Mannen met verboden gevoelens

Jules Mulder behandelde honderden pedofielen. Vorige week ging hij met pensioen. „Je zal het maar hebben. Gevoelens die je nóóit mag uitleven.”

Jules Mulder behandelde honderden zedendelinquenten: „We doen pas echt iets als het al te laat is.”

Jules Mulder (65) is weleens van pedofilie beschuldigd. Hij wilde in Washington een museum binnengaan, toen een vader, een moeder en twee kinderen van „Amerikaans formaat” de ingang blokkeerden. Mulder duwde de dochter zachtjes opzij. „Was die vader ineens naar me aan het schreeuwen: Don’t you touch my little girl!” Dit is het, dacht Mulder: de pedoparanoia die hij in Nederland ook steeds vaker ziet.

Jules Mulder, pionier in ambulante behandeling van zeden- en agressiedelinquenten, is deze maand met pensioen gegaan. Tot 2011 was hij directeur van De Waag, de grootste landelijke polikliniek voor ambulante forensische zorg. Hij behandelde honderden zedendelinquenten. Zijn trouwste ‘cliënt’ – een term die Mulder en zijn collega’s heel bewust invoerden voor criminelen in behandeling – zag hij vijftien jaar lang. In de loop der jaren is hij zich gaan specialiseren in kindermisbruikers en mensen met pedoseksuele gevoelens.

Mulder is vooral bekend geworden doordat hij zich heeft verdiept in preventieve behandeling, Die is er in Nederland naar zijn mening nog altijd te weinig. „We behandelen als iemand al in de fout is gegaan.” Een ‘sluimerende pedofiel’ kan wel terecht bij De Waag of andere behandelcentra, maar dan moet hij eerst naar de huisarts voor een verwijzing: „Dat durven mensen vaak niet.”

Om de drempel voor behandeling lager te maken, richtte Jules Mulder de Nederlandse tak van hulplijn Stop it Now! op. Je kunt er anoniem praten over pedofiele gevoelens en een afspraak maken met een specialist.

Een belangrijke ontwikkeling die Mulder in al die jaren zag: pedofielen voelen zeer veel angst in de samenleving. Het laatste decennium vertellen zijn cliënten éérst een paar sessies lang over hoe erg de wereld hen haat. Daarna gaat het pas over het eigenlijke onderwerp: hoe ga je om met gevoelens die je moet onderdrukken, fantasieën die je nooit mag waarmaken?

Mulder geldt als genuanceerde stem in een debat waarin kortzichtigheid en emoties vaak domineren. Hij ging in tv-programma’s als Rondom 10 in gesprek met boze burgers. Keer op keer legde hij uit waarom het echt geen zin heeft alle pedo’s op een eiland te zetten. Daar roei je het probleem niet mee uit, vindt Mulder. „Je marginaliseert mensen die rondlopen met pedoseksuele gevoelens als je zoiets doet. Als mensen niet over hun diepste gevoelens kunnen praten, is de kans groter dat ze een keer een misstap maken.”

Mulder heeft de drang om uit te leggen dat er geen blauwdruk is van dé pedofiel. Dat er in Nederland tussen de 60.000 en 180.000 pedofielen zijn, of mensen die gevoelens hebben zoals zij. Er zijn ongeveer 500 mensen in behandeling. De meeste van hen zitten niet vast. De meeste doen niets, maar worstelen met hun verboden gevoel. Steeds opnieuw legt Mulder uit dat wanneer een man valt op jongetjes van dertien, het hoogst onwaarschijnlijk is dat hij zal vallen op een meisje van die leeftijd. „Herhalen, herhalen, herhalen. Alleen dan kun je iets veranderen.”

Hoe kan pedofilie bespreekbaar worden gemaakt?

„Wat er nu gebeurt, vooral in de media vrees ik, is dat het beangstigende van pedofilie wordt benadrukt. Ik probeer te verkondigen dat het niet verkeerd is om die pedofiele gevoelens te hebben. Ernaar handelen, dát is verkeerd en strafbaar. Maar je zal het maar hebben. Gevoelens die je nóóit mag uitleven. Als daar meer begrip voor komt, voelen pedofielen zich veiliger. Een boodschap dringt pas door als mensen het steeds opnieuw horen. Het is volgens mij aangetoond dat veranderen van ideeën bij het grote publiek veel tijd en geld kan kosten, maar wel kan werken. Ik denk bijvoorbeeld aan ‘Roken is dodelijk’, of ‘Wie is de BOB’.”

Stelt u een grote campagne voor?

„In Duitsland heb je het Dunkelfeld-project, dat anoniem behandeling biedt en met een campagne benadrukt dat je wel pedofiel mag zijn, maar dat je er niet naar mag handelen. Je kunt mensen hun seksuele voorkeuren niet kwalijk nemen, wordt daarin gezegd. Ze lieten spotjes zien op de grote Duitse zenders, overal in het land hingen posters.

„Wij krijgen met Stop it Now! subsidie, voornamelijk van het ministerie. Dat is net genoeg om de hulplijn te dragen. Een reclamebureau heeft gratis een spotje voor ons gemaakt, maar dat wordt uitgezonden als ‘gatenvuller’, bijvoorbeeld op TV West. Onze subsidie loopt tot 2017. Het ministerie wil dat we geld in de maatschappij zoeken. We hebben gezocht naar andere bronnen, de Postcodeloterij bijvoorbeeld, maar je naam verbinden aan een hulplijn voor pedofielen vinden mensen erg moeilijk.”

Misschien geef je daarmee een verkeerd signaal af, alsof pedofilie heel normaal is.

„Je moet ook juist benadrukken dat het schadelijk is voor het kind. De meeste kindermisbruikers weten ook dat wat zij gedaan hebben heel erg is. Ze zijn soms opgelucht als ze worden gepakt. Maar er zijn ook cliënten die de schadelijkheid van hun daden weerspreken.

„Een sporttrainer die ik heb behandeld, had tijdens kampen de jongens seksuele voorlichting gegeven in de praktijk, zoals hij dat noemde. Dat deed hij jarenlang. Uiteindelijk is hij gepakt. Hij vond dat er niets mis was met wat hij had gedaan. Het ging altijd vrijwillig, zei hij. De jongens konden er volgens hem gewoon mee stoppen. Hij zat in de Bijlmerbajes en elke zaterdag stond een groepje jongens buiten naar hem te zwaaien. Later bleek dat van de 34 jongens een stuk of vier duidelijk beschadigd waren geraakt, later in hun leven. Aan de drank, stoppen met school. Dat had te maken met wat er gebeurd was. Toen deze man dat besefte, dacht hij: ik moet stoppen, want ik weet niet wie het zal schaden en wie niet.”

Wat zou u graag anders zien, in de behandeling van pedofielen?

„Behandeling is erg gericht op die ene man die iets wil. Maar je kunt kinderen ook trainen, ervoor zorgen dat zij het zeggen als ze iets vervelend vinden of iets bij een ander zien wat niet oké is. Het is ook voor volwassenen ontzettend moeilijk om anderen aan te spreken op hun gedrag. Durf maar eens te zeggen: hoe jij met kinderen omgaat, vind ik niet prettig. Alsof je iemand beschuldigt van pedofilie.

„Maar als op scholen en sportclubs protocollen zijn waar iedereen zich écht aan moet houden, is het gemakkelijker iemand aan te spreken die de regels niet volgt. Daarover ben ik ook veel in gesprek geweest met sportclubs en scholen. Je kunt er bijvoorbeeld voor zorgen dat er raampjes moeten zijn in een klaslokaal, zodat een leraar wel alleen met een leerling kan zijn, maar toch zichtbaar is.”

Ook de behandeling van pedofielen zelf zou verder ontwikkeld kunnen worden, denkt Mulder. „Dat wordt nu juist moeilijker doordat er fors is bezuinigd. Dat merk je aan de verhoogde werkdruk. Therapeuten moeten steeds meer uren direct contact hebben met cliënten, waardoor er minder tijd is voor reflectie en overleg. Bij een therapeutische ontwikkeling die relatief zo jong is, is er het gevaar dat je in bekende behandelvormen blijft hangen en nieuwe ontwikkelingen mist.”

Een goede behandelaar ziet dat mensen meer zijn dan hun delict, zegt Mulder. „Mijn cliënten hebben dingen gedaan die helemaal niet leuk zijn. Je moet mensen desondanks af en toe een tikkeltje aardig kunnen vinden. Maar je moet ook realistisch zijn en er rekening mee houden dat mensen in potentie gevaarlijk kunnen zijn. De samenleving is altijd de derde partij in de spreekkamer.”

Is dit werk te combineren met een gezin, en kinderen?

„Toen mijn dochters geboren werden, dacht ik: kan ik dit nog wel als hun iets overkomt? Dan krijg je gevoelens die veel ouders van slachtoffers hebben: die klootzak, ik sla hem hartstikke dood. Je kijkt met wie ze omgaan. Wie zitten er in de begeleiding op hun sportclub? 93 procent van de mannen die seksueel misbruik plegen met kinderen, doet dat met bekenden. Er is een aantal signalen – je moet enorm oppassen met stigmatiseren – maar heeft iemand bijvoorbeeld een vriendin? Heeft hij ooit relaties gehad? Dat vraag ik dan aan mijn dochters.

„De beste manier is toch met je kinderen te praten: over de risico’s van internet, over hoe volwassenen met hen omgaan. Praat hij vaak met je? Waar heb je het over? Vind je dat prettig? Op een gegeven moment zeiden ze: jaha, nu weten we het wel.”