Smaakmakers (3)‘Nu ik businessclass vlieg, pikt de douane me er niet meer uit’

Cardioloog Harriette Verwey is blij dat Geert Wilders haar scherp houdt.

Dr. Harriette Verwey (Paramaribo, 1951) is plaatsvervangend afdelingshoofd Cardiologie bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Als achttienjarige kwam ze op een koude augustusdag naar Nederland om twee jaar in Leiden te gaan studeren. Ze genoot zo van haar zelfstandigheid, dat ze besloot hier te blijven.

Haar overgrootvader was slaaf op een plantage, ontdekte onlangs een broer die stamboomonderzoek deed. Deed het haar iets, te horen dat ze pas tot de vierde generatie vrije Verweys hoort? Het boeit haar niet, ze is een vrije geest, zegt ze met een schaterlach.

Wanneer voelt u zich Surinaams?

„Altijd. Maar ik ben wel een Surinamer met een Nederlands randje. Ik heb hier geleerd nuchterheid en doelmatigheid te scheiden van plezier. Een typisch Nederlandse gewoonte waar sommige Surinamers moeite mee hebben.”

Moet je je afkomst dan verloochenen?

„Zeker niet. Maar je roots mogen niet je toekomst bepalen. Je moet voorbij je schaduw stappen. Als je vooruit wilt, kan je in Nederland niet volledig Surinamer blijven. Ik heb me bijvoorbeeld verdiept in opera en ballet. Een andere wereld is voor mij opengegaan en die heeft mijn manier van denken verruimd.

„Op mijn spreekuur komen soms patiënten die hier al tientallen jaren wonen en de taal niet spreken. Ze hebben een kind of kleinkind meegenomen om te tolken. Dat vind ik jammer, omdat ik niet zeker weet of de zorg volledig is.”

Voelt u zich ook weleens Nederlander?

„Ik ben trots op Nederland, en dankbaar voor alle kansen die ik hier heb gehad. Ik voel me ook thuis, en zeker geen vreemdeling. Maar ik ben allochtoon, that’s what I am. Als anderen met mijn huidskleur moeite hebben, vind ik dat jammer voor hen.”

Zorgt uw kleur dan weleens voor problemen?

„Pas sinds ik businessclass vlieg, pikt de douane op Schiphol me niet meer uit de rij om naar mijn paspoort te vragen. En met mijn Mercedes Benz E200 Avantgarde word ik af en toe naar de kant gehaald. Dat heet dan ‘routinecontrole’. Maar ik leg dat soort irritaties naast me neer. In het ziekenhuis merk ik niet dat patiënten het vreemd vinden door een donkere vrouw te worden geholpen. Ik ben deskundig en straal gezag uit.

„Mijn opvoeding heeft me een voorsprong gegeven. Mijn moeder was lichtgetint, mijn vader zwart. Van jongs af gingen wit en zwart in ons gezin in harmonie met elkaar om.”

U bent voorzitter van de raad van toezicht van de stichting die jaarlijks de ‘Etnische zakenvrouw en manager van het jaar’ kiest.

„Rolmodellen kunnen een voorbeeld zijn voor allochtonen, zeker in het midden- en kleinbedrijf waar allochtonen sterk vertegenwoordigd zijn. Zelf heb ik ook een voorbeeldfunctie. Ik probeer jonge mensen duidelijk te maken dat ik niet door mijn mooie gezicht zo ver ben gekomen. Ik hou niet van positieve discriminatie; je moet op je merites worden beoordeeld. Dus kansen pakken en er snoeihard voor gaan. Alleen dan zijn dromen te realiseren.”

De laatste jaren is het streven naar diversiteit onder druk komen te staan.

„Ik ben blij met Wilders, hij houdt me scherp. Het is een must om een goed en duidelijk tegensignaal te geven. En ik ben echt geen uitzondering; het grootste deel van de allochtonen draagt op een positieve manier bij aan de Nederlandse samenleving. Maar one people, one voice – zover zijn we in Nederland nog lang niet.”