Rechter en wetgever tegelijk

Illustraties Cyprian Koscielniak

Marc Chavannes maakt zich, in een magistrale terugblik op zijn correspondentschap in eigen land (17/10), zorgen over de afkeer van tegenmacht tegen de staat. Tot de tekenen rekent hij pleidooien voor terugdringen van het toetsingsrecht van wetten aan Europees recht. Zeker betreffende het Hof in Straatsburg geldt echter ook: is dit orgaan zelf in feite niet vaak rechter en wetgever tegelijk, zonder tegenwicht? Op 16 oktober verordonneerde het Hof dat de Armeense genocide een leugen noemen nog geen haatgevoelens verraadt, maar ontkenning van de holocaust wel. In Frankrijk bijvoorbeeld doorkruist deze uitspraak de koers van de regering onherroepelijk. Wat kwalificeert de rechters in Straatsburg om namens zo’n kleine vijftig landen de grens te trekken tussen vrije meningsuiting en haatzaaien? Bij de benoeming van de namens Nederland zittende rechter ging het over hoe hij had geoordeeld in een Schiedamse moordzaak, niet over zijn kijk op de trias politica of negationisme aangaande genociden. Het Hof stemde tien tegen zeven. In het verleden deed het al eens uitspraak bij een enkele stem meerderheid. Men kan dus niet stellen dat het college altijd opereert binnen de grenzen van een Europese consensus. Alleen al de besluitvorming bij enkelvoudige meerderheid onderscheidt het Hof van zijn enige tegenspeler, de regeringen van de Raad van Europa, die de rechter hooguit bij unanimiteit en met een slepende procedure zouden kunnen terugfluiten. Is hier geen sprake van afkeer van tegenmacht ten voordele van benoemde leden van een gerechtelijke instantie boven regeringen en zeker boven verkozen volksvertegenwoordigers?