Met Daan Roosegaarde erbij zit de zaal vol voor Schönberg

Omdat de concertzaal niet meer zomaar vol raakt, zoekt men andere publiekstrekkers: Daan Roosegaarde bijvoorbeeld, lichtkunstenaar en uitvinder, bekend van de Smart Highway en Zomergasten. Je kunt daar cynisch over doen, maar het werkt: het Concertgebouw zat vol voor Schönberg, en Roosegaarde toonde ook nog een hilarisch filmpje van Oezbeken die, twee jaar geleden, voor het eerst een roltrap betraden.

Vanwege de Nacht van de Nacht, een initiatief dat aandacht vraagt voor lichtvervuiling en duurzaamheid, speelde men het concert in het donker, wat Pierrot lunaire perfect paste. Schönbergs melodrama (1912) heeft de loop van de muziekgeschiedenis bepaald; de ongebruikelijke bezetting van acht instrumenten werd een standaardensemble en het atonale, wellustig-expressionistische idioom beïnvloedde generaties.

Pierrot bestaat uit 21 miniliedjes over de maanzieke, raaskallende smachter uit de titel. Die kleinodiën worden door een verteller voorgedragen met Sprechgesang: een lichtelijk hysterisch soort praten en roepen op toonhoogte. Claudia Barainsky – prachtig bleek uitgelicht in wittewievengewaad – koos voor een gestileerde voordracht zonder te rauwe randjes, waarin haar ternauwernood ingetoomde zangstem dikwijls doorklonk. Chef-dirigent Albrecht leidde zijn uitstekende ensemble met zwier en een klinisch oor, ook in Stravinsky's Dumbarton Oaks en Strauss’ Der Bürger als Edelmann. Diens barokfantasie ging twee weken vóór Pierrot in première – maar een groter verschil is nauwelijks denkbaar.