Dit plein wordt mede mogelijk gemaakt door Heineken

Foto: Stadsdeel Zuid

Vanaf volgend jaar op een Amsterdams plein te bewonderen: een groenverlichte fontein in de vorm van een ster. De kosten? 150.000 euro. Wie betaalt? Heineken. Verkapte reclame, reageerden sommige omwonenden. Het “opvrolijken” van de buurt en “een knipoog naar de geschiedenis”, zegt een woordvoerder van het biermerk. Op een steenworp afstand ligt namelijk de oorspronkelijke brouwerij.

Samenwerkingen zoals deze, waarbij bedrijven meebetalen aan het onderhoud of opknappen van de openbare ruimte, komen steeds vaker voor. Co-productie heet dat in jargon. Naast fonteinen kunnen bedrijven sinds een aantal jaren ook parkbankjes adopteren. Reclamebedrijf JCDecaux onderhoudt duizenden Nederlandse tram- en bushaltes. En in Den Haag bestaat zelfs het Aegonplein, naar de verzekeraar die meebetaalde aan de renovatie ervan.

Het geld is op

Volgens Paul Slettenhaar (VVD), dagelijks bestuurder in Amsterdam-Zuid waar de Heinekenfontein komt te liggen, bespaart de gemeente kosten door de samenwerking.

“De afgelopen jaren hebben gemeenten veel moeten bezuinigen. Toch wil je dat de openbare ruimte er mooi en netjes bijligt. Dat is nu, met heel weinig belastinggeld, toch gelukt.”

Sinds dit jaar moeten gemeenten bepaalde taken van de overheid overnemen (de decentralisatie). Hierdoor geven zij meer uit dan ze binnenkrijgen. Gevolg: flinke bezuinigingen. Uit een enquête van Nieuwsuur bleek dat ten minste 42 gemeenten dit jaar op de openbare ruimte korten.

Wij betalen de tuinman

Ondernemers spelen in op deze bezuinigingsdruk. Neem De Rotondespecialist uit Zeist, opgericht in 2011. Zonder ervoor te hoeven betalen kunnen gemeenten het onderhoud van rotondes aan het bedrijf overdragen. En voor 2500 euro per jaar mogen andere bedrijven vervolgens op zo’n rotonde adverteren. “Hiermee bezuinigen gemeenten ongeveer 1200 euro per rotonde per jaar”, zegt Martijn Vonk van het bedrijf.

Inmiddels zitten 550 rotondes verdeeld over 50 gemeenten in zo’n constructie. De regels met betrekking tot de (semi)privatisering van de openbare ruimte verschillen per gemeente. Lokale welstandscommissies hebben het laatste woord; zij moeten bepalen of de reclame wel in het landschap past. Toch worden negen van de tien aanvragen goedgekeurd, zegt Vonk.

Overzicht van geadopteerde (rood) en te adopteren (groen) rotondes.

Naast de decentralisatie noemt Vonk de financiële crisis als oorzaak van de trend.

“Het Britse idee van de big society, waarin bedrijven en burgers stukjes van de openbare ruimte overnemen, is steeds meer gaan leven.”

Hij denkt dat de sponsoring van speeltuinen en parken in de komende jaren een reële optie is.

Zestig camera’s kijken mee

Volgens Rianne van Melik, sociaal geograaf aan de Radboud Universiteit, ligt het privatiseren van de openbare ruimte gevoelig in Nederland.

“De angst is dat zo’n ruimte volledig vercommercialiseert.”

Als voorbeeld noemt ze het Rotterdamse winkelgebied de Koopgoot, onder andere ontwikkeld door ING. “Daar hangen bij wijze van spreken zestig camera’s op driehonderd meter. Er zijn nauwelijks bankjes. Privébeveiliging stuurt daklozenkrantverkopers en enquêterende studenten weg. Het hoofddoel is kopen.”

De duizenden euro’s aan kosten die gemeenten besparen door de adoptie van rotondes ziet Van Melik als “een druppel op de gloeiende plaat”. Het totale onderhoud van de openbare ruimte kost miljoenen euro’s per jaar. Toch ziet ze positieve kanten aan de ontwikkeling, vooral voor private partijen.

“Zowel voor een hogere vastgoedwaarde als meer winkelend publiek is een aantrekkelijke binnenstad belangrijk. Maar dat mooier maken kost geld, dat gemeenten niet hebben. Waarom zou je de kosten dan niet delen?”