Designed in China

Chinese vrouwen volgen niet langer klakkeloos Amerikaanse en Europese trends. Jonge, Shanghaise ontwerpers laten zich inspireren door traditionele kleding . „In China is dat een gewaagde stap.”

Met een glas rode wijn op het terras van café Citron, in de voormalige Franse Concessie van Shanghai, mag modeontwerpster Helen Lee (42) graag naar de ‘catwalk’ op straat kijken. „Vijftien, twintig jaar geleden zag iedereen er nog zo fantasieloos uit; ik denk nu dat geen enkele kosmopolitische stad ter wereld meer kan concurreren met Shanghai als het gaat om elegantie, perfectie, durf en smaak”, zegt de Shanghaise, die gerekend wordt tot de voorhoede van onafhankelijke Chinese modeontwerpers.

Zij moet lachen om haar eigen chauvinisme, maar modebladen als Vogue, Women’s Wear Daily, Jing Daily en iLook geven haar gelijk. „Film, internet, smartphones, nieuw zelfbewustzijn en geld”, antwoordt zij op de vraag waarom Shanghai zo snel is uitgegroeid tot de modehoofdstad van China. Tientallen onafhankelijke ontwerpers experimenteren naar hartelust met stijlen en vormen en proberen online en in duizenden kleine winkels hun creaties te verkopen. En passant geven zij op die manier de grote merknamen uit Frankrijk, Italië en de VS steeds meer weerwerk.

„Shanghaise vrouwen zijn in China altijd al trendsetters geweest, het zit in onze genen”, zegt Lee. „ Het is niet voor niets dat ze ons in Beijing haten, zij vinden ons daar verschrikkelijke snobs, vandaar de kloof Beijing-Shanghai. Lacht: „ En misschien zijn wij ook wel snobs.”

Het straatbeeld in het centrum van Shanghai geeft haar gelijk. Om het jargon van Lee’s wereld even vast te houden: veel tinten citroen, aardbei, banaan en melkwit, veel mix and match, veel radicaal-chic, superstrak, superkort, hoge stilettohakken, weinig denim, weinig existentieel zwart en grijs. Het tijdstip van de dag maakt niet uit, zelfs om zeven uur ’s ochtends is de modeshow al in volle gang. De ouderen in streepjespyjama’s – een bron van inspiratie voor Dolce & Gabbana – en de bouwvakkers in hun besmeurde overalls vormen een authentiek decor, net als de markten en de nauwe longs (stegen) waar het geurt naar gedroogde vis en gefermenteerde tofu.

Niet alleen vrouwen, maar ook het androgyne deel van het manvolk is modebewust, getuige de gecoiffeerde beeldhouwwerken op hun hoofd en hun ogenschijnlijk te korte broekspijpen die zijn versierd met witte en gouden biezen. Sinds een jaar of drie zijn tatoeages in zwang, nog niet zo heel lang geleden een taboe vanwege de associaties met criminaliteit, detentie of, nog erger, de arbeidsmigranten van buiten de stad.

Lee, die in Shanghai, Montreal en Tokio modeontwerpen en accountancy studeerde, op ernstige toon: „Van de belangrijkste creatieve uitingen – literatuur, beeldende kunst, film en design – biedt eigenlijk alleen mode de mogelijkheid tot zelfexpressie. Filmers, schrijvers, kunstenaars krijgen vroeg of laat te maken met de censuur. Bij mij kijkt niemand van de overheid over mijn schouder. Ja, alleen of ik mijn belastingen wel op tijd betaal en dat doe ik, en veel te veel.”

Even verderop, in de Shanghaise straat Fumin Lu, bevindt zich haar winkel en in het labyrint van stegen daarachter haar atelier, in een prachtig koloniaal huis dat de Japanse bombardementen, de Culturele Revolutie en de slopershamer van hedendaagse projectontwikkelaars heeft overleefd. Studio Helen Lee heeft in de straat zeker drie concurrenten, onder wie trendsetter Li Dongtian, als buren.

Twaalf ontwerpers zijn druk bezig met de verpakking van de collectie waarmee Lee dit najaar voor het eerst in haar twaalfjarige carrière de sprong naar de modemekka’s New York en Los Angeles gaat maken. Lee, in een wit overhemd van Saint James en een blauwe spijkerbroek: „Iedere Chinese ontwerper die net is afgestudeerd wil meteen naar New York of Los Angeles. Ik niet, ik wilde eerst mijn bedrijf op poten zetten, dat is de accountant in mijn genen.” Zij denkt die stap nu te kunnen maken omdat ze gesteund wordt door het Amerikaanse Disney-concern en vorig jaar door het Franse LVMH-concern (moederbedrijf van onder meer Louis Vuitton en Dior) werd uitgeroepen tot veelbelovendste jonge Chinese ontwerper.

Voor het eerst heeft ze zich laten inspireren door traditionele Chinese mode, in haar geval door de dracht van de etnische Yi-bevolking in de zuidwestelijke provincie Yunnan. „Dat moet in buitenlandse oren tamelijk normaal klinken, maar dat is in China een heel gewaagde stap, waar ik erg onzeker over was’’, legt ze uit. Han-Chinese vrouwen, zeker Shanghaise snobs, willen niet in „klederdrachten van minderheden” gezien worden. „Ik werd voor gek verklaard door sommige van mijn klanten, maar als ik nu naar de boeken kijk, ben ik best tevreden – het is een succes”, zegt ze, terwijl ze jasjes, jurken en rokken laat zien met kleurige, geometrische patronen.

Anna Wintour van Vogue stelde dit voorjaar tijdens een inspectietocht in Beijing vast dat zij in China „nog weinig groei” zag als het gaat om typisch Chinese mode, zoals bijvoorbeeld Prada de waarden en esthetiek van de Amerikaanse en Europese bourgeoisie uitstraalt. „Ja, dat kwam hard aan”, zegt Lee. „ Maar ze heeft wel gelijk en dat moet ook veranderen. Ik zie ook wel dat nog te weinigen van ons een eigen stijl en toon hebben gevonden. Maar dat gaat heel snel veranderen omdat de smaak en het koopgedrag van onze klanten aan het veranderen is.”

Schroom overwinnen

De tijd dat Chinese vrouwen klakkeloos Amerikaanse, Europese of Japanse trends volgden, is voorbij. De grappen over ‘Louis Vulgair’ en ‘mijn ayi draagt ook een Louis Vuitton-tas’ zijn veelzeggend. „Vooral vrouwen in provinciale steden volgen die trends nog altijd tamelijk nauwgezet, maar in Beijing, Shanghai, Chengdu en Chongqing is de stemming omgeslagen”, zegt Lee. De steden die zij noemt zijn de grootste van China, met elk meer dan vijftien miljoen inwoners.

Vlakbij Helen Lee in Fumin Lu huist Li Dongtian. Zijn hoofdkwartier bevindt zich eigenlijk in Studio 6 in Beijing, een voormalige wapenfabriek. Net als Helen Lee maakt ook hij een wending naar Chinese bronnen voor zijn ontwerpen. Strikt genomen is hij geen modeontwerper, maar een stylist die behalve een ontwerpstudio ook een keten aan kapperszaken, sportclubs en massagesalons heeft opgebouwd. Knippen, sporten en masseren gaat bij hem in een moeite door. Hij stylet film- en soapsterren, kleedt bekende sporters en de presentatrices van de spelletjesshows in China, Hongkong en zelfs Taiwan. Vrouwen volgen de kledingadviezen die hij geeft op televisie en internet, jongens touperen, permanenten en kleuren hun haar naar zijn voorbeelden.

„Willen Chinese ontwerpers werkelijk internationaal doorbreken dan moeten zij, net als bijvoorbeeld Helen Lee en Ma Ke, hun schroom overwinnen”, zegt hij. „Zij zouden zich – en dat is natuurlijk een gevoelige zaak hier – moeten laten inspireren door onze geschiedenis en door de minderheden in China, de Tibetanen, de Yi en de Miao voorop.” En, zegt Li (49, licht opgemaakt, blauwe gympen, superstrak Paul Smith-overhemd): „Ik denk dat nu de tijd aanbreekt voor originele Chinese ontwerpers die de tijdgeest, de cultuur en de taal spreken. Hoe kun je nou China doorgronden in Parijs, Milaan of Londen?”

Li zegt te hopen dat Chinese consumenten eindelijk een keer over hun instinctieve verzet tegen het label ‘Made in China’ stappen en stoppen het buitenland slaafs te volgen. Hij is zelf al gestopt met het klakkeloos kopiëren van extravagante outfits die hij in de clubs van gay San Francisco en New York tegenkomt. Hij vindt Chinese ontwerpers nog veel te bedeesd, maar is wel optimistisch.

Een groeiend aantal Chinese ontwerpers probeert dat wel, maar Parijs, New York en Milaan lokken. De meesten volgen het voorbeeld van de Shanghaier Vincent Zhou. Nadat hij op de cover van het homonummer van modeblad iLook stond, kon hij als ontwerper aan de slag bij Dior en kreeg hij van Siemens en [ de Chinese witgoedfabrikant] Haier opdrachten om bedrijfskleding te maken.

„Ik ken zoveel jongeren die net als hij meteen naar Europa gaan, of ontwerpers die snel een show in New York of LA in elkaar zetten en daarmee even de aandacht trekken. Maar zij verdienen er helemaal niets mee en komen dan teleurgesteld weer terug, of ze gaan accessoires of zo maken”, weet Helen Lee, die Zhou in de klas heeft gehad toen zij nog doceerde aan de Shanghai modeacademie.

Helen Lee en Li Dongtian denken dat er met de snelle groei van de Chinese filmindustrie een nieuwe wereld open zal gaan. Disney bouwt in Shanghai het grootste pret- en bioscopenpark van Azië, een complex waarvoor tientallen dorpen en 150 fabrieken zijn afgebroken. DreamWorks en een reeks nieuwe Chinees-Amerikaanse studio’s hebben kantoren in Shanghai en Beijing geopend, want China groeit uit tot grootste filmmarkt ter wereld en neemt, zelfs als de economische groei met vele procenten afneemt, de koppositie over van de Verenigde Staten. China is immers filmgek en van de economische crisis – als die er al is – merken de werelden van film, mode en internet nog weinig.

Middenklasse

Grote merken als Prada, Hermès en Louis Vuitton merken dat de groei meer terugloopt dan gedacht, maar blijven optimistisch, want de middenklasse is uitgedijd naar 250 miljoen consumenten. Lee, die jassen en jurken verkoopt van 750 tot 2.500 euro („dus niet heel erg duur”), haalt laconiek haar schouders op.

Wel merkt zij dat de anti-corruptie campagne van president Xi Jinping haar klanten voorzichtiger heeft gemaakt. Smeergeld aannemen is in China de afgelopen twee jaar uiterst riskant geworden, ‘cadeaus’ weggeven aan partijleiders ook. Angstige bestuurders en legerofficieren hebben uit voorzorg hun vriendinnen afgedankt en hebben de creditcards van hun vrouwen ingenomen. In Shanghai staan Fumin Lu en omgeving bekend als de straten waar de ‘er nai’ (tweede vrouwen) in hun Porsches of BMW’s wekelijks iets nieuws komen kopen. „Ik zie hen wel wat minder”, is het enige dat zij kwijt wil.

De Shanghaise ontwerpster, die ook nauw betrokken is bij het Shanghaise internationale filmfestival, gaat kostuums ontwerpen voor het Disney-personeel en meewerken aan een reeks nieuwe films en cartoons, speciaal voor de Chinese markt. „Wat de sterren dragen interesseert Shanghaise vrouwen geen zier, zeker niet als die sterren niet uit Shanghai komen, maar vrouwen en jongere mannen in de tweede- en derderangssteden volgen de trends wel”, vertelt Lee.

Li Dongtian zal „uiteraard” aanwezig zijn als medio 2016 in de gruizige noordoostelijke havenstad Qingdao het Qingdao Oriental Movie Metropolis wordt geopend, het nieuwe ‘Chollywood’. Dat is een 8,5 miljard dollar kostende filmstad met de grootste (onderwater)studio’s ter wereld, acht vijfsterrenhotels, een IMAX-theater met 5.000 plaatsen, villa’s, appartementen en jachthavens.

Twee jaar geleden werd de eerste steen gelegd tijdens een tien miljoen dollar kostend galafeest in het bijzijn van de A-lijst van Hollywood-acteurs,- regisseurs en -studiohoofden.

Gast- en bouwheer Wang Jianlin (64) schotelde de perplexe sterren pekingeend met frieten en ketchup, pizza met gemarineerde kippentongetjes en haaienvinnensoep met champagne voor. Wang is eigenaar van Dalian Wanggroep, die overal in China dure winkelcomplexen met megabioscopen heeft gebouwd en ook bioscoopketens en studio’s in de VS bezit. Hij wil niets minder dan van Hollywood een dependance van Chollywood maken.

Net als het blad iLook, dat deze zomer een special maakte over de kruisbestuiving van ‘film, mode en de straat’ hoopt Li Dongtian dat dat curieuze Chollywood ook jaarlijkse Oscar uitreikingen gaat organiseren. Dat is ook het plan, en zelfs de Academy of Motion Picture Arts and Sciences heeft toegezegd mee te werken. Hij ziet het al helemaal voor zich: Chinese en buitenlandse sterren op een rode loper, voor de verandering niet in creaties van Karl Lagerfeld, Donatella Versace of Dolce & Gabbana, maar van Helen Lee, Laurence Xu, Ma Ke en Ranfan. Uiteraard iedereen door hem gestyled en gekapt.

Hoofdredacteur Hung Huang (53) van iLook ergert zich iedere dag aan de slechte marketing van Chinese ontwerpers. „Zij moeten hun stijl nog vinden, maar zij krijgen ook weinig hulp van sponsors, bedrijven en de overheid. Zij hebben podia nodig. Zij staan in New York, Milaan en Parijs even in de schijnwerpers, maar na het applaus zijn ze snel weer vergeten”, vertelt Hung Huang, die geldt als de strenge, invloedrijke ‘tijgermoeder’ van de Chinese modewereld. Haar berichten over mode, film en kunst op Weibo, de Chinese Twitter, worden door 10,9 miljoen volgers gelezen.

Stel dat China over een jaar of twintig het epicentrum is geworden van de mondiale filmindustrie en Chinese modeontwerpers tot de wereldtop zijn doorgedrongen, gaat China dan ook de culturele wereld domineren? In When China Rules The World tekende Martin Jacques vijf jaar geleden al de economische opmars uit. Helen Lee schatert het uit: „Daar ben ik niet mee bezig.” Li Dongtian al evenmin en cultuur-watcher Hung Huang, die in de VS politicologie studeerde, schudt haar hoofd. „Zou het werkelijk? De creatieve industrie is in China een jong fenomeen, nog geen twintig jaar oud. Hij barst inderdaad van de energie, het geld en talent, maar de culturele wereld domineren zoals de economie, nee, dat zal niet gebeuren.”

Niemand zal het verschil zien tussen Furious 8 of The Expendables 4, ‘Made in China’ of ‘Made in the USA’. Maar Hung Huang geeft de modeontwerpers nog de beste kansen om internationaal door te breken. „Van een totaal gesloten klimaat met weinig keus en ruimte voor individualisme is China op modegebied een land geworden waar vrijuit geëxperimenteerd kan worden. Mode ‘designed in China’ gaat nog een begrip worden.”