Tien jaar later wordt de banlieue nog steeds vergeten

De Parijse voorsteden waar tien jaar geleden hevige onlusten plaatsvonden, zijn er nu niet beter aan toe. Integendeel, vinden de journalisten van het ‘Bondy Blog’ dat de banlieues een stem geeft. 

Zyed en Bouna ik denk aan jullie’ staat op dit papier, gefotografeerd in oktober 2006. De ondertekening is van Muhittin Altun, de jongen die aan de dood ontsnapte.

Hoe vaak heeft Siyakha Traoré (33) het verhaal al niet verteld? „Toch doet het iedere keer pijn als ik aan die dag terugdenk”, mompelt hij, het hoofd gebogen. Die dag, dat is 27 oktober 2005. Net als vandaag hing hij rond op het parkeerterrein achter het winkelcentrum van de vervallen woonwijk Le Chêne Pointu in de Parijse voorstad Clichy-sous-Bois toen een vriend van zijn broertje Bouna kwam aanrennen.

„Er was iets met Zyed en Bouna, zei hij. Maar het was onduidelijk wat.”

De drie jongens, Zyed van 17, Bouna van 15 en de boodschapper, Muhittin, ook 17, werden achternagezeten door de politie, bleek later. Het was herfstvakantie, zoals nu, en ze waren gaan voetballen op een veldje verderop. Als ze met hun door de ramadan rammelende magen tegen vijf uur teruglopen, snijden ze een stukje af bij een bouwterrein. Een buurtbewoner die denkt dat ze materialen willen pikken, belt de politie. Die is er snel. „Terwijl ze niets hadden misdaan zetten ze het op een rennen”, zegt Siyakha. Dat hadden ze niet moeten doen.

De jongens denken de agenten te slim af te zijn. Ze klimmen voorbij de begraafplaats over de muur van het terrein van elektriciteitsbedrijf EDF. ‘Danger de mort’ waarschuwt een bordje: levensgevaarlijk. Ze negeren het en vluchten een transformatorhuisje in. 20.000 volt wordt Zyed en Bouna fataal. Muhittin, de brenger van het slechte nieuws, raakt gewond.

Die avond gaan in Clichy de eerste 23 auto’s in de fik. „De politie heeft onze kinderen vermoord”, gonst het. De onrust verspreidt zich als Nicolas Sarkozy een dag later rept van „poging tot inbraak”. De ambitieuze minister van Binnenlandse Zaken, die eerder zei de banlieue te willen „schoonspuiten met de Kärcher”, ontkent dat de jongens achtervolgd werden. Weer 29 auto’s in de brand. Het protest slaat over op buurgemeentes Montfermeil en Bondy – alle ten noorden van Parijs in het beruchte 93ste departement, Seine-Saint-Denis, in de volksmond le quatre-vingt-treize. Een halve maand verder zijn in heel Frankrijk zo’n 10.000 auto’s uitgebrand.

Siyakha Traoré woont nog altijd in Clichy-sous-Bois. „Ik voel me hier thuis, ondanks alles.” Met de broer van Zyed en journaliste Gwenael Bourdon heeft hij een boek geschreven om de overleden jongens te eren. „Veel mensen spreken nu over de herdenking van de rellen”, zegt hij. „Voor mij is het tien jaar geleden dat mijn broertje overleed.”


Bondy Blog Café : François Fillon, ancien... door LCP

Generatie Bondy Blog

„Wat in 2005 geleden gebeurde, is deel van mijn identiteit, mijn 1968”, zegt de nu 28-jarige Balla Bofana. Dit waren geen „rellen” maar het was een „revolte”, zegt hij. „Voor de eerste keer van mijn leven zag ik wat het betekent als mensen een gemeenschap vormen. Hier was zoveel opgekropte woede. Frankrijk doet alsof we erbij horen. Maar hele steden zijn opgegeven. Dat moest een keer tot uitbarsting komen.”

Bofana is een van de journalisten bij het Bondy Blog, een door Zwitserse correspondenten tijdens de opstand in 2005 geopend weblog dat „de banlieue een stem wil geven”. Het is een dinsdagavond in oktober en in het non-descripte redactielokaal in Bondy, halverwege Parijs en Clichy, leggen de ongeveer twintig aanwezige blogueurs en blogueuses de laatste hand aan de voorbereiding van hun maandelijkse televisie-uitzending Bondy Blog Café op parlementszender LCP. Alle politieke kopstukken – maar nadrukkelijk niet Sarkozy – zijn al langs geweest om te laten zien dat ze de banlieue niet vergeten zijn. De volgende gast is François Fillon, die premier was onder Sarkozy en nu zelf president wil worden.

Bofana mag hem een paar dagen later in een buurtcafé interviewen. „Waarom beweert Fillon dat hij Frankrijk wil hervormen terwijl hij daar vijf jaar lang de tijd voor had?”, zegt hij in de vergadering. „Onder hem is de werkloosheid alleen maar gestegen.” Anderen willen van Fillon horen wat hij vindt van zijn oud-minister Nadine Morano die Frankrijk deze maand het „land van het blanke ras” noemde.

„Kan alles zomaar worden gezegd?”

Het gesprek is stevig, maar de eensgezindheid is groot. „Wij zijn allen praktijkdeskundigen, we weten anders dan veel andere journalisten wat het is om gediscrimineerd te worden”, zegt Ilyes Ramdani (24), een van Fillons andere interviewers. „Daarmee wordt zo’n gesprek meteen anders.”

Er was laatst gedoe over een moskee in Aubervilliers, vertelt hij. „Er stonden allemaal verslaggevers die live op tv de wildste verhalen hadden over het kennelijk gepreekte salafisme. Maar ze hadden niemand gesproken!” Ramdani ging voor zijn reportage naar binnen om het de moskeebezoekers te vragen. „Ik ben niet bang voor gesluierde vrouwen of voor mensen die gebrekkig Frans spreken. Dan krijg je een ander verhaal dan dat van een Parijse elitejournalist.”

Ramdani is dankzij het Bondy Blog aangenomen bij een journalistieke opleiding. Bofana is al professioneel journalist: hij werkt tegenwoordig voor het journaal van TF1, maar zit ook nog wekelijks aan de redactietafel in Bondy. „TF1 geeft me geld om te eten, het Bondy Blog voedt me intellectueel”, lacht hij.

Op deze foto van links naar rechts: Balla Bofana, Kahina Mekdem, Ilyes Ramdani, Nordine Nabili en François Fillon, tijdens de opnames van het Bondy Blog Café in Brasserie Le Murat in Bondy. Foto: LCP/Aurélien Faidy/Autofocus prod

Maar de doorstroom van wat ‘Generatie Bondy’ is gaan heten, betekent niet dat de traditionele media daadwerkelijk veranderd zijn, zegt Bofana. „De meerderheid van de journalisten heeft geen idee wat er buiten Parijs gebeurt. Het is als het hof van Versailles onder Louis XIV: buiten de muren houdt de wereld op. Voor veel media zou een nieuwe opstand weer even onverwacht zijn.”

Dat beaamt directeur Nordine Nabili, een van de vier (met subsidies) betaalde krachten van het Bondy Blog. Het was voor de Franse pers volgens hem aanvankelijk „genant” dat het initiatief niet uit Frankrijk kwam. „Maar nu wil iedereen met ons samenwerken.” Niet het minst omdat het blog een soort schaamlap is geworden, geeft Nabili toe. „We hebben in dit land tientallen specialisten die alles van Afghanistan of Irak weten, maar er zijn nauwelijks mensen vrijgesteld om te volgen wat er in een straal van twintig kilometer rond Parijs gebeurt. Natuurlijk, tien jaar na de rellen komt iedereen weer even kijken. Dan maken ze een plichtmatige uitzending, zoals je dat ook met aids en kanker doet. Maar de banlieue is de rest van de tijd een dode hoek.”

18 mei 2015

Ruim negen jaar hebben de broers van Zyed en Bouna moeten wachten tot de Franse justitie uitspraak deed over de schuldvraag. „Als ze het terrein van [elektriciteitsbedrijf] EDF opgaan, dan geef ik geen cent voor hun leven”, had een agent tijdens de achtervolging tegen de meldkamer gezegd.

De rechter oordeelde op 18 mei van dit jaar dat hij noch zijn collega op het bureau nalatig was geweest. De advocaat van de broers sprak van „judiciële apartheid”, een verwijzing naar een uitspraak van premier Valls. Niet alle kinderen van de republiek zijn even gelijk.

Nordine Nabili schreef een woedend commentaar. Niet alleen over „onrecht” maar ook over de „ontmenselijking van bewoners van de volkswijken” en de „abjecte reacties van politici”. Marion Maréchal-Le Pen van het Front National zag bewijs „dat het tuig duidelijk voor zijn plezier de banlieue in brand stak en niet door een politiefout”, een vertrouweling van Sarkozy sprak over „delinquenten”.

Siyakha Traoré: „Wat moet ik over zoveel domheid zeggen?” „En het ergste is”, zegt jongerenwerker Samir Mihi, „er is in de houding jegens onze wijken niets veranderd.”

Uitgebrande auto in het derde arrondissement van Parijs, toen in november de onlusten het centrum bereikten.

Mihi, die de families van Zyed en Bouna tien jaar bijstond, wijst vanaf het parkje voor het stadhuis van Clichy-sous-Bois naar nieuwe woningen die de allerslechtste flats hebben vervangen. En er is een nieuw politiebureau. Maar dat zijn „cosmetische veranderingen”, zegt hij. „De mensen worden nog steeds gediscrimineerd, ze krijgen de slechtste leerkrachten omdat niemand hier wil werken en de angst voor de politie blijft door alle controles groot.” Clichy, waar in 2012 de werkloosheid al op 25 procent lag, is nog altijd even geïsoleerd: de vijftien kilometer vanaf Parijs kosten met trein en bus ruim een uur.

Nabili: „De situatie is zorgelijker dan in 2005. Toen waren het vooral sociale en economische problemen: werkloosheid, transport en discriminatie. Nu is die werkloosheid nog veel hoger en er zijn etnische en religieuze problemen bijgekomen. In de discussie over identiteit zijn alle remmen los. Dat speelde toen geen rol.” Hij is even stil. Dan: „Ik denk dat je in departement quatre-vingt-treize beter 20 jaar oud kon zijn in 2005 dan nu in 2015. En de elites zijn nog steeds in de ontkenningsfase.” Siyakha Traoré:

„Ik durf het bijna niet te zeggen, maar Zyed en Bouna zijn voor niets gestorven.”

Bondy Blog Café

De vragen aan oud-premier Fillon gaan een paar dagen later over de scheiding van kerk en staat, over het beroerde banlieue-onderwijs, over werkloosheid en vluchtelingen. „Hoe kunt u zeggen dat u alles anders wilt doen als u net heeft geregeerd?” vraagt Bofana in café Le Murat in Bondy. „Waarom wilt u eigenlijk president worden?” wil Ramdani weten.

De derde interviewer, Kahina Mekdem, pakt er wat cijfers bij over schooluitval en werkloosheid. 43 procent van de jongeren in dit departement is werkloos, zegt ze. „Meneer Fillon, als u was geboren in le quatre-vingt-treize dan was u ondanks uw intelligentie misschien hooguit wethouder geworden!”

Fillon kijkt een beetje bedremmeld. „Misschien”, zegt hij. „En misschien zelfs dat niet.”