag in haar woonplaats New York, maar ze maakt ook uitstapjes naar haar vele reizen, recent of in het verleden, bijvoorbeeld met haar in 1994 overleden echtgenoot Fred Smith.

Zo vertrekt ze plotseling naar Berlijn voor een lezing over poolonderzoeker Alfred Wegener, of naar Mexico voor een bezoek aan de villa van schilderes Frida Kahlo, haar tieneridool. Smith vlocht haar haar zoals Frida en droeg een hoed zoals haar man, schilder Diego Rivera. In de villa wordt ze ziek. Ze eindigt ineengekruld op het bed van Rivera, bedekt door een sjaal van Kahlo.

Deze memoires gaan nauwelijks over werk of persoonlijke relaties, maar over haar literaire, poëtische en wetenschappelijke (opvallend weinig muzikale) voorkeuren. De liefde voor literaire helden grenst aan het obsessieve en wordt vaak verbonden met objecten. Smith verzamelt foto’s van hun graven (van Mishima, Rimbaud, Akutagawa), bureaus, schoenen en schriften.

Tijd om te kotsen

Al woont ze midden in New York en gaat ze dagelijks naar café ‘ino’ om koffie te drinken aan haar vaste tafel, Smith laat zich hier kennen als een einzelgänger die genoeg heeft aan haar drie katten, boeken en nu en dan een aflevering van The Killing. Als een paar dronken feestvierders op oudejaarsnacht haar vragen hoe laat het is, antwoordt ze: ‘tijd om te kotsen’.

De overpeinzingen en observaties in M-train zijn soms lukraak, als flarden in een dagboek. Een opmerking als ‘Ik vroeg me af of het mogelijk was een nieuw soort denken te verzinnen’ blijft onbeantwoord en wordt daardoor willekeurig.

Haar opvallendste obsessie geldt de roman De opwindvogelkronieken van Murakami. Smith kan niet stoppen met lezen, steeds opnieuw, over de put en de stenen vogel die er een rol in spelen. Het valt op dat ze waan en werkelijkheid vaak door elkaar laat lopen, totdat je bedenkt dat ze schrijft als Murakami.

Roerend zijn de verwijzingen naar dierbare doden, vooral echtgenoot Fred. Subtiel beschrijft ze de herinneringen die een houthakkershemd oproepen en de momenten dat ze hem ‘voelt’. Ze noemt hem niet vaak, maar hij is steeds aanwezig, als een geest zwervend door haar tekst.