Column

In de plofzone

Tosca Niterink en haar dans- en wandelpartner Anita Janssen hebben sinds kort een atelier in culturele vrijhaven Ruigoord.

Nooit gedacht maar zelfs culturele vrijhaven Ruigoord bestaat uit twee kampen. Twee kampen met dorpse kletspraat ertussen. Waarom en hoezo? Allemaal oud zeer; de jongere garde tegen de oude garde. De oude garde zijn de bejaarde ex-provo’s die veertig jaar hebben houtgekacheld in onverwarmbare doorzonwoningen waar de hele winter de ramen open stonden omdat het hang- en sluitwerk dwars door de vensterbank, de plinten en de vloer de kruipruimte in gerot was. Het zijn de krakers die met het hele dorp drie jaar lang relatiebreuken hebben verwerkt in een beschilderde bus met pech op weg naar India. Assertiviteitscursussen waren net in zwang en lieten geen spaan over van welke vriendschap tussen de dorpsgenoten dan ook. Thuisgekomen hebben de oude helden zich kranig geweerd; ze zijn dapper blijven doorzonnen in de Hollandse artritis-herfsten. Tot voor kort. Maar is het heel erg gek dat ze op de leeftijd dat elke Nederlander al jaren van zijn Zwitserlevengevoel geniet het op een akkoordje gooiden met het havenbedrijf?

Ruigoord mocht blijven als culturele broedplek met ateliers voor artistiekelingen, maar er mag niet gewoond worden. Het havenbedrijf bood alle bewoners een atelier en een woning met cv en inbouwapparatuur in Amsterdam. „Oké”, zei Hans Plomp, „maar dan wil ik wel net als hier, naast Gerben Hellinga blijven wonen. Zodat ik weet aan welke buurman ik me erger.” Aldus geschiedde en vele nieuwe jongere schrijvers, schilders en 100-procent-dj’s werden blij gemaakt met een plek in dit bijzondere dorp.

„Alles wordt anders”, schreef het jonge kamp dat ook zo piep niet meer is op een spandoek. „Wat is het probleem?”, vroeg ik aan een jonge man die zich in de buurt van het beschilderd stuk beddegoed ophield. De man was dusdanig zo piep niet meer dat ik mij afvroeg wat het toch is met activisten op deze plek: men lapt er eensgezind (in dit geval maakt het niet uit bij welk kamp ze horen) de spandoekleeftijdsbovengrens aan de laars.

„Wat bedoel je met alles wordt anders?”, vroeg ik.

Ik weet echt niet meer wat hij daarover vertelde, ik kon het niet volgen, maar het eindigde met „plofzone”. De haven heeft een rij met twaalf verdiepingen hoge tonnen met kerosine tegen de dorpsgrens opgesteld. Sindsdien heeft Ruigoord een officiële plofzone. Ze doen zelfs oefeningen voor het geval het een beetje misgaat. Niet heel erg mis, zodat heel Amsterdam in één keer weg is. Maar dat het precies misgaat in de daartoe aangewezen plofzone, die jammer genoeg half Ruigoord beslaat. Het goede nieuws is dat de plofzone precies ophoudt bij ons atelier. Dus als er iets net niet verschrikkelijk misgaat, kan Annie vanuit ons atelier prachtige foto’s maken.

„Ze zijn niet anarchistisch genoeg”, zei de jonge man ook nog.

„Waarom?”

„Ze hadden nooit toe moeten geven”, en nu zag ik de minachting uit zijn poriën glijden, „ze vergaderen. Zoiets zouden WIJ nooit doen, dat is niet des Ruigoords, vergaderen.”