Column

Heus, ook Belgen zingen mooi in het Nederlands

25 jaar geleden publiceerde literatuurwetenschapper Ton Anbeek zijn Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1885-1985: de eerste sinds Knuvelder die zo’n canoniek overzicht aandurfde. Een mooi boek en een huzarenstuk, met één vergissing: Vlamingen bleven buiten beschouwing. Hij verdedigde de ‘radicale beslissing’ met de overtuiging dat de Vlaamse en Hollandse literatuur ‘aparte grootheden’ zijn. Negen jaar later smokkelde hij in een herziene editie alsnog de Vlamingen binnen.

Ron Rijghard is redacteur cabaret

Iets soortgelijks mankeert er aan de gids met ‘mooiste Nederlandstalige liedjes’ die Frits Spits onlangs publiceerde – na een interview met hem in deze krant kregen we dat van verschillende kanten te horen. Met Raymond van het Groenewoud, Clouseau en Eva De Roovere zijn maar drie van de negentig liedjes in De Gids van Spits van Belgische origine. Geen Gorki, Louis Neefs, Wannes Van De Velde, De Mens, Noordkaap, Johan Verminnen, Guido Belcanto, Yevgueni, Ann Christy, Het Zesde Metaal, Hannelore Bedert, Jan De Wilde, enzovoort, enzovoort.

Ellen Schoenaerts Kwartet

Onbekend maakt onbemind. Twee jaar geleden jubelde ik in deze krant over het weergaloze album Feiten van het Belgische Ellen Schoenaerts Kwartet. Schurende lyriek, rijke muziek. Het was tevergeefs. Met gejuich onthaald in België, doodgevallen in Nederland (laatste kans: check uw streaming muziekdienst). Maar zo’n stuk is een uitzondering. Dat zou vaker moeten.

Vooropgesteld: Spits heeft zich verfrissend weinig gelegen laten liggen aan canoniek geachte liedjes. In 2000 publiceerde kenner Vic van de Reijt een Top 100 van Nederlandstalige singles. De Top 3 bestond uit Aan de Amsterdamse grachten, Ketelbinkie en Op een mooie Pinksterdag. Slechts elf van honderd soortgelijke hits haalden de selectie van Spits. Wat daarbij ongetwijfeld een rol speelt, is dat hij de kwaliteit van de muziek boven populariteit stelt. Maar die kwaliteit is in België ook ruim voorhanden.

Noordkaap

Om u kort bij te gidsen: hoor de Belgenhop van ’T Hof Van Commerce en Flip Kowlier, de luisterliedjes van Kommil Foo en Jan De Wilde, de rock van Walrus en De Fanfaar. En de band die het meest verdient om ontdekt en bewonderd te worden: Noordkaap. Toen de band zich in 2000 ophief, lag er van tien jaar aan originele popsongs, met eigenzinnige gitaarsound en teksten die blijven haken. Wondermooi in het droef-dromerige Panamarenko, met het woord eenzaat in het refrein, treffend Vlaams idioom dat herinnert aan romans van Maurice Gilliams en Gerard Walschap. In een herziene editie mag Spits best smokkelen met zijn eerdere keuzes.