Recensie: drie albums met rock én hiphop

De Jeugd van Tegenwoordig met Faberyayo en Willie Wartaal Foto Robin Utrecht

Ooit was het bijzonder als muzikanten rock en hiphop combineerden. Dat heette dan ‘cross over’. Inmiddels is veel muziek een zoekplaatje. Hiphop, dance, house, soul, rock, psychedelica worden gemengd tot een afwisselend geheel. De hybride is vaak succesvoller dan de ‘pure’ stijl; hiphop kan niet meer zonder dance-beats als het erom gaat een groot publiek te bereiken. Andersom kan dance nauwelijks zonder vocalen.

Rudimental: We The Generation. ●●○○○

Dance-producers als Major Lazer en Rudimental scoren pas hits als ze gastzangers uitnodigen om hun ritmische tracks aan te vullen. Van Rudimental verschijnt nu de tweede cd, veelbelovend getiteld We The Generation, alsof een beginselverklaring wordt gegeven. Maar verder dan feesten komt ‘de generatie’ niet.

De muziek van Rudimental, een populaire live-act, drijft op ‘drum & bass’, een stijl die tien jaar geleden werd uitgevonden maar het grote publiek destijds niet bereikte. Met de bijdragen van vocalisten als Ed Sheeran en Lianne La Havas werd het genre in handen van Rudimental alsnog populair. Helaas passen ze op de nieuwe cd steeds dezelfde methode toe: het gedragen gezongen couplet slaat bij het refrein om naar razendsnelle ritmes met een metalige klank, als een op hol geslagen drumband.

De Jeugd van Tegenwoordig: Manon ●●●○○

De Jeugd van Tegenwoordig brengt in hun jubileumjaar (10 jaar) een vijfde cd uit, Manon. De methode van De Jeugd bestond lange tijd uit de soepele combinatie van hiphop en elektro. Maar inmiddels rappen Faberyayo, Vieze Fur en Willie Wartaal nauwelijks meer. Afgezien van een enkel gerapt intro of refrein, wordt op Manonvooral gezongen, wat in het geval van Wartaal leidt tot smartlapsoul, en bij Vieze Fur tot ironische popmelodieën.

Toch komen maffe taalvondsten beter tot hun recht in de voormalige lefgozerige rapstijl dan met smartlapzang. En de rudimentaire elektronica van producer Bas Bron klinkt gesmeerd maar grossiert in lelijke jaren zeventig powerakkoorden op keyboard, in bijvoorbeeld Broertje Ik Heb je. Er zijn lichtpunten: het zelfbeschimpende Ik Ben Een Klootzak werd getoonzet op glijerige disco met ‘Nile Rodgers’-riffs. Het onheilspellende Futurophobia springt eruit dankzij een afwijkend geluid: laag en zwoel in plaats van schel en opgewonden.

Angel Haze: Back To The Woods●●●●○

Ook Angel Haze houdt van een hybride vorm: de rapster wisselt op Back To The Woods rap af met zang: vlijmscherp en ratelend, met kwetsbare momenten.

Je kunt nauwelijks geloven dat de vuilbekkende straatkat uit Baby Ruthless dezelfde Angel is als de statige zangeres van Moonrise Kingdom. De muziek is weids, koel en vervreemdend, met elektronica die klinkt als omvallende olievaten. Angel Haze heeft een verrassend breed palet.