Giftig EU-debat over aanpak Balkanroute

Europese leiders besluiten tijdens ingelaste top om samen met de VN meer opvangplakken in te richten voor vluchtelingen op weg naar Europa.

Europese leiders zijn het zondag tijdens een extra top eens geworden over humanitaire hulp voor vluchtelingen. Daarbij wordt wel een zwaar beroep gedaan op VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, want zelf komen EU-landen, bleek ook gisteren weer, er maar moeilijk uit.

Onder leiding van de UNHCR komen er „onmiddellijk” 50.000 opvangplekken op de westelijke Balkan, waar de meeste vluchtelingen nu onder erbarmelijke omstandigheden rondzwerven. Daarnaast gaat de organisatie Griekenland helpen bij het inrichten van 20.000 opvangplekken (bij gastgezinnen), bovenop de 30.000 plekken die Athene zelf heeft toegezegd, maar die het niet op eigen kracht wilde uitbreiden.

De top werd overschaduwd door verwijten over en weer over het ongebreideld doorlaten van vluchtelingen. De Slovenen waren boos op de Kroaten, die weer op de Hongaren, iedereen was boos op de Grieken en die weer op de (niet op de top aanwezige) Turken. Maar geen premier oogde zo aangeslagen als de Sloveense. Miro Cerar noemde de aantallen die zijn kleine Slovenië (2 miljoen inwoners) te verwerken krijgt „absoluut ondraaglijk”. Ruim 60.000 in de afgelopen week, met een dagrecord van 13.000. „Dat is alsof zich op één dag een half miljoen mensen in Duitsland melden.”

Cerar slaakte een noodkreet: „Als we in de komende dagen of weken niet in actie komen, dan zal de EU uit elkaar vallen.” Het klonk als een echo van wat premier Rutte zaterdag zei: „Door de massale toestroom kan het weefsel van onze samenwerking in Europa verscheurd raken.”

Orbán speelt vermoorde onschuld

Slovenië is ongewild het nieuwe middelpunt van de crisis. Doordat Hongarije zijn grenzen met een hek heeft afgesloten, is een alternatieve route ontstaan. Het laat zien hoezeer Europa een waterbed is: zonder overleg kunnen nationale beslissingen elders desastreus uitpakken. De Hongaarse premier Orbán speelde de vermoorde onschuld. Zijn land doet wat elk EU-lid, Griekenland voorop, zou moeten doen: de grenzen bewaken. Hijzelf had in ieder geval geen probleem meer. „Ik ben hier als waarnemer.”

De top, de tweede in tien dagen, was een poging om de giftige dynamiek die is ontstaan, te doorbreken. Niet alle leiders waren uitgenodigd, alleen degenen die acuut met de crisis worstelen. Naast Duitsland en Oostenrijk zaten Balkanlanden aan tafel, inclusief niet-EU-leden Servië en Macedonië. Leiders spraken af deze week nog 400 grensbewakers naar Slovenië te sturen. Ze beloofden ook dat ze geen vluchtelingen meer doorsturen zonder buurlanden hierover te „informeren”. Het voorstel van de Europese Commissie – dat een buurland eerst toestemming moet geven – haalde het niet.

Het initiatief voor de minitop kwam van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker. Dat is opmerkelijk. Normaal is het de voorzitter van de Europees Raad, de Pool Donald Tusk, die EU-leiders bij elkaar roept. Maar volgens ingewijden botert het niet zo tussen Tusk, die vooral gelooft in betere bewaking van de (Griekse) grens, en Angela Merkel, die, net als Juncker, meer hamert op Europese solidariteit.

Juncker bestrijdt dat er een competentiestrijd gaande is, maar wijst op de noodzaak van praktische actie, helemaal met de winter op komst. „In het Europa van 2015 kan het niet zo zijn dat mensen in vriestemperaturen in velden slapen en door rivieren waden.”