Smaakmakers (1)‘Kou kende ik alleen van de diepvriezer’

Bestuurder Laetitia Griffith snapt niet dat je op een verjaardagsfeestje met een gebakje op schoot in een kring gaat zitten praten.

Laetitia Griffith (49) kwam in 1986 op haar twintigste van Suriname naar Amsterdam om hier rechten te studeren. Daarna was ze kamerlid en wethouder voor de VVD. Vijf jaar geleden stapte ze uit de politiek. Nu is ze lid van de staatsraad, commissaris bij diverse grote bedrijven en vervult ze nog tal van andere bestuursfuncties. Het gesprek vindt plaats op een grote zitzak op een zonnig hotelterras. Laetitia Griffith heeft haar schoenen uitgedaan, ze lacht vaak.

Was u voor 1986 al in Nederland geweest?

„Nee. Ik reisde voor het eerst alleen en het was ook mijn eerste lange vlucht. De andere Surinaamse studenten op de universiteit waren hier geboren; ik stapte van een ontwikkelingsland een andere wereld binnen. En ik had haast, ik was twee jaar ouder dan de rest. Hoewel ik heel zelfstandig was, voelde ik me onzeker. Versta ik de mensen wel? Hoe vind ik de weg? Ik herinner me mijn eerste dag alleen op weg van Rotterdam CS naar mijn opleiding in Den Haag. Op het perron zag ik mensen hollen om de trein te halen. Ik deed wat ik in Suriname gewend was te doen: erachteraan hollen. Ik belandde meteen in de verkeerde trein.”

Raakte u snel gewend?

„Inburgeren heeft me wel een paar jaar gekost. Sneeuw had ik nog nooit gezien en kou kende ik alleen van de diepvriezer. In Suriname is het altijd warm en als het even regent, wacht je tot het weer droog is. Ik weet nog hoe verbaasd ik was toen ik hier mensen door de regen zag lopen. Nu houd ik van de seizoenen.”

Zijn er ook dingen waar je niet aan went?

„Hollandse verjaardagsfeestjes. Met een gebakje op schoot in een kring zitten en dan zware gesprekken voeren. Op Surinaamse feestjes is het dollen en moppen tappen en laat je gewichtige onderwerpen met rust.”

U bent een succesvol bestuurder. Sinds 2004 heeft u tientallen bestuursfuncties vervuld. Zit u weleens met een andere allochtoon in een bestuur?

„Zelden. Maar een commissaris wordt nooit alleen om zijn of haar uiterlijk of achtergrond uitgenodigd. Dan kom je als bedrijf van een kouwe kermis thuis. Het is altijd een combinatie van factoren: kennis, ervaring, netwerk, persoonlijkheid en ja, ook geslacht en etniciteit. In die vergaderingen doet het er niet zozeer toe wie je bent, maar vooral welke toegevoegde waarde je laat zien.”

Heeft u weleens last van uw donkere huid?

„Op vakantie in Portugal of Spanje heb ik me weleens een bezienswaardigheid gevoeld. Dat ik een restaurant binnenstapte en voor een asielzoeker of een bloemenverkoper werd aangezien. In Nederland gebeurt me dat niet. Ik zeg niet dat hier geen discriminatie voorkomt, maar wat denk ik een rol speelt is dat ik een bekend hoofd heb. In het begin van mijn carrière werkte ik als beleidsmedewerker op het ministerie van Justitie. Daar gebeurde het wel dat bezoekers veronderstelden dat ik secretaresse was.”

Hoe komt het dat witte mannen in de top van het bedrijfsleven en bij de overheid nog altijd zo oververtegenwoordigd zijn?

„Omdat de top en de managementlagen daaronder nog onvoldoende bezig zijn met diversiteit. Veranderen lukt alleen als je investeert. Diversiteit begint met werving onderin de organisatie; zo kan je talent kweken. Overigens is het mijn indruk dat dat al iets beter lukt met gekleurde vrouwen.”