Het valt echt niet mee

Ik schreef een knorrige column over geldgebrek voor serieus onderzoek (3 oktober) en prompt steekt tegenwind op. Wetenschapssociologen die nog nooit een lab van binnen hebben gezien, zwaaien in deze bijlage met verouderde cijfers en denken dat er nog best geld voor proeven is. Tijd dus voor een paar recente cijfers. Ik beperk me tot het biomedische onderzoek. Daar heb ik zicht op en dat is toch waar de meeste Nederlanders in geïnteresseerd zijn.

Eerst de carrièrekansen voor jong talent, dat mag pogen een Veni-beurs van NWO te bemachtigen. Dat zijn onze toekomstige toppers en toch kunnen we nu maar 13 procent van hun aanvragen honoreren, niet bepaald een aanmoediging om je talenten in te zetten voor biomedisch onderzoek. Na die Veni-beurs begint het echte wetenschappelijke leven pas, en dan wacht een financiële woestijn.

Representatief zijn de TOP-subsidies, een belangrijke subsidiebron van NWO voor meer ervaren biomedische onderzoekers. Het honoreringspercentage van die subsidies bij Medische Wetenschappen is nu tot 5 procent gedaald. Een kind kan zien dat het hele beoordelingssysteem dol draait als het honoreringspercentage onder de 10 procent daalt. In plaats van onderzoek doen onderzoekers dan weinig meer dan tijdrovende subsidieaanvragen schrijven en beoordelen. Dan steken ook lelijke bijverschijnselen de kop op: vriendjespolitiek, clubjes die elkaar de bal toespelen. Mijn grootvader, huisarts te Tiel, wist het 100 jaar geleden al: Arme dokters zijn gevaarlijke dokters.

Is het elders beter? Jazeker! De DFG, de Duitse NWO, honoreert 31 procent van de fundamentele onderzoekaanvragen. Maar ja, Nederland kun je niet vergelijken met Duitsland, dat immers bestuurd wordt door capabele politici met oog voor de toekomst. Israël dan. Klein land, politiek in het nauw, geleid door Netanyahu die ik echt niet wil ruilen tegen onze Rutte. In dat Israël is het honoreringspercentage van subsidieaanvragen voor fundamenteel onderzoek nu 33 procent. Ik had het er met een Israëlische collega over en die vond het vanzelfsprekend: „Israël is een ontwikkeld land dat het moet hebben van kennisgedreven industrie. We zouden wel gek zijn om op fundamenteel onderzoek te bezuinigen.”

Zo gek zijn we in Nederland. Die gekte is kundig verstopt door onze inventieve bewindslieden, maar globaal weten we wat er gebeurd is: ex-minister Verhagen heeft een half miljard aardgasgeld weggehaald bij het onderzoek en dat heeft het biomedisch onderzoek een enorme knauw gegeven. Tegelijkertijd is NWO gedwongen een steeds groter deel van het budget aan korte-termijn, toegepast onderzoek te besteden. Een dubbele aanslag dus op het basale biomedische onderzoek, en dat laat zien waarom er plotseling geen geld meer is, zelfs voor uitstekende onderzoeksvoorstellen. Het valt echt niet mee.

Niet alleen het basale onderzoek komt te kort, ook het totale budget voor kennis is veel te mager. Onthullend is wat de bewindslieden van OC&W daar zelf over geschreven hebben in hun hooggestemde Wetenschapsvisie 2025: Op pagina 8 wordt erkend dat onze investeringen in kennis achter zijn gebleven bij het vergelijkbare buitenland, zelfs China en Zuid-Korea. Dan volgt de zin: „Het Rathenau Instituut stelt dat op termijn de directe overheidsuitgaven voor r&d naar verwachting verder zullen afnemen.” Mooi is dat! Het kabinet weet zelf niet hoeveel er bezuinigd wordt en moet daarvoor afgaan op het Rathenau Instituut.

Ook als verdere bezuinigingen zouden worden teruggedraaid, blijft Nederland structureel veel te weinig in kennis investeren. Over het belang van voldoende langetermijn-investeringen in basaal onderzoek voor de welvaart van onze kinderen en kleinkinderen heeft William Press in 2013 een schitterend stuk in Science geschreven (342, p.817). Hij laat zien dat de landen die in de afgelopen 50 jaar de grootste industriële ontwikkeling hebben doorgemaakt 3 procent of meer van hun bruto binnenlands product in r&d hebben geïnvesteerd. Nederland haalt de 2 procent niet eens. De conclusie lijkt mij duidelijk: als wij als Nederland tot de 5 topkennislanden van de wereld willen behoren, dan moeten we bij de 5 topinvesteerders in kennis horen. Nu zijn wij qua investeringen zelfs afgezakt naar de middenmoot in de EU. Het valt echt niet mee.

Wie jammert over gebrek aan geld voor serieus onderzoek, krijgt als standaardreactie dat ons biomedische onderzoek nog steeds bij de internationale top hoort. Wij slagen er in om voor een dubbeltje op de eerste rij te blijven. Waarom kwartjes spenderen? Dit lijkt mij een nogal onnozele vorm van kortetermijndenken. Excellent onderzoek is iets van lange adem. Goede onderzoeksgroepen en de bijbehorende onderzoekscultuur bouw je niet in een handomdraai op. Onze huidige uitstekende reputatie is te wijten aan de investeringen uit het verleden, waaruit nu het laatste beetje rendement wordt geperst. Al dat leuke toegepaste onderzoek in samenwerking met het bedrijfsleven, waar de universiteiten nu toe worden gedwongen, ontleent zijn kwaliteit, nieuwe ideeën, en goed opgeleide mensen aan een sterke basale onderzoeksstructuur. Die gaat er nu aan. Het valt echt niet mee.