‘Muziek bewijst: culturen naast en met elkaar, dat kán’

Het concert ‘Near East Up North’ mixt culturen: Turkse ‘blues’, compositie en jazz. Makers Martin Fondse en saxofonist Mete Erker scheppen eenheid.

Componist Martin Fondse (l.) en saxofonistMete Erker (r.) Foto Cindy Heijnen

Hoe ontstond dit project?

Mete Erker: „Drie jaar geleden zag ik een concert van kemençe-speler Derya Türkan – dat kwam geweldig binnen. De kemençe is een Turkse knieviool met een bijzondere, klaaglijke klank, waarvan de snaren bespeeld worden met de nagels. Ik ben half Turks, al liggen mijn muzikale wortels in de jazz, en het leek mij spannend de kemençe van Türkan samen te brengen met mijn saxofoon en de klankwereld van ensemble Asko|Schönberg. Toen heb ik ook Fondse benaderd, met wie ik veel werk: hij is in staat die verschillende smaken bij elkaar te brengen tot een geheel.”

Hoe is het programma opgebouwd?

Fondse: „Mijn compositie bestaat uit vier delen: een denkbeeldige reis vanuit Istanbul via de Balkan naar Amsterdam. De uitgecomponeerde delen worden afgewisseld met vijf ‘karavansarai’, genoemd naar de pleisterplaatsen waar nomaden elkaar troffen. In die karavansarai, met veel ruimte voor improvisatie, verzamelt ons gezelschap zich om verhalen te vertellen. Naarmate de reis vordert leren we elkaar beter kennen, zodat we ook elkaars verhalen meer gaan bewonen en uitwisseling toeneemt.”

Erker: „Doordat tevoren veel elementen nog niet vaststaan, moet iedereen steeds op het puntje van zijn stoel zitten. Je kunt niet rustig afwachten tot je aan de beurt bent, deze muziek ontstaat echt op de werkvloer. Door die betrokkenheid gaat het leven. In de klassieke muziek wordt normaal weinig geïmproviseerd, maar de leden van Asko|Schönberg zijn zeer geïnteresseerd in dit soort nieuwe vormen. In het laatste deel komen alle ingrediënten samen.”

Bestaat er zoiets als ‘Turkse blues’?

Fondse: „Elk volk heeft een geschiedenis van verlies en verdriet, elk volk heeft een vorm gevonden om daar uitdrukking aan te geven, van Portugese fado tot Amerikaanse blues.”

Erker: „Het gaat om een universeel gevoel, dat wij blues noemen. Muziek kan taal en verschillen overstijgen.”

Jullie muzikale reis wordt momenteel reëel afgelegd door tienduizenden vluchtelingen.

Fondse: „Afgelopen zomer werd ons project ingehaald door de actualiteit. Tegelijkertijd viel daardoor alles op zijn plek: door in muziek de dialoog aan te gaan willen we laten zien dat het kán, een gesprek voeren, samenleven. De termen waarin er momenteel over vluchtelingen wordt gesproken vind ik afschuwelijk. Mijn woede daarover heb ik verwerkt in het hectische derde deel, een opgefokte talkshow waarin iedereen door elkaar lult. Dat was een puist die ik moest uitknijpen. De leegte daarna wordt gevuld door solisten met een kalme meditatie, die de mogelijkheid van een nieuw begin suggereert.”