Honger in vol, modderig kamp

In het vluchtelingenkamp in Slovenië is het voedsel op en worden uitgeputte kinderen behandeld in de modder. „Kom maar kijken hoe we sterven!”

Een Rode Kruis-medewerker reikt brood uit aan vluchtelingen in een kamp in Brezice in Slovenië.

Zijn ongewassen gezicht komt net boven het hek uit waarachter honderden mensen staan samengepakt. Even kijkt hij in mijn richting, dan draaien zijn ogen weg en begint het spiertrekken. Ik sta zaterdagmiddag nog geen vijf minuten bij de toegang van het Sloveense opvangkamp Brezice en nu al zie ik hoe het tweede uitgeputte kind bewusteloos over de afrastering wordt getild. De EHBO-zone blijkt gewoon de modderige grond bij de uitgang te zijn.

In Brussel proberen regeringsleiders tijdens een top vandaag een oplossing te vinden voor de schrijnende situatie van de tienduizenden vluchtelingen die via de Balkan de EU proberen te bereiken. Hier in Brezice is te zien hoe dringend dit is.

Tot zaterdag moesten de meer dan zestigduizend migranten die hier de afgelopen week vanuit Kroatië de Schengenzone binnenkwamen, elf kilometer wandelen vanaf de grensovergang Rigonce. In het kamp, waar ze moeten blijven totdat bussen hen verder richting Oostenrijk brengen, blijkt voedsel schaars.

„Ik heb al meer dan een dag niets gegeten”, zegt Morad uit het Syrische Deir es-Zor, die net het kamp uit is gekomen. De maaltijden die Rode Kruis-medewerkers aangeven door het hek, gaan zo veel mogelijk naar de kinderen. Maar ook zij krijgen onvoldoende, zeggen vrijwilligers. „Dit is het ergste kamp tot nu toe. Guantánamo!”, zegt Morad met een blik op de rondcirkelende helikopter en pantserwagens van het Sloveense leger die sinds kort langs de grens de politie bijstaan. „We komen net uit een oorlog!”

Tussen de uitwerpselen en urine

Vele migranten raken onderkoeld: het kleine aantal tenten dat er was, is ernstig geslonken door een brand vorige week. Mensen slapen in de openlucht bij temperaturen onder nul. „Tussen hun uitwerpselen!”, zegt Fischer. Ook het aantal toiletten is volstrekt ontoereikend. Het kamp is bedoeld voor enkele honderdtallen, maar er zitten duizenden mensen.

Bij de uitgang probeert een kleuter haar tranen te bedwingen, terwijl haar moeder ijsbeert rond een baby in een reiswiegje. Wanhopig wijst ze naar het kamp: „Father there!” Zoals veel gezinnen zijn ze gescheiden geraakt. Elkaar terugvinden wordt een groot probleem nu bij velen de telefoon leeg is. „Kom maar kijken hoe we sterven”, roept een man in het Arabisch, terwijl een groepje politieagenten het kamp binnensnelt, op weg naar een nieuw noodgeval. Even tevoren brak een gevecht uit tussen nerveuze Syriërs en Afghanen.

Slovenië is geen arm land

Zo hadden de meeste migranten zich Europa niet voorgesteld: Slovenië is niet arm. Brezice lijkt meer op Zwitserland dan Servië. Aan de overkant van de weg zitten lokale inwoners op het terras voor hun moderne appartementen. In de rustige straten daarachter kortwieken grasmaaiers gazons van grote, vrijstaande huizen.

Zondagmiddag lijkt de Sloveense overheid eindelijk iets meer greep op de situatie te krijgen. Er is meer opvangruimte gekomen in Dobova, tussen Brezice en de grens. En er zijn inmiddels bussen om mensen naar Brezice te brengen, zegt Kristina Plavsak, woordvoerder voor de Sloveense regering. De kampen zijn overvol, en het ontbreken van voedsel „was een probleem”, geeft ze toe.

Maar sinds Hongarije de grens met Kroatië sloot, staat Slovenië onder druk, zegt ze: „We ontvingen de afgelopen dagen zesduizend mensen per dag in een land van twee miljoen mensen en achtduizend politieagenten.” Meer EU-hulp moet soelaas bieden, maar de afgelopen dagen in Brezice hebben één ding duidelijk gemaakt: als Europese overheden willen voorkomen dat er mensen doodgaan, kunnen ze zich niet meer onverwachte wendingen en ontoereikende noodhulp veroorloven.