Poolse vrijage met EU kan maandag voorbij zijn

Oppositiepartij PiS voert de peilingen aan. De partij van ex-premier Kaczynski staat niet bekend om zijn inschikkelijkheid in Europa.

De verkiezingsstrijd in Polen kent een premier: er zijn twee vrouwelijke kandidaat-premiers. De centrum-rechtse premier Ewa Kopacz van het Burgerplatform (rechts) neemt het op tegenBeata Szydlo van oppositiepartij Recht en Rechtvaardigheid. Foto Rafal Guz/EPA

De laatste uren voor de verkiezingen gebruik je in Polen om de kiezer nog even flink angst aan te jagen. „Ga stemmen! Als je thuisblijft, wint PiS”, meldt een internetadvertentie van de centrum-rechtse regeringspartij Burgerplatform (PO). Waarschuwen voor de katholieke reactionairen van Recht en Rechtvaardigheid (PiS), koploper in de peilingen voor zondag, is traditie bij de partij van premier Ewa Kopacz (58). Maar wie luistert er nog?

PiS verwierf zijn toxische reputatie tussen 2005 en 2007. Het was de tijd van premier Jaroslaw Kaczynski en zijn later bij een vliegtuigramp verongelukte broer, president Lech. De eeneiige tweeling bestuurde op autoritaire wijze, ging obsessief tekeer tegen vermeende communistische spionnen en ‘anti-Poolse’ elementen binnen de Poolse elite en viel op met homofobe en anti-Duitse retoriek.

Maar na acht jaar PO-bewind blijkt het kernelectoraat van PiS standvastig en is de vrees bij veel andere kiezers uitgewerkt. Dat heeft in de eerste plaats te maken met de afkeer van PO. Aan die partij kleeft een reputatie van arrogante machtswellustelingen, mede door afgeluisterde gesprekken van PO-toplui die in een chic restaurant onderhandse deals bespreken. Het wekt de afkeer op van veel Polen, die ondanks de forse economische groei genoegen moeten nemen met een bescheiden loon en weinig werkzekerheid.

Zij worden niet alleen verleid door PiS, dat een lagere pensioenleeftijd belooft en minder belastingen voor lage inkomens, maar ook door populisten zoals de rechtse rockster en potentiële coalitiepartner Pawel Kukiz (52).

De terughoudendheid van PO om economische hervormingen door te voeren en vaart te maken met ethische dossiers zoals homorechten, dreef liberale en progressieve kiezers dan weer in de handen van kleinere partijen. Kopacz kon als protégé en opvolger van huidig ‘EU-president’ Donald Tusk wel vat krijgen op haar verdeelde partij maar beschikt niet over diens campagnevaardigheden.

Tegenover Kopacz plaatste PiS – een primeur voor Polen – eveneens een vrouw als kandidaat-premier. Beata Szydlo (52), parlementslid, is een gereserveerder alternatief voor de polariserende en excentrieke Kaczynski. Maar in Warschau wordt vooral druk gediscussieerd over de vraag of zij en de in mei verkozen president van PiS-signatuur Andrzej Duda geen marionetten zijn van hun excentrieke leider.

Kaczynski trad de laatste campagneweken weer op de voorgrond met krasse uitspraken over migranten die in Zweden de sharia opgelegd zouden hebben en „parasieten” naar Europa brengen. Ook zinspeelde hij op een geheim akkoord om Polen met „honderdduizend moslims” op te zadelen.

Anders dan de meer op West-Europa gerichte PO-regering, die een EU-akkoord over herverdeling van vluchtelingen steunde, wil PiS zich aansluiten bij Midden-Europese landen.

Op andere punten zou een machtswissel wellicht minder revolutionair blijken: ook PO pleitte vóór PiS-prioriteiten zoals een permanente NAVO-basis in Polen en tégen ambitieuze klimaatdoelstellingen. Maar weinigen verwachten dat een PiS-regering een inschikkelijker onderhandelingspartner zal zijn: de Brusselse liefdesverhouding met het nieuwe Polen zou na zondag abrupt voorbij kunnen zijn.