Daarom wantrouwen Russen democratie

Poetin profiteert ervan, maar zijn voorganger heeft met onze steun Ruslands democratie in de kiem gesmoord. Een voorpublicatie uit het nieuwe boek van Gary Kasparov, dat komende week wereldwijd verschijnt.

foto REUTERS/Stefan Wermuth

Lag alle schuld voor de ineenstorting van Ruslands democratie maar bij Poetin, dat zou ons goed uitkomen. Maar zo eenvoudig is het niet. Ruslands terugkeer naar de dictatuur is geen plotselinge gebeurtenis. Er zijn eerder veel kleine, snelle stappen de verkeerde kant op gezet.

Het is net als met schaken. Je analyseert een gespeelde partij en zegt dat het tot dat ene moment allemaal goed ging. Al raakt dat meestal kant noch wal en staat het bovendien een eerlijke analyse in de weg.

Natuurlijk, iemand in een overigens goede positie kan een enorme blunder begaan, maar dat komt in de diplomatie nog minder voor dan bij het wereldkampioenschap schaken.

Op dit punt ben ik het dan ook vaak niet eens met mijn meer diplomatiek ingestelde vrienden. Zij kijken terug op een periode van twintig jaar waarin de betrekkingen tussen Rusland en de Verenigde Staten niet al te slecht waren. Voor hen komt de totale ramp van 2014 [de inlijving van de Krim en de steun aan separatisten in Oekraïne - red.] als een schok.

Maar ik heb zeker vijftien van die twintig jaar regelmatig gewaarschuwd dat Poetin gestaag de onderdrukking en het geweld opbouwde, wat uiteindelijk tot de laatste uitbarsting leidde. Poetin werd extra gestimuleerd door het Westen, dat jaren naar compromissen zocht en deed alsof alles oké was.

Oekraïne werd niet van het ene op het andere moment binnengevallen – het ging al langer die kant op. Poetin werd niet geprovoceerd door een grote koerswijziging van Obama, en er was ook geen sprake van een drastische verandering in Poetins opstelling of in de financiële situatie van Rusland. De enige vraag was of Westerse leiders wel of niet van strategie veranderen om een uitbarsting te voorkomen.

Het antwoord op die vraag is, zoals bekend, helaas nee.

Als de weg naar de hel geplaveid is met goede bedoelingen, dan bestaat de straatverlichting uit compromissen die je principes aantasten.

Ik heb eerder bekend dat ik Jeltsins herverkiezing in 1996 steunde – zijn opstelling ten aanzien van Russische instituties en onafhankelijke verkiezingen, die steeds ondemocratischer werd, ten spijt. Jeltsin maakte misbruik van de macht om de communistische partij op afstand te houden. Hervormers waren nog altijd bang voor de communisten.

Bovendien was de communistische partij sinds de parlementsverkiezingen van 1995 aan de leiding gekomen in de Doema, dus was het communistische gevaar niet denkbeeldig. Jeltsin was uitermate impopulair: met nog zes maanden te gaan tot de verkiezingen stond hij in de peilingen op minder dan 10 procent van de stemmen.

De tactiek van Jeltsins regering om iedereen die kritiek had of tot de oppositie behoorde ervan te beschuldigen terug te willen naar Ruslands duistere verleden, werd door de haperende economie steeds minder effectief. Ook in het buitenland werden Jeltsins kansen niet hoog ingeschat. In februari werd Zjoeganov, de leider van de communistische partij, op het World Economic Forum als een popster behandeld. En dat nog wel in Davos, de buik van het kapitalistische beest.

Zjoeganov had uiteraard geen idee wat er moest gebeuren en als president zou hij een absolute ramp zijn geweest, maar desalniettemin leek het toch die kant op te gaan. De kwestie was niet alleen dat de mensen het moeilijk hadden en met de portemonnee stemden. Er heerste verwarring, mensen in Rusland hadden het gevoel verraden te zijn, en de president was de meest voor de hand liggende figuur om dit op af te reageren.

Nu kom ik aan bij een punt dat aan buitenstaanders moeilijk is uit te leggen. Waarom wezen Russen de democratie af?

Omdat de meesten van ons geen duidelijk beeld van democratie hadden. Ja, wij wilden vrijheid, rechten en alles wat bij een open samenleving hoorde, maar voor de meeste mensen waren dat heel abstracte zaken. Waar we het Westen echt om benijdden, waren de mogelijkheden die mensen daar hadden, in het bijzonder de mogelijkheid om hun leven in economische zin te verbeteren. De vrije wereld kende verkiezingen en had geld en wij hadden geen van tweeën, dus die twee hoorden kennelijk bij elkaar; het was een pakket.

Toen wij in 1991 vrolijk en in groten getale naar de stembus trokken om voor het eerst op Jeltsin te stemmen, leek het er dan ook veel op dat de Russen de stembus als een soort geldautomaat zagen: stop er een briefje in en er komt geld uit!

Dit misverstand maakte het later voor een autoritaire figuur als Poetin eenvoudiger om de burgerrechten in te perken, met als argument dat de democratie had gefaald, dat het alleen bedriegerij van het Westen was om Rusland uit te buiten, enzovoort. De economische situatie werkte ook al niet mee.

Als er iets erger is dan lege schappen, dan zijn dat schappen vol dure nieuwe producten die jij niet kunt betalen.

In 1993, toen er bijzondere parlementsverkiezingen werden uitgeschreven nadat bijna de hele regering was gevallen door de constitutionele crisis, waren we al veel nuchterder.

Jeltsin trachtte in september de Opperste Sovjet te ontbinden, maar volgens de Grondwet was hij daar helemaal niet toe bevoegd. Als reactie diende het parlement een aanklacht in tegen Jeltsin, die uiteraard weigerde serieus op deze daad van verzet in te gaan.

Na weken van protesten en tegenprotesten en geweld op straat liet Jeltsin door speciale politietroepen het parlementsgebouw afzetten. Het was volslagen onduidelijk wat er zou gebeuren. In de straten rond het regeringsgebouw vonden complete veldslagen plaats, waarbij bijna tweehonderd mensen omkwamen en nog eens honderden gewond raakten.

Net als iedereen in de wereld volgde ik deze gebeurtenissen via nieuwszender CNN. In 1993 verdedigde ik mijn wereldtitel tegen Nigel Short. Het kampioenschap begon in Londen, op 7 september, en duurde de voor die tijd gebruikelijke zes weken.

Net als in 1990 was het moeilijk om me op het schaken te concentreren, terwijl in mijn land weer opstanden plaatsvonden. Gelukkig kwam ik meteen op grote voorsprong, waardoor ik niet zo onder druk stond. Ik voelde me ontspannen genoeg om een paar interviews over de situatie in Moskou te geven, waarin ik uitlegde dat Jeltsin voor een vrij Rusland vocht.

Na dagen van geweld en uit de hand lopende onderhandelingen gaf de loyaliteit van het Russische leger aan Jeltsin de doorslag. En zo stelde een rij tanks zich op 4 oktober op, en vuurde op het Witte Huis (zo noemen wij het parlementsgebouw). Het was een onvoorstelbare tafereel. De bovenste verdiepingen vlogen in brand, speciale eenheden bestormden het gebouw en veegden de demonstranten van de straat.

Toen Jeltsin de zaak weer onder controle had, verspilde hij geen tijd. Hij drukte de constitutionele hervorming, die het parlement minder macht gaf, erdoor. Er kwam een zeer sterk presidentschap – en daar hebben we nu zo’n last van. Natuurlijk was de Opperste Sovjet een obsoleet orgaan, maar in een land met zo’n kwetsbaar maatschappelijk middenveld moet de macht zo veel mogelijk worden gespreid.

In 1996 genoot Jeltsin weinig steun van het volk, maar hij kon wel rekenen op de financiële steun van het Westen en op de oligarchen die zich dankzij hem hadden verrijkt.

Aan campagne voeren mocht maximaal drie miljoen dollar worden besteed – een bedrag waar de meeste partijen alleen van konden dromen –, maar later onderzoek wees uit dat Jeltsins campagne maar liefst rond de twee miljard dollar had gekost. Nog belangrijker was een kolossale lening die het Internationale Monetaire Fonds in februari verstrekte. Met deze 10,2 miljard kon Jeltsins regering achterstallige salarissen en pensioenen betalen.

Was het bij deze dubieuze financiering en stemmenlokkerij gebleven, dan was de schade wellicht beperkt gebleven tot Jeltsins ambtstermijn. Maar er was ook sprake van beïnvloeding van de media en regelrechte verkiezingsfraude – en dat zijn methoden die niet snel uit het zicht raken wanneer ze eenmaal zijn gebruikt. Niettemin won Jeltsin de eerste ronde met een klein verschil van Zjoeganov, met 35 tegen 32 procent van de stemmen.

Tussen de verkiezingen van 16 juni en de beslissende ronde tegen Zjoeganov op 3 juli kreeg Jeltsin een ernstige hartaanval. Daardoor kon een gevaarlijke situatie ontstaan, maar het publiek kwam niet van de hartaanval te weten omdat de regering daarover afspraken maakte met de media. Jeltsin won de verkiezingen van Zjoeganov, met 54 tegen 40 procent van de stemmen. De bewijzen voor stemfraude lagen later voor het oprapen.

De les van die verkiezingen, in 1996, is dat instituties belangrijker zijn dan personen. Jeltsin lapte met zijn campagne praktisch alle aspecten van een democratische samenleving aan zijn laars, en daar is Rusland nooit van hersteld. Zijn opvolger zou de onderdrukking en corruptie, die Jeltsin tijdens zijn campagne gebruikte, al snel toepassen op het dagelijkse bestuur van het land.

Poetin was geen communist, maar wel tot op het bot een Sovjetrevanchist.