Uitgaven aan universitair onderzoek stijgen al jaren

In de afgelopen twintig jaar zijn uitgaven aan onderzoek in hoger onderwijs flink gestegen.

Het materiaalkundige lab van Nathalie Katsonis aan de Universiteit Twente. Foto Lars van den Brink

Er gaat in Nederland al twintig jaar lang vrijwel ieder jaar steeds meer geld naar onderzoek in het hoger onderwijs. Ook het aantal onderzoekers neemt al jaren toe. Dat blijkt uit een analyse van NRC.

Het staat in contrast met de zorgen van wetenschappers de laatste jaren. Er zou een gebrek zijn aan geld en vrijheid. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ging er in 1995 in totaal 1,7 miljard euro naar het onderzoek in het hoger onderwijs. In 2013 lag dat bedrag op 4 miljard euro. Dat is een stijging van gemiddeld bijna 128 miljoen euro (oftewel zo’n 5 procent) per jaar. Ook als wordt gecorrigeerd voor inflatie is nog steeds sprake van een fikse stijging. Het bedrag dat gemiddeld per onderzoeker beschikbaar is, groeit ook. „De cijfers stroken niet met het sentiment onder academici”, zegt Barend van der Meulen, hoofd van de afdeling Science System Assessment van het Rathenau Instituut in Den Haag.

In Nederland is vooral het onderzoek in de sector ‘gezondheid’ gegroeid. Het aandeel van de sector ‘techniek’ is het meest gedaald – hoewel ook hier, in absolute termen, meer geld is gekomen.

Vergeleken met andere Europese landen zijn de uitgaven voor onderzoek in Nederland wel langzaam gegroeid. In bijvoorbeeld Denemarken en Zwitserland is sprake van een veel snellere toename. Toch blijft Nederland internationaal hoog scoren als het gaat om bijvoorbeeld de impact van wetenschappelijke publicaties en het binnenhalen van subsidies uit Brussel.

In een reactie op de cijfers zegt Tweede Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD) dat het er niet per se meer geld moet komen voor onderzoek. „Veel belangrijker is hóé we het inzetten.” Hij wil dat meer onderzoeksgeld gaat naar publiek-private samenwerkingen en ook meer langjarige projecten.

Tweede Kamerlid Mei Li Vos (PvdA) vindt nu de belangrijkste vraag „of het geld wel efficiënt wordt besteed”. Ze hekelt het groeiende aantal afwijzingen van projectaanvragen door onderzoeksfinancier NWO. „Zonde van alle tijd en energie.”

Oppositie-Kamerlid Jasper van Dijk (SP) pleit in een reactie voor herstel van de autonomie van wetenschappers „die tot dusver kwaliteit heeft geleverd”. Ook wil Van Dijk af van het veel te sturende topsectorenbeleid.

Kamerlid Paul van Meenen (D66), ook van de oppositie, keert zich ook tegen het topsectorenbeleid. „Echte ontdekkingen en doorbraken komen zelden van de gevestigde orde met de bestaande verdienmodellen.”