Dancefeesten organiseren in China, datwordt lastig

Ja, de beurs is ingestort en corruptie en bureaucratie zijn een ramp. Toch hebben Nederlandse bedrijven veel te zoeken in China, zeggen ze aan de vooravond van een staatsbezoek en handelsmissie naar het land. Tenzij ze ergens marktleider willen worden.

‘Crisis in China? Echt waar? Ben er net weer twee weken geweest, niets van gemerkt, de media schetsen een veel te zwart beeld”, zegt Thijs van der Toom, de jonge directeur van het twee jaar oude NextportChina in de Amsterdamse Binnen-Wieringerstraat.

In Shanghai krijgt hij bijval van Duco van Breemen van LaunchFactory 88, dat starters de weg wijst in de vergunningenjungle, en grote expo’s over waterreiniging in China organiseert. „De crisis speelt vooral in de internationale financiële media, wij merken er in de praktijk heel weinig van”, zegt de vloeiend Chineessprekende bedrijfskundige.

Net als de meeste Nederlandse ondernemers in China, en degenen die zondag in het kielzog van koning Willem-Alexander op „economische missie” gaan, wonen en werken zij in een ander China dan beschreven wordt in sombere analyses en onderzoeksrapporten. Voor hen lijken de beurscrisis die 90 miljoen beleggers raakte, de afzwakking van de groei, de honderdduizenden ontslagen in de mijnbouw, de staalsector en de scheepsbouw zaken van een andere planeet. NextportChina, dat vanuit Amsterdam en Beijing Nederlandse bedrijven helpt de weg te vinden op WeChat, Tmall, Taobao, kortom de wereld van e-commerce, ziet alleen maar groei, net als LaunchFactory 88. Vanuit hun kraaiennesten zien deze jonge ondernemers hoe een middenklasse uitdijt naar 300 miljoen consumenten. Zij zien hoe Chinezen de smaak van het goede leven te pakken krijgen. En zij zien een overheid die op grote schaal investeert in zorg, leefbare steden, onderwijs, landbouw en transport.

Wilfred Nagel, chief risk officer in de raad van bestuur van ING en net terug van de IMF-top in Lima, begrijpt de verschillende perspectieven heel goed. „Je ziet ze ook op dat soort internationale bijeenkomsten, de doemdenkers en de optimisten”. Hij ziet een ontwikkelingsland dat een fase ingaat: van een razendsnel gegroeid lagelonenland dat exporteert wordt China omgebouwd naar een hogelonen-consumptiemaatschappij die draait op een dienstensector en op verstedelijking. „En dat gaat, hoe kan het ook anders, gepaard met veel lawaai, veel ruis, onzekerheid, aarzelingen, vergissingen en veel gedoe”, zegt Nagel, die lang in Azië heeft gewerkt. „Natuurlijk, in landen met hard gedaalde verkoop van grondstoffen aan China is er wel iets aan de gang, want de bouwsector blijft miezeren. Dat vertaalt zich in de berichtgeving en in de soms een beetje bevooroordeelde rapporten.”

Hij rekent zichzelf, net als de onderzoekers van ING, tot de voorzichtige optimisten die verwachten dat de economie tot eind jaren 20 van deze eeuw met 6 à 7 procent per jaar groeit, kapitale blunders van de overheid en enorme natuurrampen buiten beschouwing gelaten. Van een harde landing zal in ieder geval geen sprake zijn.

„De economie van ongeveer 11.000 miljard dollar blijft door de urbanisatie en de investeringen in infrastructuur met 6 of 7 procent groeien. Over de betrouwbaarheid van dat cijfer is discussie mogelijk, maar dit is wel de trend. Dat betekent dat China zeker tot 2025 ieder jaar groeit met de totale omvang van de Nederlandse economie. Ieder jaar komt er in China een Nederland bij, niet gek.”

Voor Nederlandse en ook andere Europese bedrijven die opereren in de niches (zorg, milieu, onderwijs, agrifood) van de Chinese economie zijn er dus volop kansen. „Dat macroverhaal over China is voor Nederlandse bedrijven niet zo heel erg belangrijk, zij moeten vooral kijken naar welke regio’s, welke steden en welke industrieën het goed of slecht doen”, zegt Duco van Breemen. Wie wegblijft uit de staalsector, de scheepsbouw en de mijnen, die vooral in de centrale en noordwestelijke provincies zijn gevestigd, zit goed. Wie actief is in de zorg, de modernisering van de landbouw, het milieu, de grote steden, de Yangtze-delta en de regio Beijing-Tianjin krijgt alle kansen, denkt ook ING-topman Nagel. In het algemeen geldt dat kleine en middelgrote bedrijven kansrijk zijn en dat kleinere en middelgrote overheidsprojecten sneller worden gerealiseerd dan de megaprojecten. Van Breemen: „Als je beslist marktleider wil worden, kun je op zware tegenwerking van de overheid rekenen, maar voor de rest is iedereen welkom.”

Van der Toom: „Er wordt zwaar geïnvesteerd in e-commerce, die al vele malen groter is dan in Europa, in schone lucht, in schoner water, in lekkere wijn, in entertainment, in kaas en melkpoeder. De e-commerce-markt is nu 500 miljard dollar waard en de vraag naar buitenlandse producten groeit enorm. De meeste Nederlandse bedrijven hebben geen idee van de omvang en mogelijkheden van het Chinese WeChat om 750 miljoen consumenten te bereiken”.

‘Draak is net ontwaakt’

Grote Nederlandse ondernemingen als Philips en DSM mogen zorgelijk gestemd zijn over het „nieuwe normaal” (president Xi Jinping), de bulk van de 750 Nederlandse bedrijven met een China-connectie zijn dat niet, blijkt uit een rondgang langs 130 ondernemingen die deelnemen aan de handelsmissie. Internethandelshuis G&D Europe bijvoorbeeld, opgericht door een Chinese en een Nederlandse student aan de Erasmusuniversiteit, heeft dit jaar 50 procent meer omzet: dik 18 miljoen euro door de verkoop van melk en binnenkort ook wijn. „Dure luxeproducten zitten wat in het slop, maar melk gaat heel erg goed en wijn ook”, zegt directeur Jan-Paul Vegt.

De omzet verdubbelen doet ook het Amsterdamse Lightwell met de verkoop van slimme lantarenpalen die niet alleen straten verlichten, maar ook fungeren als wifi-masten en oplaadpunten voor elektrische auto’s. „Ach, het kan zijn dat de Chinese economie wat minder hard groeit, maar volgens ons moet de echte groei nog beginnen; de draak is nog maar net ontwaakt”, zegt Henk Janssen van Lightwell (18 werknemers in Amsterdam, 70 in China, omzet 4,2 miljoen euro).

Tot 2026 verhuizen nog eens 150 miljoen mensen van het platteland naar de steden, die leefbaar moeten blijven of weer leefbaar gemaakt moeten worden. Het meest spectaculaire plan daarvoor wordt maandag in Beijing gepresenteerd door steden- en landschapsarchitectenbureaus KuiperCompagnons, Priva en Imagro. KuipersCompagnons-bestuursvoorzitter Dral en zijn Priva-collega Prins hebben met de TU Delft, de RU Wageningen en de Erasmusuniversiteit een stad ter grootte van Rotterdam ontworpen. Gedachte locatie is het Groene Draak Meer bij Beijing. „Alles gaat daar draaien op zonne- en windenergie en de bewoners worden bevoorraad door boeren en tuinders die hun biologische producten kweken in de modernste, gifvrije kassen en stallen”, zegt Dral.

Tijdig naar een hogere tak springen

Als de autoriteiten de daad bij het woord voegen en de Chinese partners – een bank en een projectontwikkelaar – de miljardenfinanciering rondkrijgen, rekenen KuipersCompagnons, Priva en de universiteiten op grote orders. „Het is duidelijk dat de wal het schip aan het keren is, niemand wil meer in onleefbare steden wonen en daar liggen voor ons enorme mogelijkheden”, denkt Dral, die als Grontmij-directeur het meest energiezuinige kantoor van China neerzette in de metropool Wuhan.

Aan ambities, plannen en vergezichten over zakendoen in China ontbreekt het niet. Alsof de beruchte ambtelijke ondoorzichtigheid, de taaie bureaucratie, de onvoorspelbare regelgeving, de corruptie en het stelen van intellectuele eigendommen geen dagelijkse praktijken meer zijn. Vooral grote bedrijven ondervinden steeds meer problemen, bijvoorbeeld met de verslechterende betalingsmoraal.

„China was en blijft een lastige markt”, erkent ING-bankier en risicospecialist Nagel. „Er kan veel misgaan, er zijn altijd veel lastige details op te lossen en de liberalisering van de economie loopt op veel fronten minder hard dan verwacht. De corruptie blijft een probleem, hoewel er veel aan gedaan wordt, en de bescherming van intellectuele eigendommen is nog lang niet goed genoeg. Maar het voordeel is dat er geen verrassingen meer zijn: in China we know the unknowns.”

Dral, die al jaren in China werkt: „Onderhandelen duurt eindeloos en het is een illusie dat je als bedrijf alle kennis en innovaties voor jezelf kan houden. Wij zitten op een tak die beslist een keer wordt afgezaagd, het is zaak tijdig naar een andere, hogere tak te springen.”

Henk Janssen van Lightwell, dat een fabriek in Ningbo heeft, zegt nuchter: „Je moet niet als maagd naar China gaan. Mijn ervaring is dat je in Uruguay altijd wordt opgelicht en in China hooguit een beetje misleid. Heronderhandelen van gesloten contracten is bijvoorbeeld heel normaal. Dus je moet bepaalde dingen gewoon geheim houden. We maken lantarenpalen in China, maar de geheime software blijft in Amsterdam. Zakendoen in China vergelijk ik altijd met squash: je speelt mét een vriend maar ook tegen hem, je speelt náást elkaar en tegelijkertijd tégen elkaar.”

De angst om beroofd te worden van intellectuele eigendommen zit diep bij Linet, de op een na grootste maker van ziekenhuisbedden en matrassen ter wereld. Hoe groot de vraag naar slimme ziekenhuisbedden ook zal worden door de snelle uitbreiding van het antal zieken- en bejaardenhuizen, Linet verplaatst de productie niet naar China. „Het risico om onze technologie kwijt te raken is veel te groot en de loonkosten stijgen zo snel dat het jaren duurt voordat wij de verhuizing zouden hebben terugverdiend”, zegt directeur Bart de Jong.

Toestemming voor muziektekst nodig

Economische en bureaucratische hindernissen zijn er nog in overvloed. Maar misschien wel de grootste barrière is van politieke aard. De Chinese autoriteiten houden niet van massa-evenementen die zij niet zelf organiseren. En toch wil het Amsterdamse Alda Events, organisator van het inmiddels wereldberoemde Amsterdam Music Festival, in 2016 en 2017 „megagrote” dansfeesten in China organiseren. Entertainment is de snelstgroeiende nichemarkt in China – en een van de meest corrupte sectoren van de economie en daardoor vol met valkuilen. In navolging van Taipei en Singapore hebben Chinese steden grote interesse in de lucratieve dansfestijnen. Onze Nederlandse manier van werken is in China onbruikbaar”, zegt Alda Events directeur Dennis de Bruijn. „De veiligheidsdiensten houden niet van grootschalige bijeenkomsten vanwege alle politieke risico’s. Zij zijn bang dat de dj’s opeens Free Tibet of Taiwan Independent gaan roepen.”

Voor iedere muziektekst, iedere uitspraak van de dj’s moet toestemming gevraagd worden. De Bruin, die binnenkort naar Hongkong verhuist en van plan is een organisatiebureau in Shanghai te openen, heeft nog een tweede probleem. YouTube en Facebook, twee voor dance-evenementen belangrijke media, zijn in China geblokkeerd. „Dance, toch een wereldwijd fenomeen, maakt ook daardoor geen deel uit van de levensstijl van de 250 miljoen millennials; wij moeten dus ook nog al die Chinese kids aan het dansen krijgen.”

Misschien, grapt hij, kan de koning het voorbeeld geven.