Doe mee aan het lezersonderzoek over euthanasie

Beeld NRC

NRC roept, in samenwerking met artsenfederatie KNMG, vanaf vandaag lezers op hun mening over euthanasie te delen. Hoe leven schurende dilemma’s in de maatschappij en wat zijn de ervaringen van gewone Nederlanders met dit onderwerp?

Kunt u het lezersonderzoek niet goed zien? Open het hier in een apart venster

Lees hier ook ons essay ‘Euthanasie? Dat regelen we even’ over de grenzen van de euthanasiepraktijk.

Welke route moeten Nederlanders volgen als ze euthanasie willen? Bekijk en lees of beluister onderstaande animatie, waarin wordt uitgelegd welke stappen patiënt en arts moeten doorlopen. Klik op de pijlen rechts en links om door de stappen te bladeren.

Luister | Lees mee

Het euthanasieverzoek

 
 

Een patiënt moet een verzoek om euthanasie of hulp bij zelfdoding altijd zelf doen aan de arts. Dat kan mondeling of schriftelijk. In dat verzoek moet de patiënt duidelijk maken wanneer het lijden voor hem “ondraaglijk en uitzichtloos” wordt. De naasten kunnen geen euthanasieverzoek doen namens de patiënt. Wel kunnen zij een schriftelijk euthanasieverzoek onder de aandacht brengen als de patiënt dat zelf niet meer kan.

Een schriftelijk euthanasieverzoek is belangrijk, maar minstens zo belangrijk zijn de gesprekken met de arts. Die horen daar in principe bij, omdat dit de zorgvuldigheid ten goede komt én de arts weet wat de patiënt precies bedoelt. Een arts kan ook uitleggen waar voor hem de (wettelijke) grenzen liggen. Een schriftelijk euthanasieverzoek is geen garantie dat de arts het euthanasieverzoek inwilligt, maar vergroot wel de kans daarop, mits de patiënt er al met de arts over heeft gesproken.

Sommige artsen willen, bijvoorbeeld vanwege hun geloof, niet meewerken aan euthanasie. Patiënten kunnen zich, als er in de eigen omgeving geen arts bereid is om de patiënt over te nemen, tot de Levenseindekliniek wenden. Dat zijn door het land werkende teams van een arts en een verpleegkundige, die het euthanasieverzoek beoordelen in plaats van de eigen arts.

Voorbereiding en eisen

 
 

Wanneer een patiënt een euthanasieverzoek doet bij de arts, zal die arts gesprekken voeren met de patiënt. In de gesprekken met de patiënt moet de arts zien te achterhalen of hij de euthanasie kan uitvoeren zonder de zorgvuldigheidseisen uit het oog te verliezen.

Om mee te mogen werken aan de euthanasie moet de arts:

  1. Ervan overtuigd zijn dat er sprake is van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt.
  2. Ervan overtuigd zijn dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt.
  3. De patiënt informeren over de situatie waarin deze zich bevindt en over diens vooruitzichten.
  4. Met de patiënt tot de overtuiging komen dat er voor de situatie waarin deze zich bevindt geen redelijke andere oplossing is.
  5. Ten minste één andere, onafhankelijke arts raadplegen, die de patiënt ziet en schriftelijk zijn oordeel geeft over de zorgvuldigheidseisen.
  6. De levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding op medisch zorgvuldige wijze uitvoeren.

De uitvoering

 
 

Als de patiënt en de behandelend arts er samen van overtuigd zijn dat er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden en aan de andere zorgvuldigheidseisen ook is voldaan, dan kan de arts de euthanasie uitvoeren of hulp bij zelfdoding verlenen.

Bij euthanasie beëindigt de arts het leven met behulp van twee injecties. De eerste is om een diepe coma te bewerkstelligen. De tweede om te zorgen dat de patiënt overlijdt. Bij hulp bij zelfdoding overhandigt de arts de patiënt een dodelijke drank die patiënt zelf in aanwezigheid van de arts inneemt.

De arts moet tijdig contact opnemen met de apotheker. Die beoordeelt de voorgeschreven methode, middelen en dosering om te zorgen dat er effectief en veilig wordt gehandeld. Familie en vrienden mogen aanwezig zijn bij het uitvoeren van de euthanasie; dat is aan de patiënt.

Na de euthanasie of hulp bij zelfdoding

 
 

Als een patiënt overlijdt door euthanasie, dan is dit een niet-natuurlijk overlijden. De arts moet daarom zijn handelen melden aan de gemeentelijk lijkschouwer en zorgen dat deze over alle informatie beschikt: onderdelen van het dossier, een eventuele schriftelijk euthanasieverzoek, het verslag van de SCEN-arts en het verslag van de melding van euthanasie.

De lijkschouwer belt altijd met de officier van justitie. Deze moet toestemming geven voor begraven of cremeren, omdat het gaat om een niet-natuurlijk overlijden. De lijkschouwer zorgt ervoor dat alle relevante informatie bij een van de vijf regionale toetsingscommissies euthanasie terecht komt. Deze commissie toetst of de euthanasiegevallen in hun regio zorgvuldig zijn voorbereid en uitgevoerd. Een commissie bestaat uit een jurist, tevens voorzitter, een arts en een ethicus.

Als de commissie oordeelt dat een arts voldaan heeft aan de zorgvuldigheidseisen dan wordt de zaak afgedaan. Zo niet, dan worden het Openbaar Ministerie (OM) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op de hoogte gebracht. Het OM en de IGZ beoordelen of en welke vervolgstappen, zoals strafrechtelijke vervolging, nodig zijn.

Een productie van: Pepijn Barnard, Mirjam Remie, Enzo van Steenbergen, Stef Tervelde, Miriam Vieveen, Harrison van der Vliet

Een patiënt moet een verzoek om euthanasie of hulp bij zelfdoding altijd zelf doen aan de arts. Dat kan mondeling of schriftelijk. In dat verzoek moet de patiënt duidelijk maken wanneer het lijden voor hem “ondraaglijk en uitzichtloos” wordt. De naasten kunnen geen euthanasieverzoek doen namens de patiënt. Wel kunnen zij een schriftelijk euthanasieverzoek onder de aandacht brengen als de patiënt dat zelf niet meer kan.

Een schriftelijk euthanasieverzoek is belangrijk, maar minstens zo belangrijk zijn de gesprekken met de arts. Die horen daar in principe bij, omdat dit de zorgvuldigheid ten goede komt én de arts weet wat de patiënt precies bedoelt. Een arts kan ook uitleggen waar voor hem de (wettelijke) grenzen liggen. Een schriftelijk euthanasieverzoek is geen garantie dat de arts het euthanasieverzoek inwilligt, maar vergroot wel de kans daarop, mits de patiënt er al met de arts over heeft gesproken.

Sommige artsen willen, bijvoorbeeld vanwege hun geloof, niet meewerken aan euthanasie. Patiënten kunnen zich, als er in de eigen omgeving geen arts bereid is om de patiënt over te nemen, tot de Levenseindekliniek wenden. Dat zijn door het land werkende teams van een arts en een verpleegkundige, die het euthanasieverzoek beoordelen in plaats van de eigen arts.