Het laptopcollege kan niet zonder echte docenten

‘Omgekeerd lesgeven’ heet het. Thuis college volgen, en daarna een werkbespreking. De TU Delft beproeft het.

Data zijn de essentie van digitaal onderwijs. Foto: Paul Vreeker / ANP

Elke dinsdagmorgen om kwart voor negen komt Felienne Hermans, docent aan de Technische Universiteit Delft, samen met haar werkgroep spreadsheet. Niet voor een hoorcollege, maar om opdrachten te geven en vragen te beantwoorden over de hoorcolleges die de studenten thuis op hun laptop hebben gevolgd. En om te oefenen. Het is een omgekeerde klas, de flipped classroom genoemd, waarmee ‘Delft’ experimenteert. De TU verwacht een hoger leerrendement van deze jonge, digitale lesvorm.

Wat zich bijvoorbeeld goed leent voor deze aanpak: een praktische cursus Excel. Daar kan je meteen mee oefenen op je laptop. Studenten leren programmeren met de rijen cijfers in hokjes die onbeperkt kunnen worden gecombineerd, verrekend en uitgetekend. Thuis zien ze op de laptop het college van Hermans, die hen recht door de camera aankijkt. Ze heeft er haar bril voor afgezet. Naast haar toont het spreadsheet de bewerkingen die zij beschrijft.

Hermans’ onderwijs is niet bedoeld voor de massa. Wel zet de TU geslaagde laptophoorcolleges op internet. Daar zijn ze beschikbaar voor een internationaal gehoor – reclame voor de universiteit. Zo’n 3.500 mensen uit de hele wereld zijn zo geslaagd voor haar cursus Excel, 5,7 procent van tienduizenden deelnemers.

Dubbele instructietijd

Om dat soort lage scores te voorkomen, is de flipped classroom juist kleinschalig. Het massale hoorcollege is tegelijk verleden tijd, want dat volg je op de laptop. Er zijn alleen nog werkcolleges die moeten worden voorbereid.

Er is een kardinaal verschil met het traditionele werkcollege: de docent volgt via internet hoe de studenten thuis leren. Na de colleges maakt een student-assistent een rapportje over het verloop van de week. Als veel studenten bepaalde passages telkens opnieuw afspelen of opdrachten missen, weet Hermans dat ze er in de werkgroep extra aandacht aan moet besteden of de stof in volgende videopresentaties beter moet uitleggen. Colleges die snel worden doorgespoeld, kunnen misschien juist in minder tijd. Data zijn de essentie van digitaal onderwijs.

Data zijn essentieel

Via quizjes kan Hermans volgen hoe de studenten de informatie verwerken. Ze kunnen op een forum reageren op de inhoud van de lessen. Ze moeten vragen stellen; met goede vragen zijn bonuspunten te behalen. Hermans ziet de methode als een „verdubbeling van de instructietijd”. De studenten sluiten de cursus af met een eigen verslag en filmpjes.

Hermans’ collega Arno Smets geeft ‘omgekeerd’ les in zonne-energie. Hij zegt dat het slagingspercentage met deze onderwijsvorm is gestegen van 71 tot 89 procent.

De omgekeerde klas verkeert in Delft nog in de beginfase. De meeste docenten gebruiken de methode niet, en waar ze gebruikt wordt, gaat het vaak om onderwijs voor beginnende studenten. Bij die studenten blijkt de aanpak populair. Hermans had op zestig studenten gerekend; het werden er tweemaal zoveel. Maar 120 studenten is veel voor een werkgroep. Daarom zijn de studenten in acht subgroepen verdeeld, wat opdrachten uitvoeren en onderling bespreken overzichtelijker maakt. De kinderziektes zijn niettemin zichtbaar: bij gebrek aan een andere ruimte gebruiken de studenten het steil oplopende auditorium. Zittend op de leuning van de stoelen met opklaptafeltjes praten sommige studenten met de andere leden van hun groep.

Studenten reageren desgevraagd tevreden op hun flipped classes. „Slechts een van de vijf studenten volgt alle hoorcolleges”, weet Jan Zegers, student computer science. „We hopen dat dit aantal stijgt door de colleges via de laptop.” Elsbeth Wijburg (werktuigbouw): „Het is leuk, want ik houd van variatie.” Rowan Bottema (computer science) vindt het prettig dat hij de colleges iets langzamer kan afspelen als dat nodig is.

Veerle Berghuis (technische wiskunde) is kritisch.

„Zo’n college op de laptop kun je altijd uitstellen tot morgen. Ik wil een vast ritme.”

Echte docenten

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) heeft al gewaarschuwd dat dit soort digitale colleges nooit in de plaats van echte docenten kunnen komen – hoe verleidelijk het ook is als bezuiniging of om gebrek aan docenten of lesruimte op te vangen. Persoonlijk contact tussen student en docent, en tussen studenten onderling, is cruciaal. Trouwens, digitaal lesgeven is ook een kunst – niet alle laptopcolleges zijn zo levendig als die van Hermans of Smets.

Ivo van der Horst, student en voorzitter van de Vereniging voor Studie- en Studentenbelangen Delft, juicht experimenten met online colleges toe, maar vindt ook dat die nooit een docent mogen vervangen. „Het gevaar ligt op de loer dat die contacten minder worden, zeker in Delft omdat er niet genoeg docenten zijn.” En het mag zeker niet worden als in Chicago, waar scholen om te bezuinigen al gymles via de laptop geven.

De omgekeerde klas in de praktijk