Met beginnelingen naar wereldtop

De Nederlandse turnsters zorgen in Glasgow voor een verrassing: rechtstreekse plaatsing als team voor ‘Rio’.

De 16-jarige Mara Titarsolej (boven) enEythora Thorsdottir (17), hier beiden in actie op vloer tijdens de WK turnen. Foto’s ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

De turnsters keken nog ongeloviger dan de coaches. En die wisten amper wat hun overkwam. Wat is hier gebeurd? Is het echt waar? Hebben we ons rechtstreeks geplaatst voor de Olympisch Spelen in Rio de Janeiro? Ja, dat hebben ze. De cijfers wijzen het onomstotelijk uit.

Zo maar, op een regenachtige zaterdagmiddag in Glasgow, voltrok zich een klein wonder. Nederland werd op de WK achtste in de landenwedstrijd en schaarde zich, op de valreep, dat wel, bij de eerste acht die zich rechtstreeks kwalificeerden voor de Spelen. Sterker geachte landen als Brazilië, Frankrijk, Duitsland en zelfs het roemrijke Roemenië werden verslagen; die krijgen komend voorjaar in Rio de Janeiro een herkansing tijdens een olympisch kwalificatietoernooi.

Nederland mag met vijf turnsters naar ‘Rio’. Een weelde die dateert uit 1976 op de Spelen in Montreal. De laatste vier decennia werd hooguit één turnster uitgezonden. Zelfs de talentvolle lichting van Verona van de Leur, Renske Endel en Suzanne Harmes flikte nooit dat kunstje.

En nu, onverwacht, krijgt een team met uitgerekend drie debutanten het wel voor elkaar. De tweeling Sanne en Lieke Wevers, twee turnsters van 24 jaar, lopen al lange tijd mee. Ook Lisa Top is ervaren, hoewel ze zich pas in juni internationaal profileerde met een bronzen medaille op sprong tijdens de Europese Spelen in Bakoe. En Eythora Thorsdottir was afgelopen voorjaar bij de EK in Montpellier al ontbolsterd met een twaalfde plaats in de meerkamp. Maar wie had er gehoord van Thisa Volleman, vijftien nog maar, en de zestienjarige Mara Titarsolej? Alleen turninsiders.

Succesvol scenario

Dit succesvolle scenario had zelfs bondscoach Gerben Wiersma niet durven voorspellen. Aanvankelijk was hij optimistisch, maar die stemming sloeg om toen Céline van Gerner en Noël van Klaveren met blessures afhaakten. Vooral de absentie van Van Gerner – twaalfde bij de Spelen in Londen – woog zwaar. Ook voor de turnsters, vertelde Sanne Wevers, was het even schrikken; zij zagen hun olympische kansen slinken.

De tegenslagen ten spijt hield Wiersma moed. Hij had na een analyse van de vorige WK in Nanning berekend dat een minimale score van 222.000 punten toereikend voor de Spelen kon zijn. Dat werd zijn doelstelling, intern triple two genoemd. Een streven dat hij wijselijk voor zich hield. Wiersma wilde publiekelijk niet te hoog van de toren blazen, zeker niet nadat hij gedwongen was drie debutanten op te stellen.

Die jonge meiden hadden zich bij kwalificatiewedstrijden al bewezen, maar toch was het een risicovolle onderneming. Maar de bondscoach volgde bewust die weg. Konden ze internationale ervaring opdoen, weten hoe het voelt in de volle schijnwerpers op een groot podium te moeten presteren. Die ervaring zou zich dan moeten uitbetalen op het olympisch kwalificatietoernooi, eind april in Rio, waarop Wiersma aanvankelijk aankoerste. Dat leek hem met een grotendeels onervaren ploeg realistischer dan rechtstreekse plaatsing. Maar dat liep even anders met een score van 222.354 punten.

Onder die olympische kansberekening ligt wel een fundament van acht jaar hard werken. Of beter geformuleerd: acht jaar samenwerken. In samenspraak met de clubcoaches Vincent Wevers, Wolther Kooistra, Claudia Werkhoven, Nico Zijp, Edwin Zegers en Patrick Kiens werd besloten samen op te trekken richting ‘Rio’. De contouren van een succesvolle operatie werden langzaam maar zeker zichtbaar. Eerst met een negende plaats op de WK in 2010 in Rotterdam en vervolgens met een tiende plaats op de WK in 2014 in Nanning.

Nederland schurkte tegen de topacht van de wereld aan, zo veel werd Wiersma duidelijk. Alleen schuilt in een intensieve sport als turnen voortdurend het gevaar van blessures. Wie raakten er niet gekwetst? Eerst de zusjes Wevers en nu weer Van Gerner en Van Klaveren. De olympische kansen, wist Wiersma, zouden voor een belangrijk deel afhangen van de fitheid van turnsters. Nederland is nu eenmaal geen Verenigde Staten, Rusland of China, landen waar de kwantiteit aan topturnsters een structureel verblijf aan de wereldtop garandeert. Nederland moest het in Glasgow deels doen met internationale beginnelingen.

Nauwkeurig en functioneel werken, is dan de opdracht. En dat deden Wiersma en zijn collega’s. Eerst de moeilijkheidsgraad van de oefeningen opvoeren en vervolgens veel aandacht schenken aan de uitvoering. Om die twee aspecten draait het bij turnen. Die worden apart beoordeeld en vormen bij elkaar de score.

Vooral Lieke Wevers onderscheidde zich in verzorgd turnen. Zij heeft zich opgewerkt tot de kopvrouw van de nationale ploeg. In Glasgow blonk Wevers uit met een 8,6 op uitvoering. Afgezet tegen de maximale score van 10 een hoog gemiddelde. Qua netheid speelde ook Volleman een cruciale rol. De jongste van de ploeg – zij wordt vandaag zestien jaar – had met een gemiddelde van 8,5 een significant aandeel in het onverwachte succes.Lieke Wevers plaatste zich voor de allroundfinale en zus Sanne en Thorsdottir komen uit in de toestelfinale op balk.