Dat regelen we even

NRC roept vanaf vandaag lezers op hun mening over euthanasie te delen. Hoe leven schurende dilemma’s in de maatschappij, en wat zijn de ervaringen van gewone Nederlanders met dit gevoelige onderwerp?

Wim, een fanatieke sportman, kreeg chronische pijn aan zijn rugwervels en had depressieve buien. Annie werd getroffen door kanker en begon te dementeren. Wim (87) en Annie (84) uit Amsterdam stapten in 2014 samen uit het leven. Een huisarts hielp met de euthanasie. „Wij begrepen het en vonden het een prachtig idee”, zei een van hun kinderen in Het Parool. „Wij dachten: dat gaan we dan wel even regelen.”

Euthanasie in Nederland: we regelen het even. Nog geen vijftien jaar geleden werd de Euthanasiewet (2002) van kracht en nu is de beslissing over leven en dood een beslissing geworden als elk ander groot, moeilijk besluit in het leven. Een echtscheiding. Ouders die naar het verpleeghuis moeten. Na diepgaand en vaak moeizaam debat binnen familie- en vriendenkring wordt een besluit genomen. Maar is de knoop eenmaal doorgehakt, dan moet het ook geregeld worden.

Meer en meer Nederlanders – terminaal ziek of niet – willen de dood op verzoek. Ruim 5.300 mensen kregen vorig jaar euthanasie, bleek deze maand uit nieuwe cijfers van de toetsingscommissies euthanasie. Dat is 10 procent meer dan het jaar daarvoor en ruim 100 procent meer dan tien jaar geleden.

Duizenden mensen willen niet meer leven, ook al zijn ze niet ongeneeslijk ziek. Anne-Mei The, bijzonder hoogleraar langdurige zorg en dementie aan de Universiteit van Amsterdam, zei er in De Groene Amsterdammer over: „Als de medische oplossing niet voorhanden is, voelt het alsof er niets meer aan te doen is. Euthanasie lijkt dan, in de beleving van betrokkenen, de enige oplossing.”

En dit is de analyse van Theo Boer, negen jaar lid van de toetsingscommissie euthanasie, die beoordeelt of artsen zich bij het uitvoeren van een euthanasie aan de wet hebben gehouden: „De moderne mens wil aftakeling niet accepteren. Ze willen hun aftakeling beheersen en hun dood plannen.” Alsof dat mogelijk is, zegt hij. „Ouderdom komt nu eenmaal met gebreken. En wat moeten we met mensen die euthanasie willen omdat ze ‘niet in een verpleeghuis willen belanden’? Dat is misschien begrijpelijk, maar voor díé behoefte moet je niet aan een arts vragen of hij je leven beëindigt.”

De snel gegroeide ‘populariteit’ heeft de euthanasiepraktijk in 2015 op een wankel punt gebracht. Artsen tonen toenemende bereidheid mee te werken aan euthanasie, en dat is internationaal gezien een zeer bijzondere situatie, waar veel van hen trots op zijn. Maar onder die bereidheid is steeds vaker een laag van ongemak zichtbaar. De arts is de cruciale tussenpersoon na een euthanasieverzoek; zonder toestemming van twee artsen komt er geen euthanasie. Toch trapten veel artsen het afgelopen jaar op de rem; zij vinden dat mensen te gemakkelijk denken over euthanasie, en ze worden vaak onder druk gezet door patiënten en familie.

Ongemak van de arts

Het roept indringende maatschappelijke vragen op: raken we aan de grenzen van de euthanasiewet? Wat zou het betekenen als we de voorwaarden voor euthanasie oprekken? Wat als de sleutel tot de medicijnkast niet meer in handen van de arts zou zijn?

Een aantal huisartsen vertelde, onafhankelijk van elkaar, welke druk een euthanasieverzoek op hen legt. Ze deden dit in informele gesprekken, en liever anoniem, vanwege de gevoeligheid van het onderwerp. Een huisarts uit Deventer: „Ik kan geen vakantie of vrije dagen inplannen, ik kan soms wekenlang geen biertje drinken, ik moet altijd mijn telefoon aan hebben staan. Het is een dankbaar onderdeel van je werk, maar het is ook heel zwaar. Dat beseffen veel mensen niet.” Een andere huisarts, uit Limburg, verwoordde krachtig: „Je veegt je hele agenda leeg. Dat moet nu vaker dan toen euthanasie minder populair was.”

Huisarts Ronald Hulsebosch uit Den Haag schreef onlangs een indringend betoog in vakblad Medisch Contact waarin hij de euthanasiepraktijk als ‘gemakzuchtig’ omschreef. Sterker: „Een remedie voor wie bang is voor de dood.”

De snelle ontwikkeling van de euthanasiepraktijk was een van de redenen waarom ethicus Theo Boer zijn werk staakte als lid van de toetsingscommissie. Boer constateerde dat zijn collega’s dossiers goedkeurden waar hij zelf ernstige twijfels bij had. „De euthanasiepraktijk is uit de hand gelopen”, zei hij in deze krant na zijn afscheid. Euthanasie is volgens hem een te ‘normale keuze’ geworden.

Zie het gesprek dat Boer op een congres had met een 82-jarige man. „U laat mij in de kou staan”, constateerde de man nadat was gebleken dat Boer kritisch tegenover euthanasie was komen te staan. „Waar lijdt u dan aan?”, vroeg Boer de man. Hij leed nergens aan, was niet ziek. Boer: „Hoezo laat ik hem dan in de kou staan? Een zelf verkozen dood ligt binnen handbereik: negen dagen niet eten en drinken. Als iemand zo ‘versterft’, zal geen arts sedatie weigeren om het ergste leed te verzachten.”

Twee SCEN-artsen, opgeleid om een, verplichte, onafhankelijke beoordeling te doen bij een euthanasieverzoek, stopten in april 2014 met hun werk. Jeannette van Andel, een van de artsen, zei in het EO-televisieprogramma Dit is de Dag: „Ik dwing niemand ergens toe, iemand dwingt míj.”

Al deze artsen hebben geen moeite met euthanasie, ze hebben moeite met het verwachtingspatroon van de patiënten en hun familie. Hoe kunnen artsen rustig en weloverwogen te werk gaan, als ‘nee’ geen geaccepteerd antwoord meer is op het verzoek om euthanasie?

Want zo is de situatie, bleek uit recent onderzoek van artsenfederatie KNMG. De cijfers: 60 procent van de ruim 500 ondervraagde artsen is van mening dat patiënten „onvoldoende op de hoogte zijn van de grenzen aan euthanasie”. 90 procent van hen zegt dat mensen meer oog zouden moeten hebben voor belasting van artsen rondom euthanasie. Meer dan 60 procent van deze artsen ervaart „druk van patiënten of familie om euthanasie uit te voeren”.

SCEN-arts Jeanette van Andel maakte duidelijk: er zijn niet alleen steeds méér euthanasieverzoeken, maar deze verzoeken worden ook steeds ingewikkelder. Dat komt doordat een groeiende groep dementerenden, mensen met psychische ziektes of ouderen die hun leven als voltooid beschouwen, euthanasie wil. De Euthanasiewet biedt weliswaar enige ruimte om ook hun euthanasie te verlenen, maar voor artsen is het doorhakken van die knoop buitengewoon zwaar. Dat geldt vooral als het niet gaat om een terminale patiënt. „Heb je er ooit bij stilgestaan hoe het voelt om iemand dood te maken die anders nog lang had kunnen leven?”, vroeg een huisarts zich af tijdens een interview.

Dokter, doe niet zo moeilijk

Juist voor zulke ingewikkelde verzoeken is in 2012 de Levenseindekliniek opgericht. Patiënten die geen gehoor vinden bij hun eigen arts kunnen terecht bij teams van een arts en een verpleegkundige die een euthanasieverzoek beoordelen. De Levenseindekliniek beantwoordt aan een behoefte, gezien het groeiend aantal aanmeldingen. De kliniek heeft geleid tot een toename in het aantal dementerenden, psychiatrische patiënten en de zogenoemde klaar-met-leven-patiënten dat euthanasie vraagt. Maar ook hier blijkt: de kliniek kan de groei nauwelijks aan. Er is een wachtlijst van, vooral, mensen met een psychiatrische aandoening die hun leven willen beëindigen.

Lang niet iedereen die zich bij de Levenseindekliniek meldt met het verzoek om euthanasie, komt daar wettelijk voor in aanmerking. Zij ervaren ondraaglijk en uitzichtloos lijden maar de arts komt tot een andere beoordeling. Dus wees de Levenseindekliniek sinds 2012 al meer dan duizend verzoeken af (zij voerde ruim vierhonderd keer euthanasie uit). De eigen arts van de afgewezen patiënten heeft dan meestal ook al geconstateerd dat euthanasie voor deze mensen geen optie is, maar een ‘nee’ van de eigen arts wordt niet altijd geaccepteerd. In de woorden van ouderenpsychiater Boudewijn Chabot, tijdens een gesprek bij hem thuis in Haarlem: „Dokter, doe niet zo moeilijk, zeggen sommige mensen. Dat zou ons zorgen moeten baren. Alsof euthanasie hetzelfde is als het uitschrijven van een recept voor maagzuurremmers. Nee, de dokter behoedt de samenleving voor uitwassen.”

Afgelopen zomer vertelde arts Lous Konijnenberg (55) op het kantoor van de Levenseindekliniek met hoorbare afschuw over een nieuw bijeffect dat de populariteit van euthanasie oplevert: spoedeuthanasie. Een twijfelende huisarts meldt een patiënt in de allerlaatste levensfase aan bij de Levenseindekliniek, omdat de patiënt rekent op euthanasie, maar de arts zelf toch niet wil meewerken. Konijnenberg moet dan binnen een paar dagen een beslissing nemen over het beëindigen van een leven. „Kom snel, kom snel”, riep een patiënt tegen haar door de telefoon.

Tijdens het gesprek in Den Haag belt een huisarts die een spoedgeval wil aanmelden. Konijnenberg vraagt hem geïrriteerd of hij niet wat eerder aan de bel had kunnen trekken. Nu zit zij in een bijzonder lastige situatie: de patiënt verwacht snel geholpen te worden – maar Konijnenberg moet alle wettelijke zorgvuldigheidseisen volgen, anders kan ze worden aangeklaagd.

Is een euthanasiepraktijk mogelijk zonder tussenkomst van artsen? Kenners zoals Theo Boer en Boudewijn Chabot wijzen erop dat mensen ook de regie in eigen hand kunnen nemen. Het zou als oplossing kunnen gelden om artsen te ontzien, terwijl desondanks de laatste wens van de patiënt wordt ingewilligd. Geen gekke gedachte, gezien de druk die artsen ervaren en de wachtlijsten voor de beoordeling van euthanasieverzoeken.

Mondige babyboomers

Chabot voorspelt dat het medicijn voor pijnloze zelfdoding – te bestellen in het buitenland – wel eens een nieuw „lifestyle middel van mondige babyboomers” kan worden. Een andere optie is het bieden van hulp aan familie en vrienden bij euthanasie.

Albert Heringa werd dit jaar vrijgesproken door het gerechtshof in Arnhem nadat hij in 2008 zijn ernstig zieke 99-jarige moeder had geholpen te overlijden. Hij had dit zo zorgvuldig gedaan, en met zo’n zuiver motief, dat het hof hem niet veroordeelde. Maar een naaste helpen met sterven is niet voor iedereen weggelegd. Bovendien lopen ‘leken’ risico te worden aangeklaagd wegens doodslag of zelfs moord als ze een geliefde helpen overlijden.

De wet schrijft tussenkomst van een arts voor. Dat is niet voor niets. De huisarts die Wim en Annie uit Amsterdam uiteindelijk hielp, deed dat vooral opdat het echtpaar niet „zelf ging aanrommelen”, zei ze in Het Parool. Een andere reden: alleen de dokter kan beoordelen of er nog alternatieven zijn. De onafhankelijke toetsing voorafgaand aan de uitvoering geldt als een veiligheidsklep. Govert den Hartogh, emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, schreef in een opinieartikel in NRC Handelsblad dat „niet iedere wens om te overlijden (...) geheel autonoom tot stand komt”. Een mogelijk risico: familieleden die het overlijden van een naaste wel erg enthousiast bespoedigen. Den Hartogh: „Tot de maatschappelijke realiteit behoort immers ook hebzucht.”

De minister van Volksgezondheid heeft een ‘commissie van wijzen’ in het leven geroepen die de mogelijkheden voor het straffeloos bieden van hulp bij zelfdoding onderzoekt. Levensbeëindiging op verzoek, kan dat ook zonder dokter?

Artsen zijn het fundament waarop de euthanasiepraktijk is gebouwd. Zij waarborgen dat ernstige fouten en onomkeerbare vergissingen uitblijven. Meewerken aan euthanasie houdt voor artsen een risico in; als ze niet zorgvuldig werken kunnen ze worden vervolgd voor moord. Het is daarom cruciaal dat burgers de rol van de arts op waarde schatten. Euthanasie is geen recht; het is een laatste optie die een patiënt kan vragen en die een arts kan, maar niet moet bieden. Een optie die belangrijk is, een optie die veel mensen heeft verlost van een gruwelijk einde van hun leven. Of is het anders? Is euthanasie zo normaal geworden dat de sleutel uit handen van de arts genomen moet worden? Willen we écht zelf ons einde regisseren?