Europa is analfabeet op buitenlandgebied

Na een afwezigheid van vijf jaar op het Binnenhof is hij nu een jaar minister van Buitenlandse Zaken. De wereld bleek dramatisch veranderd. „Diplomaten zijn geen champagnedrinkers meer, maar mensen die in de frontlinie staan.”

Tekst Mark Kranenburg Foto’s Merlijn Doomernik

Koenders op bezoekin het VN-kamp Castor in Mali (boven), enmet koning Willem-Alexander en premier Rutte bij de zeventigste Algemene Vergadering van de VN. Foto’s Evert-Jan Daniels/ANP (boven) en Robin Utrecht

De minister van Buitenlandse Zaken ziet de krant met op de voorpagina de foto van de Russische president Poetin die zij aan zij met de Syrische president Assad door de gangen van het Kremlin loopt. Het beeld met de overduidelijke boodschap werd afgelopen woensdagmorgen door Moskou vrijgegeven. „Wat je ziet is een vrij digitaal beeld”, zegt Bert Koenders. „Een Russische leider die zijn bondgenoot beschermt en de bondgenoot die hem komt bedanken. Ik vind het zeer verontrustend. Wat Poetin doet is kiezen in een sektarische strijd en daarbij wil hij ook nog eens forceren dat gekozen wordt tussen Assad of ISIS. Die zijn allebei nogal verwerpelijk.”

De afspraak met Koenders is in een brasserie in de binnenstad van Amsterdam. Twee vrije dagen had hij deze week. Nu ja, vrij: dagen zonder officiële verplichtingen. Het was de tweede ‘vakantie’ van Bert Koenders sinds hij minister van Buitenlandse Zaken is. Begin januari had hij drie dagen. Kortom, prototype workaholic. Altijd al geweest. Vergaderen, onderhandelen, gesprekken voeren, stukken lezen, vliegtuig in, vliegtuig uit. Te druk met de wereld om er een privéleven op na te houden. Na een aantal langere relaties nu dus weer vrijgezel.

Wat hij deze week doet tijdens zijn herfstvakantie – tussen een bezoek aan Griekenland en een staatsbezoek aan China gelegen? Lezen. Het boek Grensland van de historicus Marc Jansen over de geschiedenis van Oekraïne. En ook heeft hij het standaardwerk De strijd om de politieke macht in Syrië van arabist en oud-diplomaat Nikolaos van Dam er maar weer eens bij gepakt. „De wereld verandert zo snel en je moet zo goed in specifieke situaties zitten. Als je een duidelijke afweging moet maken of een besluit nemen, dan is daar echt wel kennis voor nodig”, zegt Koenders. Vandaar zijn uren in de boeken die qua diepgang de ambtelijke dossiers voorbijgaan.

Vorige week zaterdag was hij precies een jaar minister van Buitenlandse Zaken. Hoe is het hem dat jaar vergaan? Hoe is het de Nederlandse buitenlandse politiek vergaan? Is het gelukt een „deuk in een pakje boter te slaan” om een favoriete uitdrukking van hem te gebruiken. En hoe gaat dat, politiek bedrijven „zonder naïviteit” en met een „balans tussen gebalde vuist en open hand”, twee andere klassiekers uit ‘Berts bingo’, zoals mensen die hem beter kennen zijn vaste woordenlijst noemen.

Alleen accenten zetten

De PvdA’er Bert Koenders volgde vorig jaar zijn partijgenoot Frans Timmermans op, die als Europees commissaris naar Brussel was vertrokken. Het kabinet-Rutte zat er toen twee jaar. Hij sprong, zoals hij het zelf noemt, „op een rijdende trein”. Daar zat Bert Koenders dan. Met een regeerakkoord waar hij op geen enkele manier bij betrokken was geweest, maar waar hij zich wel aan diende te houden. Zeker, hij mocht „accenten zetten”, had premier Rutte bij zijn komst gezegd.

Koenders riep een paar buitenlandkenners van buiten het departement bijeen. Wat kon hij doen in de resterende tweeënhalf jaar die het kabinet nog had te gaan tot de volgende verkiezingen? Hij wilde twee dingen zien te bereiken, twee zaken waar hij zijn stempel op kon zetten. Iets in het Midden-Oosten, en iets in Europa. Het is toen niet verder geconcretiseerd. Het ging Koenders er vooral om dát er prioriteiten zouden worden gesteld. Dat hij een belangrijke portefeuille heeft, staat voor hem vast. Hij verwijst naar de vluchtelingenstroom. „Het buitenlands beleid staat weer met stip bovenaan bij datgene waarmee mensen bezig zijn”, zegt hij. En daarom ook moet dat buitenlands beleid „een revival doormaken”.

Te beginnen de buitenlandse politiek van Europa, die hem „zorgen” baart. Koenders: „Europa is een krachtig continent maar tegelijk analfabeet als het om buitenlandse politiek gaat. We hebben heel lang een weigerachtigheid gehad, ook in Nederland, om ons in te zetten voor een gemeenschappelijke Europese buitenlandse politiek. Daar betalen wij nu in zekere zin de prijs voor, omdat altijd misbruik gemaakt kan worden van de kwetsbaarheid van Europa. Kijk maar naar de vluchtelingenstromen die worden veroorzaakt door de situatie in Syrië en waar Europa de consequenties van ondervindt.”

Of Nederland binnen die Europese politiek nog iets kan betekenen? Natuurlijk gaat het allereerst om landen als Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, erkent Koenders, maar Nederland kan „een interessante rol spelen”. „Wij zijn niet één van de groten maar we spelen daar wel mee als het gaat om regionale diplomatie.” Om die reden is het ook goed dat de bezuinigingen op de diplomatieke dienst gedeeltelijk zijn teruggedraaid. „Diplomaten zijn geen champagnedrinkers meer, maar mensen die in de frontlinie staan en die we hartstikke nodig hebben om onze Nederlandse belangen te vertegenwoordigen.”

Terug naar een jaar geleden. In de ministerraad kwam hij onder collega’s terecht van veelal de nieuwe generatie. Want hoewel hij de jongst aangekomene was, kon Koenders zich bij zijn binnenkomst wel beroepen op de meeste politieke ervaringsjaren. Hij liep al in 1983 rond op het Binnenhof als medewerker van het Tweede Kamerlid Harry van den Bergh; de tijd dat de Nederlandse politiek en het maatschappelijk debat volledig werden beheerst door de kruisrakettendiscussie. Premier Mark Rutte was op dat moment middelbaar scholier; vicepremier Lodewijk Asscher zat zelfs nog op de lagere school. Voor Bert Koenders begon een lang leven in de buitenlandse politiek vanaf het Binnenhof.

In februari 2010 was het voor hem voorbij in Den Haag. Een knetterende ruzie over de Nederlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan had het kabinet-Balkenende, waarin hij minister voor Ontwikkelingssamenwerking was, opgeblazen. Koenders stelde zich niet meer verkiesbaar voor de Tweede Kamer maar ging als hoofd van de VN-vredesmachten aan de slag in Ivoorkust en daarna Mali.

Hij was ‘slechts’ een kleine vijf jaar weggeweest maar toch bleek zijn rentree in de nationale politiek vorig jaar een persoonlijke openbaring. Alles was anders. Van de wereldpolitieke vraagstukken tot en met de omgangsvormen in de Tweede Kamer. Over dat laatste zegt hij: „Misschien was er vroeger veel te veel ambtelijke taal, maar je hebt er ook niks aan als het eindigt in scheldpartijen. Er zit toch ook nog een hele wereld tussen?”

De regels van het spel

Bert Koenders wilde vorig jaar dolgraag terug, maar het was echt wennen voor hem, zeggen mensen uit zijn omgeving. Dat hij de gedoodverfde kandidaat was om Frans Timmermans op te volgen stond eigenlijk van het begin af aan vast. Zijn cv boordevol buitenlandervaring was er bij wijze van spreken op geschreven. Maar het speelveld bleek totaal veranderd, ontdekte hij zelf. Een andere wereld, een ander, relatief kleiner geworden Nederland: ooit één van de zes, nu één van de 28 landen van de Europese Unie. En dat alles in een tijd van razendsnelle veranderingen.

Niet voor niets verwees Koenders een maand na zijn aantreden in de Tweede Kamer tijdens het jaarlijkse begrotingsdebat over Buitenlandse Zaken naar de Britse premier Harold Wilson. Die deed ooit de uitspraak dat een week in de politiek al een lange periode is. „Kan je nagaan wat vijf jaar betekent”, zei Koenders. In 2010 uit Den Haag vertrokken tijdens de Arabische Lente, keerde hij terug met een door burgeroorlogen geteisterd Libië, Syrië en Irak. En dan was er de oostkant van Europa die door de politiek van Poetin in enkele jaren tijd een heel ander aanzien had gekregen, waardoor volgens hem „de Europese veiligheidsorde fundamenteel was aangetast”. Nee, geen Koude Oorlog 2.0, zei Koenders bij zijn eerste grote optreden in de Tweede Kamer. Maar wel zal „de veiligheidsordening in Europa — ofwel: the rules of the game — met Rusland moeten worden besproken”.

The rules of the game zijn de afgelopen tijd nog meer door Rusland veranderd. Het land heeft zich volop gemengd in de strijd in Syrië. Waar het Westen de Syrische president Assad weg wil hebben, heeft Poetin zich ontpopt tot verdediger van dezelfde Assad. Russische gevechtsvliegtuigen zijn actief boven Syrië, en bestrijden niet alleen strijders van Islamitische Staat maar ook de Syrische oppositiegroepen tegen Assad.

Intussen staat het kabinet voor de vraag of de gevechtshandelingen van Nederlandse F-16’s die nu boven Irak vliegen moeten worden uitgebreid naar Syrië. Het besluit daartoe, dat een maand geleden volgens minister Hennis (Defensie, VVD) zeer nabij was, is nog altijd niet genomen. In de Tweede Kamer denken de coalitiepartijen PvdA en VVD hier anders over.

Bert Koenders is nog altijd niet toe aan besluitvorming. „We kijken er stap voor stap naar. Er is boven Syrië een situatie ontstaan waarbij elf landen opereren, waaronder drie kernmachten. Je moet heel goed kijken wat je nu kan bijdragen om de situatie te verbeteren. Ik heb geleerd van het verleden. Een interventie alleen om iets te doen werkt niet. Het gaat niet om niet willen beslissen, het ligt allemaal niet zo ingewikkeld, je kan het heel snel doen. Maar je moet ook goed kijken waar de belangen liggen en geen Twitterbesluitvorming willen.” Als het aan hem ligt zal in het conflict nu vooral aandacht moeten worden besteed aan diplomatieke inspanningen. „Diplomatie is geen capitulatie.”

Vraag Bert Koenders iets en er volgt een betoog, een professorale verhandeling. Dat is tevens het verschil met zijn voorganger Frans Timmermans. Net als Koenders wist die ook alles, zeggen Tweede Kamerleden, maar die bleef toch meer ‘down to earth’. Bert is van de grote wereld, die zichzelf soms een wedstrijd van Ajax permitteert. Frans was heel erg van Limburg, inclusief Roda JC, en communiceerde via zijn Facebook-pagina bijna dagelijks met duizenden volgers over zijn activiteiten als minister. Koenders is niet van de sociale media. Dat wil zeggen, niet zelf. Geen Facebook, geen Twitter. Wel aanhoudend persberichten – VN-verklaringen zeggen sommigen – waarin hij met pasklare citaten commentaar geeft op ontwikkelingen waar ook ter wereld.

Meestgehoorde klacht

Op het departement van Buitenlandse Zaken zijn ze inmiddels gewend aan Koenders. Koenders daagt zijn ambtenaren meer uit dan Timmermans, is een veel gehoorde observatie. Dat komt ook omdat Timmermans met zijn jarenlange ervaring als ambtenaar op het ministerie meende heel veel zelf te weten. De perfectionist en dossiervreter Koenders vraagt veel meer, en neemt geen genoegen met één antwoord. Dat leidt er wel toe dat hij veel minder snel tot besluiten komt. Het is zowel binnen als buiten het ministerie de meest gehoorde klacht over hem. Zelf is hij het hiermee oneens. „Je moet snel kunnen doorpakken, maar zoals ik zei: Twitterbesluitvorming leidt alleen maar tot ellende.”

Koenders blijft wikken en wegen en let intussen op elk detail. Begin deze maand werd hem gevraagd het eerste exemplaar van de 592 pagina’s dikke biografie over PvdA-Kamerlid Maarten van Traa in ontvangst te nemen. Vaak houdt de ontvanger bij dergelijke gelegenheden even een los praatje over het nog niet of nauwelijks gelezen boek. Zo niet Koenders. Die nam ruim van tevoren de drukproeven door en attendeerde auteur Willem van Bennekom erop dat het hoogleraarsgezin Cluysenaer waarvan op pagina 51 melding wordt gemaakt in Groningen niet aan het Kruitdiep woonde, maar aan de Kruitgracht. En Shimon Peres, die op pagina 221 ter sprake komt, was geen lid van de Mapam, maar van de Mapai.

De herfstvakantie is voorbij voor Koenders. Gisteravond vertrok hij naar China om koning Willem-Alexander en koningin Máxima te begeleiden bij hun staatsbezoek. Het is zijn 53ste reis naar het buitenland sinds hij vorig jaar aantrad als minister. Van tevoren waren er wederom de geluiden vanuit de Kamer om toch vooral ook in China de mensenrechten aan de orde te stellen. Koenders zal het op zijn manier doen. Dus ook hier weer zoals eigenlijk geldt voor al het buitenlands beleid dat hij voorstaat: „realisme aan idealisme paren”. „Stel dat China ouderwets autarkisch zou zijn en Nederland zou er geen relatie mee hebben, dan kan je het land voor de laatste keer waarschuwen. Maar we zitten in een situatie waarin we brede relaties hebben. Dan gaat het over zaken als duurzame steden, milieuproblemen en ook mensenrechten. Nederland heeft niet voor niets een mensenrechtendialoog. Vroeger waren we als Europa de machthebber en konden we met macht mensenrechten opleggen. Nu hebben we elders zelfbewuste leiders en zullen we toch voor onze normen en waarden moeten staan. Dat is de uitdaging van deze tijd.”