Column

Piemel

Genoeg is genoeg – het beeld van Nederlandse burgers die zich oprecht zorgen maken over de komst van asielzoekers kantelde deze week in het Brabantse Steenbergen. De joelende meute die tijdens een „verkennende” inspraakavond burgemeester Vos bedreigde („we gaan op vossenjacht”) en de vrouw die voor opvang wilde pleiten het spreken onmogelijk maakte („daar moet een piemel in!”), deed zelfs bij de meest begripvolle geest een rood waas voor de ogen trekken. Het geheel had het aanzien van een fantastische jij-bak. Moesten we deze radicale haters zien als verdedigers van onze democratische waarden? Waren dit de mensen die vreesden voor ontsporend „testosteron”? Was dit onze westerse beschaving die beschermd werd tegen wangedrag? Kijk in de spiegel, gek.

Het was vooral ook een sociaal dingetje. De Brabantse schreeuwers in Steenbergen vierden hun eigen carnaval van de haat, hard schoppen tegen de hoge heren, schelden omdat het leuk is, blind afrekenen met iedere nuancering, zichtbaar genietend van eigen botheid.

Toen New Kids het deden, vond iedereen het leuk.

Nu een stuk minder. Meteen werd de dappere vrouw, die eerder al een steen door de ruit had gekregen, als een heldin onthaald door dat andere Nederland, het Nederland van de Volkskrant en NRC en zelfs De Telegraaf – de laatste sprak van „agressieve relschoppers met petjes”. Niet eerder werd de behoefte aan een beetje tegenspraak duidelijker verbeeld dan in de omhelzing van de vrouw die haar mond durfde open te doen.

Aan de premier hebben we immers niets. Zijn eigen partij ondergraaft uit een verkeerd soort berekening consequent het draagvlak voor wat voor beleid dan ook – steeds weer die halfslachtigheid, steeds weer die krakende onoprechtheid die de politiek zo’n slechte naam bezorgt, echt niet alleen bij schreeuwers „met petjes”. Halbe Zijlstra is geen politicus met een boodschap, hij blijft zo duidelijk de man die je om een boodschap kunt sturen – loopjongen, geen leider.

Geen wonder dat te midden van zoveel bestuurlijke bedeesdheid en infantiele paaipolitiek (geen nepborsten voor asielzoekers!) een simpel geval van burgermoed als een geschenk uit de hemel wordt beschouwd. Maar wat voor symbool is dat, een vrouw die de mond wordt gesnoerd. Wat hebben we aan moedige burgers, als we nauwelijks moedige politici hebben?

Nog steeds lijkt het kwartje niet te vallen, niet bij de politiek, maar ook niet bij delen van de „beschaafde” journalistiek – deze maand werd Rutte door deze krant nog geprezen vanwege zijn „optimistische opportunisme” dat hem „onaantastbaar” zou maken? Huh? Alleen als je onzichtbaarheid aanziet voor onaantastbaarheid. In zulke bedaagde commentaren wordt ook altijd de visieloosheid van Rutte geprezen. Kom, de man is zuiver pragmatisch, daar heb je uiteindelijk veel meer aan in zo’n politiek verdeeld landje als het onze. „Het merendeel van het na de oorlog razendsnel geseculariseerde Nederland zit niet te wachten op de boodschap van overheidswege, maar wil daden zien.”

Wie zo denkt, zal nooit begrijpen waarom Wilders na iedere electorale inzinking weer herrijst. Net zo naïef is met cijfers aankomen die laten zien dat er in de jaren negentig veel meer vluchtelingen zijn opgevangen.

De hysterische taferelen tijdens de inspraakavonden laten een radicale vervreemding zien. Het is houvast zoeken bij de totale afwijzing. Dat het om een minderheid gaat, doet er niet toe. Het gaat erom dat de meerderheid nauwelijks gehoord wordt.

Dat is een morele crisis, kijk naar de rest van Europa – wie dan aan komt met sussende woorden over dat deze coalitie toch maar mooi de woningmarkt heeft opengebroken, heeft iets essentieels niet begrepen. Een piemel hoeft er niet in, maar iets minder zelfgenoegzaamheid zou wonderen doen.

Tekenend voor het onbegrip voor wat er werkelijk speelt, is het besluit onze grondwet uit te delen in de opvangcentra. Wie denkt oprecht dat vluchtelingen na het lezen denken, verrek, artikel 1 daar zit wat in, even mijn opvattingen bijstellen? Of dat men in Steenbergen denkt, nu hebben we onze waarden gecommuniceerd, gaaf zeg, ik heb mijn geloof in de politiek terug?

Geen gezag zonder moreel gezag. Geef ons een paar politici zoals die mevrouw uit Steenbergen, die met hun poten in de modder gaan staan, die geen bewondering oogsten vanwege hun „optimistische opportunisme”, maar die zien wat er werkelijk op het spel staat: een idee van samenhang, van wat Nederland dan wél zou moeten zijn.