We zijn niet vier keer zo gelukkig geworden

Annegreet van Bergen (61) is de auteur van de bestseller Gouden Jaren, over de enorme veranderingen in ons leven de afgelopen halve eeuw. Het boek is genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs. 

Voorspellingen

„Op een ochtend, november 2011, hoorde ik op de radio dat pensioenfonds ABP om tien uur z’n dekkingsgraad bekend ging maken, Radio 1 zou er live verslag van doen. In de krant van die dag las ik: we gaan het voelen! Alarmtaal. Mijn man Pieter is gepensioneerd ambtenaar en in de journalistiek gaat het ook niet best, ik probeerde me voor te stellen wat dit voor ons ging betekenen. Tegelijkertijd realiseerde ik me als econoom dat voorspellingen zelden uitkomen. Toen dacht ik aan mijn boek De lessen van burn-out. Eén reden dat ik een burn-out kreeg was dat ik alleen naar voren keek, naar wat er allemaal nog moest. Ik vergat tevreden terug te kijken en successen te vieren. Dat bracht me op het idee voor Gouden Jaren. De toekomst kennen we niet, het verleden wel, dus ik ga op zoek naar de feiten, dacht ik. In zestig jaar tijd is het reële inkomen per hoofd van de bevolking verviervoudigd, wat heeft ons dat opgeleverd?”

Rijkdom

„Ik heb me bewust beperkt tot zaken die door de groeiende rijkdom bereikbaar werden. De komst van de wasmachine, wegwerpcondooms, de vrije zaterdag. Kwesties als de ontkerkelijking en ontzuiling laat ik voor wat ze zijn, anders had ik de hele mentaliteitsgeschiedenis van Nederland moeten schrijven. Natuurlijk vergroot welvaart ook de vrijheid van mensen om hun leven in te richten zoals ze dat willen. Een scheiding bijvoorbeeld moet je je kunnen veroorloven. Maar met die ogen heb ik niet gekeken. Ik vertel verhalen, en ik gebruik cijfers om te laten zien hoe representatief ze zijn. Zo kent iedere 60-plusser anekdotes over gewassen worden in de tobbe of teil, maar wist je dat in 1956 slechts één derde van de huishoudens een ‘badgelegenheid’ bezat?”

Feelgood

„Volgens mij verklaart de nadruk op de dingen die je met geld kunt kopen het succes van Gouden Jaren. Iedereen herkent de voorwerpen die horen bij de economische groei. Die herkenning zou minder universeel zijn geweest als ik bijvoorbeeld de seksuele moraal had beschreven, want die is zoveel diverser. Het is een feelgood-boek over economie. Toen het in september 2014 uitkwam, kreeg ik meteen reacties van lezers: ‘U heeft mijn leven opgeschreven.’ Toen dacht ik: dit kan wel eens heel groot worden.”

Indoor skibaan

„Gouden Jaren heb ik opgedragen aan mijn grootmoeder Gerritjen Schukkink. Ik was vijf toen ze overleed, pas zestig, jonger dan ik nu ben. Uit verhalen weet ik hoe zwaar haar leven was. Ze had reuma en een ongeschoolde textielarbeider als man die er door zijn opvliegende karakter altijd overal uitvloog. Daardoor hadden ze het permanent arm. Ik moest aan haar denken toen ik met Pieter op de racefiets zat, mooi sportbroekje aan, omringd door mensen die nog ouder zijn dan ik en die ook moeiteloos zeventig kilometer fietsen. Dacht: stel dat oma dit had kunnen zien. Zij werd voor mij de metafoor voor de generatie van toen. Dit vinden wij gewoon, maar wat zou oma hebben gevonden? Van joggen achter een kinderwagen, of van een indoor skibaan op de restanten van een Limburgse kolenmijn?”

Arbeiderskinderen

„Mijn ouders waren veertien toen ze moesten gaan werken. Mijn moeder heeft daar haar leven lang onder geleden, want de kennishonger bleef. Gelukkig kon ze later wel moedermavo doen. Mijn vader was ambitieus en zelfbewust en werkte zich op tot docent aan de Kunstacademie. Inmiddels is het min of meer vanzelfsprekend geworden om onderwijs te volgen naar je talenten en niet naar je afkomst. De Van Bergens staan symbool voor die opwaartse mobiliteit. Aan het eind van het gymnasium wilde ik er de brui aan geven. Toen zei mijn moeder: ‘Hebben arbeiderskinderen eindelijk de kans door te leren, grijp je hem niet.’ Waarop ik, rotmeid die ik was, zei: ‘Jij bent misschien een arbeiderskind, maar ik niet.’”

Doodswens

Mijn moeder wilde dood uit 2010 is mijn meest intieme boek. Het vertelt over mijn moeders doodswens en onze zoektocht naar een uitweg, en geeft praktische informatie. Het is het boek dat ik zelf zo miste. Mijn moeder is overleden nadat ze is gestopt met eten en drinken. Ik herinner me dat ik bij de TROS Nieuwsshow zat en presentatrice Mieke van der Weij vroeg: ‘Is dat toch niet mooier dan euthanasie?’ Ik dacht: nee verdomme, ik wou dat haar al die narigheid bespaard was gebleven en ze met een drankje of een injectie had mogen overlijden. Je hoorde mijn snik op de radio. Het raakte me, ook nu weer.”

Geluk

„Er wordt me vaak gevraagd of we gelukkiger zijn ge worden door al die welvaart. Nou, niet vier keer zo gelukkig. Onlangs las ik een begrip van de psycholoog Nico Frijda: de wet van de asymmetrische adaptatie van blijheid en droefheid . Kort gezegd: aan plezierige zaken wen je, aan droeve veel minder snel. Mijn kleindochter Isolde, nu 4,5 jaar, werd geboren met een hartafwijking. Daaraan werd ze geopereerd, wat waren we blij. Nu denken we nog maar zelden: wat geweldig dat het zo goed is afgelopen. Stel dat ze was overleden, dan was het gemis nog heel schrijnend geweest. Zo geldt dat voor veel verworvenheden, denk ik. ”

Burn-out

„Ik kreeg mijn burn-out als chef economie van Elsevier. Ik had toegezegd om chef te worden en ging daar mee door, al bleek uit alles dat het niet bij me paste. Onlangs las ik het Leiderschapsboek voor Vrouwen van Marja Wagenaar, daarin schrijft ze over vrouwen die veel harder voor de zaak werken dan voor zichzelf. Zo was ik ook. Inmiddels weet ik dat er niets mis is met een grote krachtsinspanning, als er maar een pauze volgt. Deze maand heb ik tweeëntwintig lezingen, daarna vier maanden winterstop. Bij de gedachte dat ik hartje winter naar Uden moet en het misschien sneeuwt, word ik al zenuwachtig.”

Hospices

„Wat ik heel mooi vind is dat Gouden Jaren wordt gebruikt in verzorgingshuizen, om vergeten herinneringen op te halen. Ook op hun sterfbed blijken mensen het veel te lezen, omdat ze dan graag aan vroeger denken. Toen we dat hoorden heeft de uitgever alle hospices een exemplaar gestuurd. Bij lezingen vertellen mensen me vaak hun herinneringen, laatst nog iemand over maillots gemaakt van mouwen. Het komt allemaal in een vervolg, dat over een jaar af moet zijn. Net als onderwerpen die ik ben vergeten, zoals de avondschool, waar mijn vader nota bene op heeft gezeten, en het verschil tussen ziekenfonds en particulier verzekerd zijn.”

Economie

„De innerlijke noodzaak voor het schrijven van een economieboek ligt misschien minder voor de hand dan bij een boek over burn-out of zelfbeschikking, maar was er wel degelijk. Ik koos tamelijk onbezonnen voor de studie economie en vond het taai en saai. Maar ja, er waren maar vijf vrouwelijke eerstejaars, dan kon ik toch niet stoppen? Ik vond het stiekem ook stoer. Daarna was ik, zoals dat heet, een doorbraakvrouw. De eerste vrouw op de financiële redactie van de Volkskrant, bij het Financieel-Economisch Magazine en als chef economie bij Elsevier. Met Gouden Jaren wilde ik blootleggen waar economie eigenlijk over gaat. Maar ik schreef het ook vanuit het gevoel: ik heb niet voor niets zo geknokt. Nu wil ik laten zien waar ik al die jaren mijn energie in heb gestopt.”