Kabinet: hypotheek tweeverdieners mag hoger

De verschillen tussen een- en tweeverdieners worden komend jaar kleiner.

Wat huishoudens daadwerkelijk kunnen lenen hangt van veel factoren af. Foto Robin Utrecht / ANP

Tweeverdieners kunnen vanaf komend jaar relatief een hogere hypotheek krijgen. Minister Dijsselbloem van Financiën en minister Blok van Wonen hebben in een brief aan de Tweede Kamer (pdf) laten weten dat de berekening van het maximale hypotheekbedrag wordt veranderd omdat tweepersoonshuishoudens zich in de praktijk volgens het Nibud meer kunnen permitteren dan tot nu toe werd aangenomen.

Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) stuurt jaarlijks een rapport (pdf) aan het kabinet waarin een advies wordt uitgebracht over de maximale hypotheeklasten die huishoudens kunnen dragen. Voor het leeuwendeel van de kopers blijven de normen dit jaar min of meer gelijk aan die van vorig jaar. Wel wordt de berekening die wordt gehanteerd voor de bepaling van dat maximale hypotheekbedrag voor tweeverdieners veranderd. De verschillen tussen het maximale bedrag dat tweeverdieners kunnen lenen ten opzichte van eenverdieners met hetzelfde inkomen worden hierdoor kleiner.

Geen grotere huizen

Hoewel de verschillen slinken geldt voor veel (met name lagere) inkomens dat ze straks een minder duur huis kunnen kopen dan nu. Volgens het Nibud is dit omdat veel toeslagen worden afgeschaft. Uit cijfers van het Nibud blijkt dat die verschillen maximaal zo’n tien procent zijn. Er zijn ook scenario’s, vooral bij hogere inkomens, waarin juist tot ruim tien procent meer geleend mag worden. De verschillen kunnen worden getemperd door verwachte gemiddelde loonstijging van 1,4 procent.

Hoe groot het verschil tussen dit jaar en komend jaar is, hangt sterk af van de rente en de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Op de site van het Nibud staat een tabel (pdf) waarin is te vinden wat er komend jaar verandert.

Financieringslastpercentage

Het Nibud werkt in de berekening van de maximale hypotheken met een zogenoemd financieringslastpercentage. Dat is het maximale deel van het inkomen dat huishoudens volgens het instituut kunnen missen voor hun hypotheek. Om dat percentage vast te stellen wordt gekeken naar het jaarinkomen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat huishoudens met een hoger inkomen ook relatief meer geld kunnen uitgeven aan hun hypotheek.

Tot nu toe werd voor het bepalen van het financieringslastpercentage het laagste inkomen van een huishouden voor 33 procent meegeteld. In de nieuwe bepaling telt het tweede inkomen voor de helft. Het verschil tussen bijvoorbeeld één persoon die 40.000 euro verdient en twee personen die beiden 20.000 euro verdienen wordt daardoor kleiner. Bij de bepaling van het financieringslastpercentage wordt immers een gezamenlijk inkomen van 30.000 euro aangehouden in plaats van 26.000 euro. Vervolgens wordt voor het maximale hypotheekbedrag het percentage weer betrokken op het volledige gezamenlijke inkomen van de tweeverdieners. Onderaan de streep wordt het verschil door de nieuwe berekening dus weer enigszins afgezwakt.

Een of twee inkomens

Een belangrijke reden om tweeverdieners minder hypotheek te verstrekken dan eenverdieners met hetzelfde inkomen is dat de inkomenssamenstelling sterker kan veranderen. Zo is er de mogelijkheid dat door gezinsuitbreiding één van de twee minder gaat werken. Bovendien hebben eenverdieners met een partner nog de mogelijkheid om hun inkomen te vergroten doordat hun partner ook kan gaan werken.

Reden voor de aanpassing van de berekening is een aantal belastingmaatregelen, zoals de afbouw van de algemene heffingskorting voor niet of weinig verdienende partners. Huishoudens met twee inkomens houden hierdoor netto meer over dan eenverdieners, zegt het Nibud.

Afwijken mag

Nibud waarschuwt dat de maximale hypotheekbedragen niet op iedereen van toepassing zijn. “Bij een maximale hypotheek moet immers sterk bezuinigd worden op de niet-woonuitgaven”, schrijft het instituut. Hoe hoog de lening die een bank maximaal zou moeten verstrekken zou moeten zijn, moet volgens het Nibud per geval worden bekeken.