‘Naar de schreeuwers wordt geluisterd’

Explosieve informatieavonden, bedreigde bestuurders, een asielzoekerscentrum bestormd. Brengt het vluchtelingenrecord Nederland tot een kookpunt? Uit een peiling op vier plekken blijkt dat plaatselijke omstandigheden de tolerantie bepalen, dat media soms vertekenen en dat het beleid ook niet altijd even handig is.

Tekst Jannetje Koelewijn, Thomas Rueb, Freek Schravesande, Esther Wittenberg

Beeldje in Beverwaard.

Hoe Nederland de nieuwkomers inpast. Een beetje achterdochtig in het begin, maar langzaam maar zeker wordt het ‘dag’ en ‘hallo’. Op bezoek in Oisterwijk, waar sinds 2003 450 asielzoekers wonen in een azc. „Ze groeten altijd terug.”

Al die eikels, „het zijn er meer dan anders”, zegt de 82-jarige Wim van de Wiel voorovergebogen. Hij raapt ze een voor een op uit zijn voortuin.

Nee, van asielzoekers heeft hij geen last. Soms is hij wel verbaasd over de capriolen die ze uithalen op de fiets. Met twee, drie op één rijwiel zonder kennis van zaken. Laatst ging er een met boodschappen en al naar de grond, pal voor zijn deur. Eieren kláts de weg over. Die gingen mooi weer terug in de doos.

„Ik heb eigenlijk maar één klacht”, zegt hij wijzend naar de stoep. „Die blikjes.”

Freeway Up heet het energiedrankje waarmee de route tussen het asielzoekerscentrum en de Lidl bezaaid ligt. Het tripje door bos, villawijk, woonwijk naar supermarkt en weer terug meet in totaal 6,4 kilometer en is voor veel asielzoekers in het Brabantse Oisterwijk dagelijkse praktijk.

De bevolking van het chique dorp is wel wat gewend. Al sinds 2003 zit in de prachtige bossen verderop een azc met 450 plaatsen. De Oisterwijkers weten niet beter dan dat vreemdelingen rondslenteren over de oude waaltjes van hun centrum en met volle tassen de kapitale huizen met dubbele garage passeren.

„Ik zeg ze altijd gewoon dag of hallo”, vertelt de 83-jarige Annie van Remunt halverwege de route. „Ze groeten altijd terug.”

In die beginjaren was het voor iederéén best wennen, zegt ze. Andere huidskleur, dat gebrabbel. Als je ze tegenkwam dan was het vriendelijk lachen over en weer. Een hand opsteken. „Je wist eerst niet wat je ermee aanmoest.”

Het hielp ook niet dat de asielzoekers die eerste maanden het bos niet uitkwamen. Pas toen ze zich onder de mensen gingen begeven keerde het tij. Nu ziet Van Remunt dat Brabants en buitenlands prima mengt, vooral op scholen. „Dat kwebbelt en dat doet met elkaar.”

Handelsmerk van de Oisterwijkse asielzoeker is de zwarte Batavus met rode fietstas. Je ziet ze op de route voortdurend rijden in groepjes langs lokale ouderen die de heg bijknippen of de hond uitlaten. „Tim, niet aan die eikels bijten jongen.”

Bij een rustiek vennetje in de villawijk ging het laatst mis. Jongemannen uit Syrië gingen bewapend met takken en stokken een groep Marokkaans-Nederlandse jongens te lijf. Er zou al langer iets broeien tussen de twee groepen. Wat precies, is onbekend. De burgemeester stelde een noodverordening in om preventief fouilleren mogelijk te maken.

De 22-jarige Thomas, die als Lidl-medewerker heel wat energiedrankjes à 39 cent langs de scanner haalt, kan zich er wel wat bij voorstellen. Toen het asielzoekerscentrum er net zat, had hij vrienden die graag uitdaagden. Tegen asielzoekers aanlopen, een beuk geven. Jongensgedrag.

Probleem tóén was dat de asielzoekers in Oisterwijk geen eigen fiets hadden. Dan werd er weleens een gejat en ging de lokale jeugd op zoek. „Soms zagen we die fiets bij hun op het terrein staan, maar ’m terughalen mocht niet van het azc.” Dat heeft weleens tot opstootjes geleid, inclusief ME. Nu is dat volgens Thomas netjes opgelost. „Ze hebben allemaal een eigen fiets.”

De komst van grote aantallen asielzoekers, leidt ook tot grote aantallen helpers. In het Brabantse Rosmalen staan de vrijwilligers in de rij. „Ik wil juist zo veel mogelijk doen om te zorgen dat ze zich hier welkom voelen.”

Deze donderdagmorgen delen vrijwilligers bij de ingang van de noodopvang namens het Rode Kruis kleding uit. Mannen staan in de rij voor de kledinguitgiftepost. Ze komen naar buiten met winterschoenen, winterjassen, spijkerbroeken. Eentje doet meteen een roze trui aan met daarop: Brabantse Dorpen Derby.

Geertje Stoffels (36) geeft in de recreatieruimte Nederlandse les. Ze woont in Rosmalen en heeft zich bij de informatieavond over de noodopvang meteen aangemeld. „Ik vind die angst en vooroordelen rondom de komst van vluchtelingen naar. Ik wil juist zo veel mogelijk doen om te zorgen dat ze zich hier welkom voelen.” Gisteren was ze hier met haar zus en heeft ze drie mannen meegenomen om bij haar thuis te lunchen met broodjes en kaas.

Er zijn ook vrijwilligers die fietsles komen geven of met de mannen komen sporten. FC Den Bosch haalt elke thuiswedstrijd met een bus een aantal vluchtelingen op, die dan de wedstrijd mogen bijwonen, vertelt Robert Ploeg van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). „Vooraf wordt hun duidelijk gemaakt voor welke club ze moeten juichen.”

Vlak aan de A59 tussen Den Bosch en Oss ligt, achter met zwart zeil afgedekte hekken, een tijdelijke noodopvang op het terrein van het Autotron in Rosmalen. In de directe omgeving staat maïs op velden te rijpen en liggen royale vrijstaande huizen tussen groene velden en omgeploegde akkers.

Hier verblijven sinds begin september 400 mannelijke vluchtelingen: veertig procent uit Syrië, veertig procent uit Eritrea en de rest uit Iran, Irak, Afghanistan, Somalië. Deze mannen zijn nog niet gecheckt door politie, GGD en IND en hebben dan ook nog geen vluchtelingennummer. Ze wachten. Ondertussen slapen ze op stapelbedden in acht-persoonscompartimenten in enorme, verwarmde paviljoententen en krijgen ze drie keer per dag te eten.

Zeker, er was wat ophef tijdens de informatieavond waarop de komst werd toegelicht. Maar vervolgens richtten Rosmalenaren (gemeente Den Bosch) de Facebook-pagina ‘Den Bosch zegt JA tegen AZC’ op, meldden tientallen mensen zich als vrijwilliger en hielden kerken en stichtingen kledinginzamelingsacties. Robert Ploeg van het COA: „Wij zijn er nauwelijks op ingericht om al die vrijwilligersinitiatieven op een noodopvang te begeleiden.”

„Alle sportverenigingen en culturele instellingen in Rosmalen staan klaar om iets te doen voor de vluchtelingen. Niemand zegt nee.” Ze hebben hier vorige eeuw ook jarenlang asielzoekers opgevangen, zegt vrijwilliger Aad van der Steen, voorzitter van de Rosmalense Sportalliantie die sportactiviteiten organiseert, en toen was het niet anders. „We moeten die mensen niet uitsluiten, maar juist zorgen dat ze mee kunnen doen. Dat vind ik belangrijk met het oog op de toekomst.”

Waarom lijkt het dan alsof Nederland in overgrote meerderheid tegen de opvang van asielzoekers is? Op tv en in kranten zie je allemaal boze buurtbewoners, al dan niet geholpen door extreemrechtse inspraakhooligans. In het Friese Rijs weten ze wel hoe het komt, sinds de EO kwam filmen. „Naar de hardste schreeuwers wordt geluisterd.”

Boukje en Meinte Vierstra, 74 en 76, zitten klaar met koffie en oranjekoek, hartelijk, gastvrij, al hebben ze eigenlijk geen zin om over de gebeurtenissen van november vorig jaar te praten. Veel te blij dat het voorbij is en iedereen elkaar weer groet op straat.

Er zouden 500 vluchtelingen worden gehuisvest in Mooi Gaasterland, in de bossen bij Rijs (Friesland), maar na een opstand van de bevolking – zo leek het – werd het plan afgeblazen. Mooi Gaasterland, een Pippi Langkous-villa waar vroeger Jeugdzorgkinderen woonden, is nu een bistro. Paarse gordijnen, goudkleurige stoelen.

Meinte, oud-onderwijsbegeleider: „Het was maar een kleine groep die tegen de komst van de vluchtelingen was. Maar in de media kregen ze alle aandacht. Zíj zaten bij De Wereld Draait Door.”

Boukje, oud-maatschappelijk werkster: „De mensen die ‘welkom’ zeiden, en ‘kunnen we iets doen?’ kregen geen enkele aandacht.”

Hij: „Wat zich hier in het klein heeft afgespeeld, denken wij, speelt zich ook in het groot af. Naar de hardste schreeuwers wordt geluisterd. Niet naar de mensen met een genuanceerde mening.”

Natuurlijk, zegt hij, was het niet gemakkelijk geweest om zoveel vluchtelingen op te nemen. Misschien hadden het er minder moeten zijn. Maar Gaasterland heeft een lange traditie van gastvrijheid en medemenselijkheid. In 1685: honderden Hugenoten. In 1914: 2.000 vluchtelingen uit België. Molukkers, Hongerwinterkinderen – ze werden opgevangen in Rijs en het ging altijd goed.

November vorig jaar, een filmploeg van de EO. Boukje sprak uitvoerig met ze, met vijftien andere vrouwen. Er werd niets van uitgezonden, alleen de tegenstanders kwamen op tv aan het woord. Meinte stuurde een mail. Waarom zo? Waarom geen evenwichtig beeld? Geen antwoord. Nog een mail en toen dit: een tegoedbon waarmee de heer Vierstra met tien procent korting iets kon kopen in de webwinkel van de EO.

Een kleine wandeling verderop woont Wink Blomsma, 67 jaar, oud-actuaris en voorzitter van Dorpsbelang Bakhuizen, Mirns en Rijs. In november vorig jaar liet hij luid en duidelijk van zich horen: nul komma nul inspraak was er geweest, waarom hoorden de bewoners niets van de gemeente, dit was ‘onbehoorlijk bestuur’.

Wat zegt hij nu? „In de media was alle nuance verdwenen, alleen het negatieve werd uitgezonden. Ik heb drie kwartier met een ploeg van RTL staan praten en wat zag ik terug? Een boze vrouw die de deur opendoet en begint te snauwen.”

Wat was dan het positieve? „Dat er bij 80 procent van de bevolking geen bezwaar was tegen de komst van 100 à 150 vluchtelingen – we hadden een enquête gedaan. Bewoners stonden bij wijze van spreken al klaar om halalkroketten voor ze te bakken. We krijgen hier in het dorp nu drie vluchtelingengezinnen te wonen, gisteravond was er een bijeenkomst om te kijken hoe we ze kunnen helpen.”

Zijn oplossing: 150 vluchtelingen in Mooi Gaasterland, 200 in Balk, 200 in Joure, enzovoort. „Kleinschalig, dat zeggen wij.” De gemeente heeft nu Landlust in Balk aangewezen voor de opvang van 500 vluchtelingen. Omwonenden zijn daar niet blij mee en hebben een alternatief plan gemaakt: de Houtdyk, tussen Balk en Rijs in. „Goed idee”, zegt Wink Blomsma. „Maar er wordt niet naar geluisterd.”

Is het dan allemaal beeldvorming, die bewonersprotesten? In Beverwaard, waar burgemeester Aboutaleb en zijn politiechef door de Mobiele Eenheid moesten worden ontzet, is echt iets aan de hand. „In plaats van dat ze hier de problemen oplossen, dumpen ze 600 man bij ons.”

Nog maar een paar maanden geleden is het dat hij een pistool tegen zijn hoofd gezet kreeg. Een revolver, Smith & Wesson, korte loop. Firat Ocak (31) stribbelde niet tegen, gaf gelijk al zijn geld – een paar tientjes. „Mag ik dan wel mijn auto houden?”, vroeg de pizzakoerier alleen. Dat mocht.

Een andere bezorger deze zomer verzette zich wel. Die werd in zijn been geschoten.

Dit is Beverwaard, het einde van lijn 23, de langste tramlijn van Rotterdam. Verder van het centrum kun je niet komen. „Een dorp op zichzelf”, vinden de bewoners. Dit is ook de wijk die vorige week in opstand kwam tegen de aangekondigde komst van 600 asielzoekers. Tijdens een avond met burgemeester Ahmed Aboutaleb moest de ME in actie komen.

Om Beverwaard te begrijpen, zeggen ze hier op straat, moet je bij de Kringloopwinkel zijn. Die wordt opgedoekt: hij staat op het terrein waar het azc komt. Eigenaar Marian Werner (57) drinkt koffie onder een partytent voor de ingang , rookt samen met Lina (60) en Witali (38) een sigaret. De regen tikt op het witte plastic. „Dit is meer dan een winkel”, zegt Lina. „De buurt komt hier samen”, zegt Witali. Marian: „Ik zet zes potten koffie per dag.”

Een paar uur bij de Kringloop en tientallen mensen komen langs, van elk pluimage. En ja, élk gesprek gaat over het azc. Het heersende gevoel, in de woorden van bezoeker Henk van de Winkel (50): „Een nieuw probleem voor een wijk die er al zoveel heeft.” In het kort: onveiligheid, armoede, werkloosheid, leegstand. „In plaats van dat ze die oplossen, dumpen ze 600 man bij ons. Dat is frustrerend. Extréém frustrerend.”

Ze wijzen naar het woonwagenkamp, De Kievit, nog geen 150 meter verderop. „En wat denk je dat die jongens straks gaan doen? Zij hebben al beloofd dat ze de boel zullen platbranden.” Marian zucht: „Als ze het maar doen vóór die arme mensen erin zitten.”

Witali Kaimakulov, als kind zelf hierheen gevlucht vanuit de Sovjet-Unie, wil wel een rondleiding geven. „Kom!” Beverwaard is relatief nieuw, aangelegd begin jaren 80: laag, plantsoenen, veel groen. Een bloemkoolwijk wordt dit genoemd, de trambaan als stronk en daaromheen de buurten. Zomaar een dorp, zou je denken. Maar in Beverwaard heerst een type onveiligheid waarvan je soms vergeet dat die in Nederland bestaat.

In het winkelcentrum in het hart prijkt een bord: ‘Samenscholing verboden’. Permanent. Om zes uur stipt sleuren de winkels hun rolluiken naar beneden. Dursun Güler (40) heeft haast om dicht te gaan. Het grootste probleem volgens de sigarenboer? Hij wijst op een groepje hangjongeren aan de overkant, ze negeren het samenscholingsverbod voor een leegstaand winkelpand. „Moet jij hier vanavond eens gaan zitten en tellen hoe vaak je een agent voorbij ziet komen.” Nou? „Nooit.”

De enige plek die wel openblijft, is pizzeria 010 – waar ook bezorger Firat werkt. 010 zit er pas kort, de vorige eigenaar vertrok na de zoveelste overval. Eigen schuld. „Hij stond vaak alleen in de zaak.” Nu zijn ze er met zijn drieën, mannen, altijd.

„Een nachtwinkel? In Beverwaard?” Ilhan Karademir (29) lacht. Hij klinkt bijna vertederd als hij ziet dat de vraag serieus bedoeld is. „Jongen, die wordt toch gelijk beroofd. Als het niet binnen een dag is, dan zeker binnen twee.”

Het azc komt er, daar is volgens de meeste bewoners weinig meer tegen te doen. Maar 600, in zo’n explosieve buurt... Witali: „Ze hebben aan grond gedacht, niet aan de mensen.” Lina: „O, alsjeblieft, op zijn minst: halvéér het! Dit. Gaat. Mis.” Marian: „Doe het anders voor die vluchtelingen. Beverwaard is geen wijk met een kort lontje. Dit is een wijk zonder lontje.”