Bevroren welpjes van uitgestorven holenleeuw ontdekt

Russische wetenschappers hebben in Siberië twee bevroren welpjes van uitgestorven holenleeuw gevonden.

Muurschildering van holenleeuwen in grot van Chauvet. Foto Wikimedia/HTO

Nu weten we hoe holenleeuwen er ooit uit zagen. Russische wetenschappers hebben in de Siberische permafrost twee bevroren welpjes van de uitgestorven leeuw gevonden. Het vlees en de vacht zitten nog op de botten. Zelfs de welpensnoetjes zijn na duizenden jaren nog intact. De Siberian Times maakte de ontdekking van de ijsmummies vandaag bekend.

De welpjes werden gevonden in de permanent bevroren bodem van Jakoetië, het koudste deel van Siberië. In deze regio zijn al veel diepgevroren IJstijddieren gevonden. Het gebeurt een paar keer per jaar dat een jager of mijnwerker op de bevroren overblijfselen van een mammoet, wolharige neushoorn of bizon stuit. Maar een holenleeuw was nog nooit gevonden.

De holenleeuw (Panthera spelaea) is een uitgestorven leeuwensoort (of ondersoort van de Afrikaanse leeuw, daar discussiëren leeuwenkenners nog over) die in de IJstijd in Europa en Azië leefde. Ze waren een kwart groter dan Afrikaanse leeuwen. Een betere naam voor de holenleeuwen zou steppenleeuw zijn geweest: holenleeuwen leefden niet in grotten maar op de steppe, waar ze op groot wild zoals rendieren, paarden en bizons joegen.

Bevroren welpje van een holenleeuw.

Bevroren welpje van een holenleeuw. Academy of Sciences of Yakutia

Op het hoogtepunt leefde de holenleeuw van Groot-Brittannië tot aan Alaska, maar ongeveer 50.000 jaar geleden begon hun aantal af te nemen. Zo’n 14.000 jaar geleden, nog voor het einde van de laatste IJstijd, was de holenleeuw compleet uitgestorven. Onderzoekers weten niet waarom de holenleeuw verdween. Klimaatverandering, een afname van het aantal prooien en jacht door mensen zijn allemaal genoemd als oorzaken, maar het kan ook een combinatie van die drie zijn geweest.

Streepjes of egaal gekleurd?

Ross Barnett, evolutiebioloog aan de Universiteit van Kopenhagen en niet direct betrokken bij de ontdekking van de twee welpjes, is opgewonden over de vondst. “Dat ik straks een uitgestorven dier kan aankijken, een dier dat ik alleen ken van botten en DNA-sequenties, is een zeldzame eer.”

Barnett verwacht dat zijn collega’s veel van deze mummies zullen leren. “We kunnen bijvoorbeeld maaginhoud en spieren onderzoeken. Ook is er onenigheid is er onder kenners discussie over de kleur van de vacht. Sommige onderzoekers denken dat ze een egale kleur hadden, zoals moderne leeuwen, maar anderen denken dat ze licht gestreept waren.”

Paleontologen en archeologen hebben tot nu toe alleen botten, tanden en grotschilderingen van holenleeuwen gevonden. De beroemdste afbeeldingen van holenleeuwen komen uit de grot van Chauvet in Frankrijk en zijn 30.000 jaar oud. Dankzij zulke muurschilderingen weten we dat holenleeuwen geen manen hadden en waarschijnlijk in groepjes van drie of vier joegen.

Het is waarschijnlijk onmogelijk om DNA uit de welpenmummies te isoleren. IJsmummies zijn daarvoor te droog. In bevroren botten en in tanden blijft DNA veel beter bewaard. Het is al gelukt om holenleeuw-DNA uit bevroren botten te halen.

De Russen doen vooralsnog mysterieus over de ontdekking. Tot nu toe is er maar één korrelige foto van een welpje vrijgegeven. Op een persconferentie in november moet meer duidelijk worden over de Siberische welpen, meldt de Siberian Times.