Foppe wil van iele jongens krachtige mannen maken

Foppe de Haan is terug als coach. Voetbalcrisis? Kracht is het sleutelwoord. Als een speler van Heerenveen zijn shirtje uitdoet, ziet hij geen spieren. „Dat kan niet.”

Illustratie Ruben Oppenheimer

Op zaterdagochtend drinkt Foppe de Haan koffie met zijn vrouw, thuis in het Friese Akkrum. Beetje filosoferen over voetbal. Het is de dag van zijn rentree, ’s avonds zit hij na 11 jaar en 161 dagen weer als trainer op de bank bij zijn SC Heerenveen. 72 jaar is hij – scherp van geest en lichamelijk gezond. Hij heeft er eerder in de week over gesproken met zijn vrouw, moet hij dit nog wel doen? Zij is tegen, hij wil stiekem nog wel. Ze geeft haar fiat, mits het tijdelijk is. Een laatste kunstje, om de club in crisistijd te helpen.

Is hij zenuwachtig, vraagt zij op de wedstrijddag. Nee, zegt De Haan. En, vraagt ze, vindt hij dat zijn team vroeger beter was? Hij knikt. De ploeg die hij in de jaren rond de eeuwwisseling had, „die was zo stabiel als wat”. Ze werden tweede, speelden Champions League. Spelers bleven meerdere jaren, hij kon bouwen aan een ploeg. „Elk jaar werd je een beetje beter.” Nu vertrekken spelers vaak na een goed seizoen, waardoor het fundament wordt weggeslagen.

Ze praten verder. Voetbal is sneller en fysieker geworden, vertelt hij zijn vrouw. „Daardoor ook onrustiger. En spelers zijn jonger.” Hij stapt in de auto naar het stadion van Heerenveen. Eten, wedstrijdbespreking en dan in de bus naar Tilburg, voor het duel met Willem II. Buschauffeur Jan Wijnsma zit achter het stuur, hij was er ook bij in De Haans tweede periode als coach, tussen 1992 en 2004.

Wijzend, peinzend, schreeuwend

Zeven fotografen en twee cameraploegen omsingelen hem voor de aftrap. Non-stop ijsbeert hij voor de dug-out, notitieblok bij de hand, wijzend, peinzend, schreeuwend naar spelers, discussiërend met de vierde official. Juichend als een junior wanneer Willem II een strafschop mist, waardoor het 2-2 blijft.

Foppe is back. Hij landt op het juiste moment – niet alleen bij Heerenveen. Zijn invloed gaat verder, als klankbord en criticus van het in crisis verkerende Nederlandse voetbal. Hij had de eerste signalen van het naderende onheil al eerder geconstateerd. In 2008 rammelde hij aan de alarmbellen als bondscoach van Jong Oranje, na een teleurstellend voetbaltoernooi op de Spelen in Beijing.

Zijn kritiek op de mentaliteit van de Nederlandse talenten was in die dagen vernietigend. Spelers houden zich in de voorbereiding niet aan individuele trainingsschema’s. „Ik voelde me besodemieterd. Zeker tien van die jonge gasten waren te beroerd geweest om hun huiswerk te doen”, zei hij in vakblad De Voetbaltrainer. De spelers hebben geen zelfkritiek, kunnen lastig omgaan met teleurstellingen, zijn moeilijk te coachen en kiezen te snel voor het grote geld, zei De Haan. En: „Ze zijn in de weer met een iPod en een laptop.”

Clubs die verzuipen in Europa

Nu, zeven jaar later. Geen EK voetbal, clubs verzuipen in de Europese competities en er klinkt kritiek dat de opleiding van de Nederlandse clubs achterloopt op die van de buurlanden.

Een oplossing? Kracht is het sleutelwoord, in de visie van De Haan. Daar wordt in Nederland te weinig op getraind, zegt hij in Tilburg. Als voorbeeld geeft hij zijn eigen middenvelder, de Zweed Simon Thern (23). „Als hij zijn shirtje uit doet, zie ik geen spieren. Een jongetje. Daar zou toch een spierbundel moeten zitten? Hij heeft nooit krachttraining gedaan. Dat kan niet”, zegt De Haan. Hij doceert: „Kracht is de voorwaarde om snel te zijn, duels te winnen en te koppen.”

De Haan is door de KNVB gevraagd om mee te denken over de toekomst van het voetbal, het zogeheten masterplan Hollandse School 2.0. Hij is als coach betrokken bij de werkgroep fysieke training.

Bij Heerenveen – hij vervangt de opgestapte Dwight Lodeweges – is de selectie direct geconfronteerd met zijn aanpak. Spelers vertellen dat er meer en harder wordt getraind onder De Haan. Woensdag en donderdag is er twee keer getraind, in de oude situatie zou dat één keer zijn. „Je ziet nu wel dat we iets frisser zijn”, zegt verdediger Pelé van Anholt. De Haan, bevlogen: „Ik garandeer je: als we twee tot drie weken verder zijn, hebben ze een conditie van hier tot ginder.”

Kijk naar de Duitsers, zegt hij. „Zij zijn fysiek zoveel sterker dan wij.” Het pijnpunt zit bij de opleiders, waar kracht geen prioriteit heeft. „Nederlandse trainers zijn daar in zijn algemeenheid hartstikke slecht in opgeleid.”

Beleving was er wel vandaag, zegt een journalist. Het blijft stil, stoïcijnse blik. Alsof De Haan wil zeggen: dat is de basis. Hij draait zich om. „Ik ga naar huis.”